Van onze redactie economie AMSTERDAM - Het lijkt op een soort instinct. Want er mag veel moois te zien zijn in de wereld, toeristen moeten met alle geweld naar plekken waar ze niet verder kunnen, onherbergzame kapen van waar lemmingen zich in zee plegen te storten.
Dat deze toeristisch attractieve plaatsen veel geld waard zijn, weten ze in Groot-Brittannië het best. Land's End, de westelijkste punt van Engeland, is al sinds 1981 particulier bezit, is sindsdien een paar keer van eigenaar veranderd en wordt nu opnieuw te koop aangeboden.
De huidige eigenaar, de in Nieuw-Zeeland gevestigde Gulf Resources Pacific, wil zich concentreren op haar vastgoedactiviteiten in eigen land. Daarom verkoopt Gulf niet alleen Land's End, maar ook het meest noordelijke punt van Schotland, John o'Groats. De vraagprijs voor de twee objecten samen is 5,5 miljoen pond, bijna 13,8 miljoen gulden.
De eventuele koper krijgt er wel wat voor terug. Want tot verontwaardiging van veel Britten is het veertig hectare grote terrein rond de plek waar de rotsen uit zee oprijzen - het eigenlijke Land's End - slechts tegen betaling toegankelijk. Toch komen er jaarlijks 500 000 mensen, die er kunnen overnachten en in diverse restaurants en worsttentjes wat kunnen eten.
Karin Schaedtler, auteur van de Dominicus-reisgidsen over Schotland en Zuidwest Engeland, vindt het uitzicht vanaf Land's End indrukwekkend.
Toch is voor haar de plek te veel een pretpark geworden. Liever gaat ze kijken in Mousehole, een dorpje, dat een paar kilometer ligt vóór het einde van Engeland.
Jan de Groot
Schaedtler is zeer gecharmeerd van Schotland, maar aan John o'Groats is volgens haar niet veel te zien. “Het is nu eenmaal het meest noordelijke punt”. Daarom en omdat je vandaar de oversteek kunt maken naar de Orkney-eilanden, komen er jaarlijks nog zo'n 250 000 toeristen. Leuk voor de Nederlanders onder hen is dat een landgenoot - een zekere Jan de Groot - zich in de vijftiende eeuw in dit winderige oord vestigde en er zijn naam aan gaf.
Volgens de legende konden zijn talrijke nazaten het niet eens worden wie er aan het hoofd van de tafel mocht zitten. Men bouwde ten einde raad een achtkantige tafel om iedereen tevreden te stellen en die vorm heeft nog steeds het enige hotel van John o'Groats. Je kunt er trouwens niet eten want de Britse keuringsdienst van waren heeft de keuken afgekeurd.
Dat is beter verzorgd op de Noordkaap in Noorwegen, het noordelijkste puntje van Het Europese vasteland. Er is één groot restaurant en dat zit altijd stampvol. Althans in de twee maanden per jaar als er toeristen komen. Een telefooncel staat er ook op de Noordkaap, maar een kermis is het niet, zegt H. A. Hoogendoorn, bewerker van de ANWB-reisgids over Noorwegen. De Noordkaap is niet echt het noordelijkste punt. “Dat ligt een paar kilometer verderop maar het is levensgevaarlijk om daar naar toe te gaan.”
Ook aan de Noordkaap is - aldus Hoogendoorn - weinig te beleven, zeker als de niet ondergaande zon achter de wolken verborgen blijft en dat gebeurt nog al eens. Toch zijn ze er wel, landschappelijk spectaculaire kapen, die ook aan de voorwaarde voldoen dat ze uiterste punt zijn.
Reisgidsenschrijver Dirk van Beek noemt Slea Head in Ierland. Mooi en rustigt met slechts één café “waar wel eens iemand zit.” Slea Head strijdt met Cabo Fisterra in noordwest Spanje om de eer van Europa's meest westelijke plek. Cabo Fisterra heeft vijf hotels met 98 bedden maar de smalle bergwegen er naar toe beperken de drukte.
Nog stiller is het twintig kilometer verderop bij de Cabo Touriñan. Schitterend maar doodstil en dus commercieel niet interessant. Dat is wel anders bij het Point du Raz in Bretagne, het westelijkste punt van Frankrijk. Niet zo erg als Land's End maar de afzichtelijke parkeerplaats voor honderden auto's heeft veel verpest.
Nee, dan het noordelijkste punt van Nederland op het eiland Rottumerplaat, eigendom van de Domeinen. Een eldorado voor vogels en zeehonden. Maar mensen worden er niet toegelaten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.