*

 
dossier

Archief

Legerofficier in de ban van de wasmachine

Marco Ploeger − 28/12/99, 00:00

,,Kijk, hier stond voorheen het wasmachinemuseum', vertelt de tachtigjarige Klaas Lub als we met de auto door IJsselmuiden rijden. Hij wijst op een braakliggend stuk grond. Op die plek stond tot vorige maand een oude brandweerkazerne, die vijftien jaar lang fungeerde als museumruimte voor Lub. ,,De school hiernaast gaat binnenkort uitbreiden en daar moesten we voor wijken', legt Lub uit. ,,De collectie waskuipen staat voorlopig opgeslagen in een loods.'

Hoe komt iemand ertoe om nota bene wasmachines te gaan verzamelen? De voormalige legerofficier van een tankherstellingscompagnie: ,,Het begon allemaal in 1975, toen ik mijn oom van 85 uit Enkhuizen hielp met het leegruimen van zijn huis en rijwielhandel. Tussen de oude spullen stonden twee wasmachines met houten kuip uit 1920. Mijn oom zei: 'Gooi maar in de container', maar ik dacht, ik haal ze op en ga ze restaureren. Ik was nieuwsgierig naar hoe het mechanisme werkte, hoe dat vroeger ging.'

,,Niet lang daarna was er hier in IJsselmuiden een thuisvlijtshow. Ik trok daar een hoop bekijks met mijn opgeknapte wasmachines. Daarna werd ik gevraagd om mee te doen met een huishoudbeurs. Dat was ook een groot succes. Zo is het eigenlijk een uit de hand gelopen hobby geworden.' In de vijftien jaar dat hij werkte aan zijn verzameling, heeft Lub naar eigen zeggen Nederland leeggehaald. Soms haalde hij een kuip op waar de geraniums nog in zaten. Zo kwam hij tot zijn bijzondere collectie van 75 houten wasmachines uit de vorige eeuw, aangevuld met wasborden, wasstampers en bijbehorende wasartikelen.

Op foto's is nog te zien dat het museum letterlijk volgestouwd stond met spullen. Gigantische houten kuipen op driepotige bokken, een wasbok met ketel, wringer en kuip, het geheel telkens opgefleurd met een bloemstukje op de achtergrond. Lub toont foto's van wasdemonstraties, waarbij een meisje in klederdracht een wasbeurt ten beste geeft, becommentarieerd door Lub. Ee bezoekster verzuchtte naderhand zelfs: ,,Meneer, wat vind ik dit mooi. Overal waar u heengaat, wil ik met u mee.'

Het museum van Lub had aan aandacht van huisvrouwen geen gebrek. ,,Je kreeg alle verenigingen die er bestaan. De Nederlandse vereniging voor huisvrouwen, de vereniging van plattelandsvrouwen, ik heb ze allemaal gehad. Soms drie groepen op een dag. En dan stond je per groep al snel anderhalf uur te kletsen. Er was alleen eéé probleem: er was geen toilet in het museum. Dan kwam er een buslading dames, die moesten dan bij de buren naar het toilet.'

Lub is er dan ook niet rouwig om dat het museum van plek verandert: ,,Je zat er op zeventig vierkante meter, terwijl je er eigenlijk 300 nodig had.' Hij heeft zijn collectie overgedaan aan een plaatsgenoot, die plannen heeft voor een nieuw museum, ook in IJsselmuiden. ,,Hij wil de tentoonstelling combineren met oude auto's en motoren', vertelt Lub. ,,Dan kunnen de mannen oldtimers bekijken, terwijl de vrouwen komen kijken naar de oude wasmachines.'

Mevrouw Lub weet nog heel goed hoe het er vroeger aan toeging. Het klinkt alsof vroeger alles bar was en ellendig. ,,Dat was heel wat anders dan hoe dat tegenwoordig gaat. Dat weten de jongeren van nu vaak niet eens. Op zondagavond werd de witte was gekookt in de wasketel. Dan werd het afgedekt met de bonte was, zodat het warm bleef gedurende de nacht. De volgende dag begon je om zes uur met de was, op het wasbord.'

