Het Israëlische parlement lijkt de afgelopen tijd in alle stilte het toneel van diepgaande verschuivingen. Nog altijd kunnen opponenten elkaar hartstochtelijk verbaal een kopje kleiner maken. Maar tegelijkertijd lijken belangrijke politieke vraagstukken de partijgrenzen te doorbreken. Dit weekeinde verhief een groepje Knessetleden van de oppositionele Arbeiderspartij en de regerende Likoed haar stem tegen de Israëlische aanwezigheid in Libanon, terwijl andere parlementsleden van beide partijen juist voor die aanwezigheid pleitten. De afgelopen maanden hebben vooraanstaande leden van beide partijen in wekelijkse sessies in alle ernst gewerkt aan een gezamenlijk platform voor het toekomstig overleg met de Palestijnen. 'Menachem Begin draait zich in zijn graf om'
De ondertekenaars - drie leden van de Arbeiderspartij onder leiding van Jossi Beilin (een van de architecten van het Oslo-akkoord met de Palestijnen) en vijf leden van de Likoed, aangevoerd door fractievoorzitter Michael Eitan - hebben het document met de titel 'Nationale overeenkomst met betrekking tot de onderhandelingen over een definitieve regeling met de Palestijnen' begroet als “de geboorte van een nationale overeenstemming”. Hun poging lijkt een concrete stap op weg naar wat kenners als een toekomstige herindeling van Israëls politieke kaart zien.
Er zijn twee manieren om het Beilin-Eitan-document te bekijken. De ene is dat na dertig jaar onverzoenlijke heibel, die zijn climax vond in de moord op premier Jitschak Rabin, er een nieuwe parlementaire stijl aan het ontstaan is in Israël, een geestverwantschap die de partijgrenzen overschrijdt. De andere is dat, onder invloed van Israëls 'zwijgende meerderheid', een deel van het politieke kader zich gewoonweg aan de werkelijkheid heeft overgegeven.
Na veertien weken timmeren aan een gezamenlijk program voor de onderhandelingen met de Palestijnen, zegt Beilin in het document, “hebben we een gemeenschappelijke noemer gevonden en niet de laagste gemene deler van een simpel 'nee, nee, nee'. Chaim Ramon, een van de kopstukken van de Arbeiderspartij, tekent hierbij aan dat zo'n wederzijds begrip vijf jaar geleden of zelfs vijf maanden geleden nog onvoorstelbaar was. “De mensen van Likoed hebben het akkoord van Oslo nu als een feit geaccepteerd”, zegt hij, “en de mensen van de Arbeiderspartij hebben geaccepteerd dat de Likoed de verkiezingen heeft gewonnen”.
Net als het historische eerste akkoord van Oslo leest de overeenkomst tussen Beilin en Eitan als een brede principe-verklaring. Het invullen van de concrete details wordt aan anderen overgelaten. Het belangrijkste kenmerk is dat beide partijen stilzwijgend hebben afgezien van de meest maximalistische ideologische stellingname van hun eigen kamp. Zo sluit het de linkse visie uit dat alle sporen van drie decennia Joodse aanwezigheid in de bezette gebieden moet worden uitgewist door te verklaren dat “er geen terugkeer komt naar de grenzen van 1967” (dus voor de zesdaagse oorlog) en dat “een door de Israëlische regering ondertekende overeenkomst geen toezegging kan bevatten om Joodse nederzettingen te ontmantelen”.
Het document rekent ook af met de rechtse droom van een Groot Israël door vast te leggen dat er “een Palestijnse entiteit moet kunnen worden gevestigd”. Het document behandelt het lot van de 145 000 kolonisten als een zakelijke kwestie en niet als een ideologische. Het stelt voor die nederzettingen in te lijven die dicht bij de grens van 1967 liggen en waar de meerderheid van de kolonisten woont. Voor hen die in het gebied wonen dat binnen de Palestijnse entiteit valt zouden er speciale regelingen moeten komen, zoals het recht om de Israëlische nationaliteit te behouden of “banden met de staat Israël” te onderhouden.
