*

 
dossier

Archief

De bestuurlijke structuur der Gereformeerde Kerken, les 1

Door: redactie − 22/01/98, 00:00

Van onze kerkredactie De Gereformeerde kerken in Nederland zijn trots op hun structuur als een wonder van evenwicht: horizontaal, maar ook weer niet zo plat en ongewerveld als evangelische groeperingen, waar de balans voor honderd procent naar het grondvlak is doorgeslagen.

Een wonder, want de grote man van de gereformeerden had als roomse paus beslist geen gek figuur geslagen. Maar dr. Abraham Kuyper legde het zwaartepunt van zijn gereformeerde kerken bij het grondvlak, de plaatselijke kerken. Hij brak met de regenteske structuur van de 'vaderlandse', de Nederlandse hervormde kerk, waar de notabelen de dienst uitmaakten.

Het gereformeerde primaat ligt niet bij een soort paus; een tweede Abraham Kuyper is nooit opgestaan, heeft nooit kúnnen opstaan. Wie er misschien nog het dichtste bijkwam, de Kamper hoogleraar K. Schilder, heeft met zijn volgelingen en al een eigen, vrijgemaakte gereformeerde variant moeten beginnen.

Het primaat ligt ook niet bij de generale synode. Men heeft de kerkelijke piramide als het ware op zijn kop gezet. De plaatselijke kerk kiest zijn kerkenraad; de dominee (predikant, 'dienaar des woords') is doorgaans de voorzitter, maar niet de 'baas'. Dat is hij/zij samen met de andere 'ambtsdragers', ouderlingen en diakenen. Dit zijn onbezoldigde vrijwilligers, toegewijde kerkleden met allerlei beroepsachtergrond.

Vanuit de kerkenraden worden de andere bestuurslagen opgebouwd. Eerst de classis, een regio van minimaal zes kerken, die elk een predikant, een ouderling en een diaken naar de classis afvaardigen. Uit zes (of wat meer) classes wordt een particuliere synode gevormd. Daar zijn er in Nederland dertien van, niet geheel samenvallend met de provincies. Elke classis vaardigt twee predikanten, twee ouderlingen en één diaken naar deze particuliere synode (PS) af.

Zelfde verhaal van PS naar Generale Synode, die dus uit een kleine zeventig leden bestaat, voor tweevijfde uit dominees en drievijfde uit onbezoldigde, afgevaardigde vrijwilligers. Ieder synodelid heeft één stem. Het is deze synode die vandaag bijeenkomt.

Niet alleen de diverse bestuurslagen worden van onderaf opgebouwd, ook de taken waar ze zich mee bezighouden. Het is het grondvlak dat taken naar een volgende bestuurslaag doorschuift, omdat het belang en de eenheid van de kerken daarmee gediend is. Sommigen vinden dat de Generale Synode zich nauwelijks met meer moet bemoeien dan met predikantenpensioenen regelen, een nieuwe bijbelvertaling goedkeuren en professoren voor Kampen benoemen. Er is altijd een sterke stroming geweest tegen iedere uitspraak van de synode over kruisraketten of apartheid of over pedofilie, om nu maar eens iets anders te noemen. De grenzen van de synode-bemoeienis hebben al eerder tot heftige beroering geleid, met de kwestie-Schilder in 1944 als dramatisch hoogtepunt.

De synode (evenals de andere bestuurslichamen) kiezen uit hun midden een dagelijks bestuur, moderamen in kerkjargon. Wat moet zo'n 'moderamen' doen? Opnieuw: de steilsten onder de gereformeerden zullen zeggen: niets, alleen de vergadering degelijk voorbereiden, zorgen dat de stukken op tijd zijn. Idem de voorzitter: die is er alleen maar voor de goede orde in de synodevergaderingen.

Anders dan bij de hervormde synode kennen de gereformeerden niet een figuur als een 'secretaris-generaal', een beroepsbestuurder, die de brave, gekozen amateurs overleeft en overvleugelt. In de gereformeerde synode roept geen enkele stem verder dan de rand van het maaiveld, zeker niet sinds de hooggeleerde adviseurs aan de zijlijn niet meer geacht worden zich te laten horen.

Maar zo plat als de gereformeerde leer wil zijn, zo is het leven nu ook weer niet. De oecumene werkt met bestuurders, gevolmachtigde ambassadeurs en de pers wil commentaar van de kerken horen, over God-in-Nederland, de 24-uurs-economie, de brief van een nep-pedofiele dominee. Formeel zouden de media zo'n kleine 800 gereformeerde kerkenraden moeten afgaan. Dat is geen doen, dus ontpopt de voorzitter van de synode zich toch als woordvoerder van de kerk, als het gezicht naar buiten, om niet te zeggen als een ongemijterde bisschop. Tegen wil en dank of niettemin genietend van de tijdelijke roem.

mailIcon print |