*

 
dossier

Archief

Regulier of alternatief, lever je niet uit aan het medisch circuit

HENK VELTKAMP − 10/11/98, 00:00

Roel van Duijns aanklacht tegen het Kushi Instituut heeft veel stof doen opwaaien. Sommigen vielen hem bij, anderen voelden zich geroepen om een goed woord te doen voor de macrobiotiek. Eén element is tot dusver aan de aandacht ontsnapt. Dat is geen wonder, want het houdt zich het liefst schuil, om vanuit het verborgene voeding te geven aan veler meningen, verontwaardiging en veroordeling: het onuitgesproken gebod dat de samenleving oplegt aan ieder die ziek is - 'gij zult uw leven onderwerpen aan het erkend medisch regime'.

We hebben aan het medisch regime veel te danken. Geen kwaad woord daarover dus; integendeel. Verreweg de meeste mensen zijn, als ze ziek worden, maar al te blij dat er dokters, specialisten en ziekenhuizen zijn. Iedereen is bovendien vrij om daarnaast al dan niet gebruik te maken van alternatieve genees- en voedingswijzen, inclusief de macrobiotiek. Tegelijk staat het geen alternatieve therapeut vrij om een cliënt onder aanwending van lichamelijke of geestelijke dwang en terreur tot de eigen therapie te dwingen en zodoende af te houden van andere ('reguliere') vormen van medische zorg.

Maar in de Kushi-discussie klinken tussen de regels door ook andere klanken. Ieder is wel vrij om al dan niet voor een bepaalde alternatieve behandeling te kiezen, maar alleen indien één grens in acht wordt genomen: gij zult u niet onttrekken aan medische behandelingen in het reguliere circuit zolang die volgens de statistiek een zekere kans van slagen hebben. 'Slagen' te verstaan als verlenging van levensduur.

Hiermee is, opnieuw, niets mis, voor diegenen die er echt alles voor over hebben om zo lang mogelijk te leven. Mensen kunnen heel goede redenen hebben om tijd te winnen. Twee maanden langer leven kan betekenen: het eerste kleinkind zien. Daarvoor kan iemand de meest ellendige kuren overhebben. Het is een keuze, in volle vrijheid gemaakt. Maar er zijn anderen die in hun hart zeggen: liever niet. Ze voelen er niets voor om het leven dat hun nog rest te vergooien aan medische behandelingen. Maar mag je een kans op verlenging zomaar laten lopen? Ben je eigenlijk niet verplicht om door te gaan, bijvoorbeeld tegenover je kinderen? En de kinderen, op hun beurt, zullen niet gauw tegen hun zieke vader of moeder zeggen: zou je nou maar niet ophouden met dat gedokter? Want dat staat in hun ogen al haast gelijk met: we hebben je afgeschreven.

'Winst' en 'verlies' worden in dagen van ziekte vaak volledig in medische termen gedefinieerd. Zo ondergaan mensen soms allerlei behandelingen omdat ze het gevoel hebben dat het van ze verwacht wordt. Of omdat ze niet het verwijt willen krijgen, later, van zichzelf of van anderen, dat ze niet alles hebben geprobeerd.

Ik pleit ervoor om onze beleving van leven, en dus ook van ziekte, grondig te ont-medicaliseren. Niet alleen aan de alternatieve, maar ook aan de reguliere geneeskunde kunnen mensen zich met huid en haar uitleveren. Met of zonder chemokuur, en met of zonder macrobiotisch menu kun je volledig opgeslokt raken door een manier van leven die niet verder komt dan het tellen van dagen. Maar daarmee alleen, zegt de psalmdichter, ben je er niet: 'Leer ons zó onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen' (Psalm 90:12).

Het gaat om een manier van inrichten van je leven, van je verhouding tot jezelf, de anderen. Voor sommige mensen past daar een medisch regime heel goed bij. Voor anderen niet.

Er zijn mensen die op goede gronden kiezen voor een manier van leven waarin geen gedokter past. Net zogoed als je kunt kiezen voor een manier van leven waar geen auto in past, geen bio-industrie en geen strandvakanties op Jamaica. Ze weigeren om hun leven te laten bepalen door dokters, spreekuren en wachtkamers. Ze vertikken het om te doen alsof hun levenskwaliteit afhangt van bloeduitslagen, echo's, botscans en tumor-markers.

Ik blijf hier bij het voorbeeld van kanker. Het lijkt maar één kleine stap van de uitspraak 'ik heb kanker' naar 'ik ben kankerpatiënt'. Toch wordt in die tweede stap iets gezegd over wat voortaan tot je identiteit behoort. Voor je het goed en wel beseft conformeer je je daarmee ook aan de bijbehorende ideeën, waarden, normen, gedragspatronen en rollen die de samenleving voor zo'n identiteit al klaar heeft liggen.

Ook de uitspraak 'ik heb kanker' is al voldoende voor geschrokken blikken. Je wordt nu gezien als een toekomstige dode, als iemand met de dood al bijna zichtbaar onder de leden. En net zoals in de middeleeuwen een melaatse verplicht werd tot kap en rinkelbel, zo ben jij nu voortaan verplicht om je te stellen onder het regime dat daarover gaat: het reguliere medische circuit. 'Regulier' betekent daarbij niet alleen maar 'gewoon' als tegenstelling tot 'alternatief', maar draagt ook het gezag in zich van de regel en de norm waaraan een ieder zich op straffe van excommunicatie heeft te houden.

Ziek zijn is heel gewoon, doodgewoon zelfs. Maar je kunt er behoorlijk last van hebben. Dus proberen we het zoveel als mogelijk is door medische kennis en kunde te bestrijden. Met wisselend succes. Tot zover is er niets aan de hand. Riskant wordt het als we het beheer over gezondheid en ziekte volledig gaan uitbesteden aan de medische stand. Maar al te gauw geef je dan het gewone leven uit handen, om het volledig te laten definiëren en beheersen door de medische macht. Hoe gaat het met je? Goed, want de dokter zegt. . . Medicalisering van het ziekzijn wordt zo de eerste stap op de weg naar volledige medicalisering van het leven. En daar wordt het bepaald niet beter van.

Natuurlijk, bijna iedereen wil liever langer leven. Dood roept angst op. Maar wie zich volledig laat beheersen door angst voor de dood is bereid om zich uit te leveren aan elke remedie die wordt aangeboden. Voor je het weet heb je daarbij je ziel verkocht. Dat geldt zowel voor het reguliere als het alternatieve circuit.

mailIcon print |