Over het precieze karakter van die Palestijnse 'entiteit' konden de twee kampen het niet eens worden. De leden van Likoed duiden het aan als “een uitgebreide autonomie” en de leden van de Arbeiderspartij als “een staat”. Ook de status van de Jordaanvallei wordt opengelaten. De Likoedleden willen haar onder Israëlische soevereiniteit brengen, die van de Arbeiderspartij duiden haar aan als “een speciale veiligheidszone”.
Maar de twee partijen hebben er geen moeite mee het eens te zijn over het gevoelige vraagstuk van Jeruzalem, terwijl ze de deur openen voor enkele interessante mogelijkheden. Ze verklaren dat de stad de ongedeelde hoofdstad van Israël moet blijven, maar staan wel toe dat er een “speciale status” komt voor de heilige plaatsen en dat de Palestijnse bewoners “een status krijgen die hen gelegenheid geeft medeverantwoordelijkheid te dragen voor de inrichting van hun leven”. Het “regeringscentrum van de Palestijnse entiteit” kan worden nevengeschikt aan die van Jeruzalem.
Het Beilin-Eitan-document is met reserve ontvangen. Premier Benjamin Netanjahoe verklaarde dat hij er zich niet aan gebonden voelde en de leider van de Arbeiderspartij Sjimon Peres zei dat hij het niet met alle details eens is. Meer complimenten konden er niet af. Toen hij zijn verhaal afstak tegenover Likoed-activisten werd Eitan boos toegeschreeuwd: “Menachem Begin draait zich in zijn graf om!” Beilin werd door veel van zijn collega's op dezelfde manier de oren gewassen, maar hij schreef de kritiek toe aan kleingeestige politieke belangen. Beilin is een van de kandidaten voor het voorzitterschap van de Arbeiderspartij. Bij het praktische argument dat de Palestijnen nooit akkoord zullen gaan met Israëls inlijving van delen van de westelijke Jordaanoever tekende hij aan dat niets in het document in tegenspraak is met de overeenkomst die hij, Beilin, in 1995 sloot met Aboe Mazin, de nummer twee binnen Jasser Arafats PLO. “De werkelijkheid heeft het van ons allemaal gewonnen”, stelde hij. “Als de Palestijnen een staat en een hoofdstad willen moeten ze daarvoor een prijs betalen.”
Dat valt te bezien. Intussen is het interessantste aspect van het document wat het zegt over de politieke verhoudingen in Israël zelf. Want het geeft aan dat de tegenover elkaar staande ideologieën van Israëls toonaangevende politieke partijen langzaam maar zeker plaats maken voor een nieuw sentiment: pragmatisme. Op de persconferentie, waar het document werd gepresenteerd, wekte Beilin de suggestie dat het de voorbode was van “een herschikking van Israëls politieke arena”. Hij ging er verder niet op in, maar nu is al te zien dat de breuklijnen in de Israëlische politiek anders gaan lopen. Het onderscheid tussen links en rechts is, als het gaat om het economische beleid steeds moelijker te bespeuren. Wel steeds duidelijker wordt het verschil tussen de religieuze nationalisten en de seculiere pragmatisten. De eersten onderstrepen Israëls karakter als “een Joodse staat” en zien de totstandkoming van een Groot Israël als de aanzet tot het messiaanse rijk. De laatsten maken zich meer druk voor een versterking van de economie, de verbetering van onderwijs en gezondheidszorg en willen de waarden van een democratie naar westers model nastreven. Het is misschien niet verbazingwekkend dat niemand van de leden van de Knesset die deelnamen aan de Beilin-Eitan-besprekingen, afkomstig was uit een van de drie religieuze partijen van Israël.
Door te laten zien dat niet alleen leden van traditioneel links en rechts, maar zelfs haviken uit de Likoed en duiven uit de Arbeiderspartij elkaar weten te vinden is het document misschien het duidelijkste signaal dat het idee van een politieke herschikking sterker wordt. Israël is bijna vermaard vanwege zijn conservatisme. Veranderingen komen langzaam. Maar komen doen ze toch.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.