*

 
dossier

Archief

Kerken doorzien mechanismen seksueel misbruik onvoldoende

MONIC SLINGERLAND − 17/01/98, 00:00

In de zaak-Huttenga/ Van Drimmelen gaat alle aandacht naar de gereformeerde kerken. Daardoor kan de indruk ontstaan dat de naïviteit ten aanzien van seksueel misbruik onder ambtsdragers en bestuurders van deze kerk groter is dan in andere kerken. Dat is niet zo. De gereformeerde kerken liepen in 1994 voorop met een fatsoenlijke klachtenprocedure voor slachtoffers van seksueel misbruik in pastorale relaties.

Dat de naïviteit van kerkelijke bestuurders groot is, is door deze onverkwikkelijke zaak beter aangetoond dan door welke eerdere kwestie dan ook. Dat het zich nu in de gereformeerde synode afspeelde is wellicht toeval. Er zijn overigens genoeg gevallen van seksueel misbruik door pastores geweest om kerkbestuurders aanleiding te geven zich meer in de materie te verdiepen in plaats van steeds opgelucht adem te halen wanneer er weer een incident voorbij was. Bij het Ikon-omroeppastoraat komen zo'n honderd meldingen per jaar binnen van seksueel misbruik binnen pastorale relaties. Volgens het omroeppastoraat is dit het 'topje van een ijsberg'.

“Op de hoogte zijn van patronen van seksueel misbruik betekent kijken met andere ogen”, zegt Judith van der Werf, van het Ikon-pastoraat. “Een hulpverlener zou in deze kwestie veel eerder in de gaten hebben gehad dat er iets niet klopte.”

Het heeft slachtoffers van hervormde ambtsdragers en hun vertrouwenspersonen de afgelopen jaren veel moeite gekost om bij het hervormde synodebestuur door te laten dringen wat er aan de hand was. Op éen na zijn alle hervormde klagers voortijdig afgehaakt, omdat zij geen respons kregen en verstrikt raakten in kerkordelijke bepalingen.

Ook het gereformeerde synodebestuur heeft blijkbaar niet veel zin gehad in een cursus 'Hoe herken ik patronen die op seksueel misbruik wijzen'. Dat is ook niet zo gek, vindt Judith van der Werf. “Op een gegeven moment word je die slachtofferverhalen een beetje zat. Dat begrijp ik. Het is ook confronterend.”

De slachtoffers van de medewerker van Het Grote Bos, herkenden in de argumentatie van Van Drimmelen die van A.B., in wiens caravan zij misbruikt werden. Het is de argumentatie van het soort dader dat zelf niet in de gaten heeft dat er grenzen worden overschreden. Bij seksueel misbruik van zowel kinderen als volwassenen gaat het vaak om vaste patronen en herkenbare mechanismen. Daders sussen hun geweten met steeds hetzelfde refrein, slachtoffers hebben soms op het moment zelf niet in de gaten dat ze gebruikt worden voor het plezier van de dader. Vandaar dat zij zelf soms initiatief tot contact nemen. Wie dat niet weet en het beeld voor ogen heeft van het in de bosjes gesleurd worden, ziet niets kwaad in een kind dat zelf een huisje binnenloopt. Het inzicht, misbruikt te zijn, komt bij sommige slachtoffers pas later en ook bij een bepaald soort daders - ook A.B. - vallen pas na harde confrontatie de schellen van de ogen.

In een tijd dat met een soort inhaalactie seksueel misbruik, en niet alleen binnen pastorale relaties, aan het licht komt, en de meeste scholen standaard een vertrouwenspersoon hiervoor hebben aangesteld, mag van een kerkelijk bestuur verwacht worden dat het zich hierover laat informeren. Doordat de laatste jaren zoveel boven tafel is gekomen is er ook meer inzicht in de manier waarop seksueel misbruik kan plaatsvinden, is vooral bekend geworden dat seksueel misbruik zo moeilijk te herkennen is. Omdat de plegers vaak innemende mensen zijn, met een aanstekelijke uitstraling en allesbehalve de kenmerken hebben van een 'enge man'. Juist dat is het verraderlijke, net zoals de argumentatie verraderlijk is. Op het eerste gezicht is er met het ingezonden stuk van Van Drimmelen niet zoveel mis. Alleen wie op de hoogte is van de verdedigingsmechanismes van plegers van seksueel misbruik ziet door de woorden heen. Ter vergelijking: in OK magazine, het pedofielen-blad, schrijven redacteuren dat zij met kinderen om willen gaan 'als met volwassenen'. Het zinnetje staat ook in menig pedagogisch pleidooi. Er is deskundigheid nodig om te doorzien.

Het nieuwe synodebestuur hoeft maar in de bestaande correspondentie te kijken om daar de namen en adressen tegen te komen van vertrouwenspersonen, van meldpunten voor seksueel misbruik door pastores, van therapeuten die daders zelfinzicht bijbrengen. Op papier staan de daderprofielen en de verdedigingsmechanismes uitgewerkt.

Gelukkig hebben kerkbesturen de laatste jaren wel beseft dat de doofpot niet de manier is om seksueel misbruik te laten verdwijnen en zijn er klachtprocedures gekomen. Een volgende stap is het verschaffen van inzicht in de risicofactoren. Judith van der Werf van het Ikonpastoraat bereidt een brochure voor die kerkenraden en ambtsdragers wijst op risicofactoren voor seksueel misbruik.

Het is bekend dat een bepaald soort daders zelf niet in de gaten heeft dat zij grenzen overschrijden. Het ontbreekt hen aan zelfinzicht. Wanneer een gemeente ziet dat de ambtsdrager van het een naar het ander rent en geen tijd meer neemt voor bezinning, is het tijd om in te grijpen. “Het is niet zo dat er in zo'n geval dus sprake komt van seksueel misbruik, maar wanneer een predikant zich rot rent, maakt deze zich afhankelijk van de gemeente. Daar komen vervolgens afhankelijke mensen op af. Bij afhankelijkheid ligt misbruik om de hoek”, zegt Van der Werf.

Na een aantal gunstige veranderingen in de klachtprocedures voor seksueel misbruik door pastores is er nu in alle drie grote kerken sprake van stagnatie, vindt Judith van der Werf. Vooral bij de gang van de vertrouwenspersoon naar de kerkelijke commissie gaat er wat mis.

De volgende stap kan zijn dat de kerken een fonds in het leven roepen waaruit slachtoffers een schadeloosstelling krijgen. Vaak moet de dader betalen, maar als dat geld rechtstreeks naar het slachtoffer gaat is er toch nog die afhankelijkheid. De kerk kan in dit geval een rol als afstandelijke, derde partij vervullen.,

Wanneer Van Drimmelen, Vissinga en Huttenga zich beter verdiept hadden in de patronen van seksueeel misbruik, had ieder voor zich eerder op de rem getrapt. Want ook in de verhouding tussen Van Drimmelen, Huttenga en de veroordeelde A.B. is het klassieke patroon van seksueel misbruik te herkennen, met het bijbehorende gebrek aan zelfinzicht. Pas na de daad realiseert het slachtoffer zich dat vooral die ander er belang bij had. Terwijl het initiatief van het slachtoffer kwam en deze dacht, er ook wat aan te hebben. Zo moet het Van Drimmelen vergaan zijn en ook Huttenga.

mailIcon print |