*

 
dossier

Archief

Peter Ultee, Euro stage

PETER VAN DER LINT − 27/08/98, 00:00

'De Parelvissers', 'Lucia di Lammermoor', 'Rigoletto', 'La Traviata', 'Carmen', 'Aida', 'Madama Butterfly' en 'Il Trovatore'. Klinkende namen van zeer populaire opera's. Bij de gevestigde Nederlandse opera-instituten staan deze titels echter sporadisch op het affiche. 'Rigoletto' en 'La Traviata' waren in het recente verleden nog bij De Nederlandse Opera te zien, 'Carmen' wordt daar volgend seizoen opgevoerd. Maar al deze titels in één seizoen?

Geen enkel serieus operagezelschap zou zich er (ondanks de ongetwijfeld uitverkochte zalen) aan wagen. Populaire titels worden daar afgewisseld met 'moeilijke' werken, minder bekende titels en nieuw-gecomponeerde opera's.

Toch kan de Nederlandse operaliefhebber het komend seizoen een eigen abonnement samenstellen waarin alle hierboven opgesomde opera's voorkomen. Een opera-pretpakket aangeboden door tournee-organisatie Euro stage, gevestigd in Amsterdam. Euro stage werkt al enige jaren samen met de Staatsopera van Rousse uit Bulgarije en de Staatsopera van Tatarstan (Kazan) uit de Russische Federatie. Kortgeleden kwam daar, ook uit Bulgarije, de Staatsopera van Plovdiv bij. Met die gezelschappen worden tournees georganiseerd van Venray tot Stadskanaal, maar Euro stage opereert ook elders op de Europese markt. Zo organiseert het voor de Staatsopera van Tatarstan een tournee van 'Tosca' door Denemarken; van de andere producties zijn voorstellingen te zien in Lissabon, Porto, Bordeaux, Straatsburg, Russelsheim, Hasslet en Maaseik.

Bij binnenkomst op het kantoor van Euro stage vertelt algemeen directeur Peter Ultee dat hij zojuist de officiële bevestiging heeft gekregen dat het operagezelschap uit Rousse uit het staatsverband is gestapt. Musici en zangers zijn een eigen vereniging begonnen onder de naam 'Donau Opera'. Het is het eerste operagezelschap uit Oost-Europa dat ervoor kiest om alleen verder te gaan, volgens Ultee. “Sinds we met de opera van Rousse samenwerken, heb ik in dat theater al vier directiewisselingen meegemaakt”, vertelt Ultee met ironisch ondertoon, “en al evenzovele ministersvervangingen. De zogenaamde democratische regering is slechter dan wat ze daar vroeger hadden. Ik heb drie keer een minister ontmoet, die van toeten noch blazen wist. Alle deskundigen worden eruit geflikkerd en vervangen door boeren.”

“Om de internationale kwaliteit te waarborgen voor onze Europese tournees huurden wij mensen in voor spraaklessen en brachten wij onze eigen regisseurs in. Het ministerie vond dat allemaal maar onzin, zeker toen duidelijk werd dat bepaalde mensen buiten de boot vielen, omdat ze niet goed genoeg waren. Die uitvallers zijn gaan zieken, waardoor de sfeer uiteraard verpest werd, met als gevolg de nieuwe vereniging. Het staats-toneelgezelschap van Rousse heeft overigens onlangs hetzelfde gedaan. Men is het dictaat uit Sofia beu, men wil echte democratisering. De 'Donau Opera' heeft dan ook geen nieuwe leider benoemd; een board of directors neemt de leiding op zich.”

Door deze verandering is het gezelschap uiteraard het theater in Rousse kwijt, maar Ultee heeft al een theatertje gehuurd, waar de nieuwe 'Donau-Opera' terecht kan. “Voor een gezelschap als dat uit Rousse is het van levensbelang om op tournee te gaan”, vertelt Ultee. “Het basissalaris van de staat is heel gering. Op tournees verdient iedereen zes keer zoveel als met voorstellingen in Rousse. Voor het nieuwe gezelschap zijn tournees nu helemaal een noodzaak geworden. Van de 'Donau Opera' waarnaar tachtig mensen van de Staatsopera zijn overgelopen - dat is negentig procent van het koor en orkest - kreeg ik een fax of ik met hen verder wilde. In de afgelopen vier jaar heeft het gezelschap uit Rousse kwaliteit getoond, dus natuurlijk ga ik met ze verder.”

