DHAKA - Bangabandhu Avenue loopt vol. Aan de lantaarnpalen van de brede en lange straat in het hart van Dhaka hangen tientallen megafoons. Langs de weg staan de agenten, de helmen op, de geweren over de schouder, de schilden nog aan hun voeten. Het podium staat bij de kruising. Het is een vertrouwd toneel.
De kunst van het demonstreren heeft in Bangladesh grote hoogten bereikt. De volle straat is deels het resultaat van een simpele omkooptactiek: voor een paar dubbeltjes wil een werkloze Bengaal wel een paar uur juichen, applaudisseren en met vlaggen zwaaien. Toch kan de opkomst van zo vele duizenden indrukwekkend worden genoemd.
De betoging is nauwelijks 24 uur eerder aangekondigd door de Awami Liga, de grootste oppositiepartij. Veel nieuws valt er niet te melden, maar daarvoor zijn de meesten ook niet gekomen. Het gaat er om stemming te maken, en dat lukt prima. Tegen de tijd dat eindelijk de leidster van de Awami Liga het podium betreedt, schreeuwt iedereen de keel schor.
“Wij Bengalen hebben een explosieve natuur”, zegt een man die vooraan in de buurt van het podium staat. “Schreeuwen is voor ons een gewone zaak. Ook tegen elkaar schreeuwen we veel. Dat gebeurt op straat, dat gebeurt ook in de politiek.” De man vat het treffend samen. Maar wat ook geldt: als iedereen schreeuwt, luistert niemand meer naar elkaar.
De stemgerechtigden in Bangladesh mogen 15 februari opdraven voor een van de meest nutteloze exercities in de geschiedenis van het nog jonge land. Er worden dan verkiezingen gehouden die zijn uitgeschreven door de regerende BNP van premier Khaleda Zia. De oppositie doet echter niet mee en beschouwt de verkiezingen als een “farce”.
Toezicht
Die term gebruikt ook de leidster van de oppositionele Awami Liga, Sheik Hasina Wajed, in haar toespraak op het podium. Zij waarschuwt de regering voor “confrontatie en destructie” en roept de premier voor de zoveelste keer op plaats te maken voor een neutraal overgangsbewind dat toezicht moet houden op vrije en eerlijke verkiezingen.
Deze eis klinkt in Bangladesh sinds maart 1994. Al die tijd is het politieke leven verlamd geweest door de ruzie tussen regering en oppositie. Het is een ruzie die haar kern vindt in de persoonlijke animositeit tussen twee vrouwen, premier Khaleda Zia en oppositieleidster Sheik Hasina. Het Bengaalse volk is de gijzelaar van hun beider diepgewortelde haat.
Sheik Hasina is de dochter van de eerste president van Bangladesh, de in 1975 vermoorde Mujib ur-Rahman. Zij verdenkt de echtgenoot van Zia ervan betrokken te zijn geweest bij die moord. Maar Zia ur-Rahman, de echtgenoot van Khaleda Zia, is in 1981 zelf door geweld om het leven gekomen. Zia beschuldigt op haar beurt Sheik Hasina van medeplichtigheid aan die moord.
De ruzie tussen beide vrouwen, die ooit samenwerkten om dictator-generaal Ershad te verdrijven en de verkiezingen van 1991 mogelijk te maken, concentreert zich nu op de installatie van een neutraal overgangsbewind voordat verkiezingen worden gehouden. Volgens deskundigen is het wantrouwen van de oppositie tegen de regering tot op hoogte gerechtvaardigd.
“Bangladesh is eigenlijk nog steeds in de opbouwfase van een democratie”, zegt Feroz Hassan, de leider van FEMA, een onafhankelijke organisatie die poogt kiezers enig politiek bewustzijn bij te brengen. “In 1991 konden de mensen voor het eerst vrij kiezen. Toen was sprake van een soort overgangsbewind. Men neemt dus aan dat dat goed werkt.”
