*

 
dossier

Archief

Weduwe

Jan Kuijk − 16/01/99, 00:00

De vraag 'wie is de uitvinder van het pocketbook?' houdt - zeker in de Engelstalige wereld - de boekenliefhebbers bezig. De best gekwalificeerde is de uitgever Bernhard Tauchnitz uit Leipzig (1816-1895), die in 1841 begon met een serie herdrukken van Engelse en Amerikaanse boeken in pocket-formaat, al heetten die uitgaven toen nog geen pocketbook (of zelfs niet Taschenbuch). Maar ook om andere redenen doet Tauchnitz in Britse ogen niet serieus mee, want hij werkte met zijn Engelstalige uitgaven uitsluitend voor het Europese vasteland en dat is een heel andere wereld.

Wie dan wel hun kandidaat is, moeten de Britten nu maar verder onder elkaar uitmaken. In elk geval kan Nederland wijzen op oudere papieren. Een poosje geleden kocht ik voor een krats een uitgave van de gedichten van Jacobus Bellamij, een 'nieuwe vermeerderde uitgave' van de weduwe A. Loosjes Pz uit Haarlem. Het jaartal van het boekje is 1826. Vooral het 'voorberigt' van deze uitgave is interessant. De weduwe richt zich tegen de “Dichtstukken in vreemde talen, welke tevens met die uitheemsche talen de verstanden met uitheemsche denkbeelden vervullende, onze Zeden meer en meer verbasteren”. Maar het meest frappeerde mij toch het gebruik van het woord Zakboek (met een hoofdletter nog wel). Nu alle vroegere uitgaven van Bellamy zijn uitverkocht heeft zij de verschillende uitgaven bijeengezameld “en geoordeeld derzelver herdruk in dezen, zoo ik meen, niet onbevallige smaak, en geschikt tot een Zakboekje, in het licht te moeten geven”. Over de verbasterde zeden laat ik me niet uit, maar dat laatste klopt in elk geval. Het titelblad heeft een mooie, kleine litho van Bellamy (de spelling van zijn naam wisselt), maar vooral het formaat is opvallend: 10 bij 17,5 cm - iets kleiner dus dan een Prisma-pocket. Laten we het voorlopig houden op 1826 als het geboortejaar van het pocketbook - vijftien jaar voor de eerste Tauchnitz.

mailIcon print |