De keuze voor Rousse heeft Ultee zelf gemaakt, evenals voor het gezelschap uit Kazan. Daarvoor heeft de algemeen directeur vele tochten moeten ondernemen. In de Russische Federatie alleen al zijn negentig operahuizen, die allemaal met ernstige financiële problemen kampen en allemaal dolgraag op tournee willen. Ultee heeft op zijn werkkamer een rij video's met daarop producties van al die gezelschappen. “Veel is helemaal niks”, verzucht hij. “Ik zat soms in mijn uppie in de zaal en er werden speciaal voor mij vijf geheel aangeklede voorstellingen getoond. De 'Aida' van Rousse zag er goed uit. Gespeeld in een toneelopening van tien meter zag de triomfmars er toch heel acceptabel uit. Het koor was fantastisch, het orkest zwak. De regie was gedaan door een timmerman en toch kwam het intieme van 'Aida' eruit.”

“In 1995 heb ik de voorstelling in Nederland aangeboden en er was direct veel belangstelling voor. Als je vijfenveertig voorstellingen kunt slijten, wordt het interessant. Ik heb als voorwaarde in het contract wel vast laten leggen dat ik artistiek wat te zeggen zou hebben. We hebben geïnvesteerd in een aanpassing van het decor en we hebben er een regisseur naar toegestuurd. Het werd een tournee met honderd-en-zestig personen plus onze eigen mensen.”

De belangstelling van de Nederlandse schouwburgen is nog steeds groot. Vooral de nieuwe productie van 'De Parelvissers' blijkt een hit. De schouwburg van Gouda wilde er bijvoorbeeld twee data bij, omdat er zoveel aanvragen waren. “Euro stage is een commerciële organisatie en dat bepaald de keuze van onze titels”, zegt Ultee heel beslist. “Ik kan niet alleen maar een productie als Moessorgski's 'Boris Godoenov' brengen. Deze opera van het gezelschap uit Kazan is tot nu toen mijn mooiste productie. Ik geef voorstellingen altijd cijfers en deze 'Godoenov' kreeg van mij een negen-en-een-half. Zo zag ik in het Moskouse Stanislavski-theater een schitterende enscenering van Rimski-Korsakovs 'Tsaar Saltan', maar zo'n voorstelling komt niet hier omdat het commercieel niet interessant is.”

Peter Ultee ontkent niet dat hij dat jammer vindt, maar er zit ook een andere kant aan. Hij was ooit directeur van theater Frascati en werd op den duur spuugzat van de overheidssubsidies. “De arrogantie van gesubsidieerde kunst is pijnlijk. In mijn Frascatie-tijd heb ik wel voorstellingen gedaan met meer mensen op het toneel dan in de zaal. Het is nu nog zo dat als ik iets exclusiefs aanbied - bijvoorbeeld de Staatsopera van Kiev met 'Chovantsjina' - ik drie maal zoveel geld kan krijgen dan voor 'De Parelvissers'. Als organisatie zijn we afhankelijk van de schouwburgen en van het publiek. De schouwburgen hebben nog nooit iets geweigerd en heel voorzichtig proberen we een ontwikkeling op gang te brengen naar een iets modernere vormgeving. Ons affiche voor 'De Parelvissers' is daar een voorbeeld van. Aan de andere kant moeten we zo'n prachtige traditie als het beschilderen van achterdoeken niet onderschatten. Hier is die kunst helemaal verloren gegaan, maar in de ateliers van Kazan is een hele muur volgeslagen met kleine spijkertjes waarop een vrouw de hele dag bezig is met het knopen van netten. Die worden vervolgens schitterend beschilderd. Dat levert soms kleine wondertjes op, die ook in de Nederlandse theaters met open doekjes worden ontvangen.”

mailIcon print |