De huidige BNP-regering van Khaleda Zia heeft volgens Hassan in elk geval reeds bewezen niet te kunnen zorgen voor vrije en eerlijke verkiezingen. Zendtijd op radio en tv wordt al ruim drie maanden door de BNP misbruikt. En FEMA zelf krijgt alsmaar geen antwoord op haar verzoek als onafhankelijke waarnemer op te treden bij de komende verkiezingen.
“Zonder oppositie hebben deze verkiezingen natuurlijk geen zin”, meent Hassan. De zogenaamd onafhankelijke kandidaten die het nu tegen de BNP opnemen, zijn allen door diezelfde BNP in het leven geroepen. “Een partij heeft zich zelfs willen laten registeren als de BOP, de Opportunistische Partij van Bangladesh.”
Als aanvoerder van de oppositie heeft de Awami Liga het dezer dagen mogelijk nog drukker dan wanneer zij aan de verkiezingen zou deelnemen. In het hoofdkantoor van de partij komt Sheik Hasina haar medewerkers moed inspreken voor een nieuwe ronde van “contact met de massa's”. Zij praat zacht maar met vaste stem. De getrouwen applaudiseren luid.
Na afloop legt zij nog eens uit waarom het haar partij en de twee andere belangrijke oppositiepartijen te doen is: “Wij zullen laten zien dat de mensen dergelijke verkiezingen nooit accepteren. Het is ondemocratisch en gaat in tegen de grondwet.” Tijd voor meer toelichting neemt zij niet. Ze schiet in haar schoenen en snelt het pand uit.
De BNP op haar beurt ziet zich juist als de hoedster van democratie en grondwet. “De oppositie is uit op verstoringen van de openbare orde”, zegt Abdul Labdif, een van de partijmedewerkers. “Maar wij zullen alles in het werk stellen om vreedzame verkiezingen mogelijk te maken.” Op de vraag naar de geloofwaardigheid van die verkiezingen komt geen antwoord.
Een enkeling poogt de ruziemakende partijen te omzeilen en een alternatief te bieden. Zoals Salman Rahman, de voorzitter van de Kamers van Koophandel. Hij heeft het ongenoegen over de politieke en economische crisis in het Zuidaziatische land in zijn eigen voordeel weten te benutten en heeft aldus in korte tijd een grote populariteit verworven.
De regering heeft echter zijn partij niet willen registeren. “Het zal er ooit toch van komen”, meent Rahman, “tot die tijd gaan we door het publiek bewust te maken. Wij zijn de partij van de zwijgende meerderheid. Ik zeg niet dat de regering bang is van ons, maar zij heeft het blijkbaar nodig een trucje te vinden om ons buiten de deur van het parlement te houden.”
Vastenmaand
Westerse diplomaten hebben zich tot het laatst toe ingezet om BNP en Awami Liga tot elkaar te brengen. Nu dit niet is gelukt, gaan de meeste waarnemers er van uit de verkiezingen doorgaan, ondanks de islamitische vastenmaand. Na betrekkelijk korte tijd echter zou de nieuwe regering alsnog een compromis kunnen zoeken en opnieuw verkiezingen uitschrijven.
Zo'n compromis is wellicht ook nodig om de militairen, die Bangladesh een groot deel van zijn geschiedenis hebben bestuurd, niet opnieuw in de verleiding te brengen de macht te grijpen. “Ik verwacht geen nieuwe staatsgreep”, zegt een Westerse diplomaat. “De strijdkrachten hebben hun zaakjes op orde. Ze zitten niet te springen om de boel op te lossen.”
Anderen zijn daarvan niet zo zeker. “Ik moet er niet aan denken”, zegt Feroz Hassan van FEMA. “Dan staan we werkelijk weer helemaal aan het begin. Maar als je naar de geschiedenis kijkt, dan zie je dat militairen hier voor mindere crises in actie zijn gekomen. Dit is een uiterst onzekere periode. Als het nog verder uit de hand loopt, kun je alles verwachten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.