De werkgeversvereniging VNO-NCW bestaat 100 jaar, maar Nederland lijkt een werknemersland geworden. Betaald zorgverlof, het wettelijk recht op deeltijdwerk: de vakbeweging scoort de ene overwinning na de andere. De werkgevers hebben het nakijken. Dankzij de krappe arbeidsmarkt heeft hun verzet geen effect.
Bij nader inzien valt het echter wel mee met die tanende werkgeversmacht. De ondernemers hebben op een aantal kleinere onderwerpen misschien ingeleverd, waar het grote zaken betreft, zit het Nederlandse bedrijfsleven er nog altijd warmpjes bij. Voor de werkgevers zijn twee grootheden de afgelopen tijd cruciaal geweest: lastenverlichting en concurrentiekracht. Tot vervelens toe hameren ze er in Den Haag en bij de vakbeweging op, dat die twee van levensbelang zijn voor de Nederlandse ondernemer en dus voor de Nederlandse economie.
Op beide punten hebben ze weinig te klagen. Het begrotingstekort daalt, en de ene lastenverlichting is nog niet daar of de volgende zit al in de pen. De komende jaren doet het paarse kabinet er nog eens vijf miljard gulden bij om het nieuwe belastingstelsel in te kunnen voeren.
Als het over concurrentiekracht gaat, denken Nederlandse werkgevers als eerste aan de loonkosten. Sinds het akkoord van Wassenaar, in 1982 met de vakbeweging gesloten, matigen werknemers netjes hun lonen. Dankzij die overeenkomst, onder druk destijds van hoge werkloosheid, is het winstinkomen van ondernemers drastisch gestegen. De vakbeweging probeert nu gebruik te maken van de economische hosanna-stemming en de krappe arbeidsmarkt, om de looneisen ietsje op te schroeven. Maar afscheid van de loonmatiging is dat nog lang niet te noemen.
Er zijn zo beschouwd nog geen signalen dat de Nederlandse werkgevers in de verdrukking komen. VNO-NCW heeft de komende tijd wel ándere problemen. Zo blijkt de achterban regelmatig verdeeld, en het initiatief bij belangrijke discussies ontbreekt. Bij een gevoelig onderwerp als opties voor managers slaagt VNO-NCW er niet in de achterban tot de orde te roepen. In de kantoorflat in Den Haag voelen de VNO-NCW'ers zich ongemakkelijk bij de vormen die deze bonus heeft aangenomen. Maar een aantal grote bedrijven heeft daar geen boodschap aan. De richtlijn die VNO-NCW twee jaar geleden opstelde voor het verzilveren van opties, is massaal genegeerd.
Dit jaar laaide het debat over de opties weer op, en VNO-NCW zag zich genoodzaakt met een nieuwe, uitgebreidere richtlijn voor 'verantwoord gebruik' van opties te komen. Erg dwingend zijn de regels overigens nog steeds niet. Over de hoogte van de extraatjes bij voorbeeld durft de werkgeversorganisatie geen uitspraak te doen. Daarnaast zijn sommige grammofoonplaten van de organisatie wel erg grijs geworden. Terwijl VNO-NCW bij de presentatie van de laatste miljoenennota nog repte van de 'succesvolle draad van lastenverlichting', bleek ondernemend Nederland niet langer overtuigd van de heilzame werking daarvan. ABN Amro stelde dat Nederland meer baat heeft bij investeringen in onderwijs, onderzoek en infrastructuur dan algemene verlaging van lasten.
Ook intern blijkt het moeilijk nieuwe richtingen in te slaan. De sociaal-economische poot van de organisatie kwam afgelopen zomer met een plan voor een vierdaagse werkweek. Scheidend voorzitter Blankert voelde er niets voor, en weigerde over het onderwerp afspraken te maken met de vakbeweging.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.