*

 
dossier

Archief

BRIEVEN

Door: redactie − 08/01/98, 00:00

Rechtsgevoel (3) De heer De Hoop Scheffer heeft ons het goede voorbeeld gegeven tijdens zijn interview voor de tv op 6 januari, de dag van de uitspraak in de geruchtmakende Leewardense rechtszaak. Hij wil op de rechters geen kritiek oefenen, zij zijn onafhankelijk en doen hun werk stipt volgens de geldende rechtsregels. Natuurlijk mogen zij niet zwichten voor de stemming van het publiek. Maar De Hoop Scheffer geeft toe dat ook zijn rechtsgevoel niet bevredigd is. Op de een of andere manier moet de wet aangevuld worden. Maar helaas kan dat niet meer van invloed zijn op de rechtszaak die zojuist behandeld is.

Zelf geen jurist zijnde kan ik niet anders dan instemmen met wat zo juist gezegd is. Maar toch. . . Stel dat ik ooit van plan zou zijn om - God verhoede het - iemand te gaan vermoorden. Dan weet ik nu wat ik moet doen om er met een lachertje van een straf onderuit te komen. Natuurlijk ga ik dan de betreffende persoon niet alleen te lijf. Dan ga ik met een groep vrienden en daarbij maken wij de volgende afspraken: We nemen absoluut geen wapens mee. En wij drinken ons van te voren een behoorlijk stuk in de kraag. Als de missie is volbracht en het slachtoffer dood is, dan heb je weinig te vrezen. We hebben allemaal geslagen en getrapt. Raad jij maar eens wie de dodelijke klap of trap heeft gegeven. Bovendien was ik dronken, dus verminderd toerekeningsvatbaar.

Maar stel je voor dat de officier dan toch een collectieve straf eist voor doodslag of moord, al of niet met voorbedachten rade, maar collectief bedreven. En hij stelt zich op het standpunt: het eindresultaat is een dode, ergo verdeel ik de straf over alle deelnemers: allemaal schuldig aan doodslag, dus allemaal de volledige straf die de wet daarvoor eist. Waar blijf ik dan?

Zou het voorgaande een gezonde redenering zijn? Helaas, ik ben geen jurist. Dus zal er wel een verkeerde kronkel in mijn gedachten schuilen. Jammer, heel jammer. Oegstgeest W. J. H. Baart

Mest in oceanen In Trouw van 2 januari pleit prof. Schuiling voor het bemesten van oceanen. We hebben in Nederland geen mestprobleem maar lokale overschotten, de mest moet dus naar 'mestarme' gebieden, redeneert hij. De oplossing (of liever de 'verdunning') van professor Schuiling voor dit probleem is er een waarbij hij een van de laatste natuurlijke gebieden onder menselijke beïnvloeding wil brengen. Oceanische woestijnen zijn naar ons idee wellicht 'woest en ledig', maar nog altijd wel natuurlijk. Deze woestijnen bemesten geeft misschien verlichting van een lokaal mestoverschot maar daarmee geen oplossing voor de verarming van het gebied waar de nutriĆ«nten vandaan komen. Het is een westers gestuurde oplossing; een verdunning waarna het probleem verdwenen lijkt. Het wezenlijke probleem, verarming van ontwikkelingslanden en hun bodem zonder daar de voedingsstoffen terug te brengen, raakt zo uit de politieke sfeer.

Het experiment is bovendien niet van gevaar ontbloot. Te weinig geeft Schuiling aandacht aan mogelijke kwalijke neveneffecten zoals plotselinge groei van ongewenste algen. Het voordeel van het idee is dat het duidelijk maakt dat onze mineralenboekhouding mondiaal moet worden. Wij moeten ons afvragen of we niet aan onderontwikkelde/-bemeste gebieden onze vleesproductie moeten overlaten. Dit geeft een grote reductie in CO2 uitstoot door vermindering van vervoer van laagwaardige voeding naar Nederland. Deze weg is minder spectaculair maar wel milieuvriendelijker. Culemborg Pieter Kleingeld vakgroep Geochemie, Universiteit Utrecht

mailIcon print |