Lub vult aan: ,,De was werd in een houten teil gedaan om het goed warm te houden.' Hij vervolgt: ,,Als de witte was schoon was, dan werd er in het laatste beetje spoelwater een zakje blauw gedaan. Dan werd het schoner. Dan, in het sop dat je over had, deed je de bonte was. Het water was dan voldoende afgekoeld. En in het sop dat dán overbleef, werden op het laatst de sokken en de overalls gedaan. Zo was je vaak de hele dag bezig.'

,,De mensen stonken vroeger veel meer dan nu', is de overtuiging van zijn vrouw. ,,De mensen verschoonden zich maar een keer per week. Het goed is tegenwoordig ook niet echt vuil meer. Vroeger waren de stoffen heel anders. Je had toen van dat dikke goed. Jaáer ondergoed. Ken je dat? Of van dat gemoltoneerde goed. Die waren zo ruig van binnen, maar ja, je wist niet anders.'

De wasmiddelen waren vroeger ook niet zo fijntjes, zo weet Lub. ,,De handen van de wasvrouwen werden van het wassen helemaal wit in de rimpels. Ze kregen droge handen en kapotte knokkels. Daarom is in 1890 een systeem bedacht met een halfronde kuip, als een wiegje, met 'riffels' aan de binnenkant. Daar werd het wasgoed en het sop ingedaan, waarna er een kleinere, halfronde stamper in werd gezet. De wasvrouw hoefde dan alleen maar deze stamper heen en weer te 'schommelen'.'

Lub wordt enthousiast bij het vertellen over deze pionierstijd. ,,Toen kwam zeven jaar later uit Amerika de Pan-American Washer', doceert hij. ,, Die waskuip had een mechanisme bovenop met een horizontale hendel, die overdroeg naar een soort melkkrukje binnenin. Deze had vier poten die heen en weer draaiden als je de hendel bewoog. Het wasgoed werd daardoor langs de riffels gehaald aan de binnenkant van de kuip.'

Hij toont zich een waar liefhebber van mechanische constructies. ,,In 1904 kwam er een Nederlandse variant, gemaakt van Indisch hardhout: de Vélo. Deze had een groot en een klein tandwiel, verbonden door een fietsketting, waardoor de 'melkkrukjes' binnenin met verschillende snelheden heen en weer draaiden. Die heen-en-weer beweging was nodig omdat anders het wasgoed als een klont zou vastdraaien.'

Na de uitvinding van de elektromotor ging de ontwikkeling alle kanten op. ,,Het moeilijkste was, om de ronddraaiende beweging van de aandrijving om te zetten in een heen en weer gaande beweging binnenin', vertelt hij. ,,Daar bedacht men van alles voor. Pas rond 1914 maakte men in Duitsland een verandering van denkslag: in plaats van het wasgoed in de kuip heen en weer te bewegen, besefte men dat je ook de kuip zelf kon ronddraaien. Bovendien was inmiddels het textiel dat men gebruikte niet meer zo dik, waardoor dat schoonwrijven niet meer zo nodig was. De 'Volldampfmaschine' werd geïntroduceerd, de voorloper van onze wasmachine. Het was een vierkante zinken bak met daarin de draaiende wastrommel zoals we die nu nog kennen. Er zat zelfs een kacheltje onder de trommel om het water te verwarmen.'

,,Het waren vroeger harde tijden, maar ook mooie tijden', zegt mevrouw Lub weemoedig. ,,Zoals ze vroeger het huishouden deden, zo zouden de jongeren van tegenwoordig eens een half jaartje moeten werken. Dan zijn ze niet meer zo gestrest. Daar kreeg je vroeger de tijd niet voor.'

mailIcon print |