Van onze buitenlandredactie AMSTERDAM - Zesduizend Karen-vluchtelingen in het noordwesten van Thailand leven nauwelijks beschermd op de puinhopen van de kampen die anderhalve week geleden afbrandden bij een guerrilla-aanval.
De situatie in het grensgebied tussen Thailand en Burma, waar de afgelopen week verschillende schermutselingen plaatsvonden tussen Karen-rebellen, blijft zeer gespannen. Dat zegt H. Maat, coördinator van ZOA-Vluchtelingenzorg in Thailand.
De vluchtelingen leven nog op dezelfde plaats, vier kilometer van de grens, waar tien dagen geleden rebellen van het Democratisch boeddhistische Karen-leger (DKBA) twee kampen in brand staken. De ontheemden proberen provisorisch hutten te bouwen van plastic om zich te beschermen tegen de hitte en de rondwaaiende as. Er is een tekort aan bouwmaterialen, kookgerei, medicijnen en drinkwater.
Maat noemt de situatie 'zorgwekkend'. “Momenteel is het rustig, maar het voelt als een stilte voor de storm. De vluchtelingen zijn erg bang voor nieuwe aanvallen.” De meesten durven niet meer in het kamp te slapen en zoeken 's nachts bescherming in de nabijgelegen rijstvelden. Het is voor de hulpverleners moeilijk overzicht te houden. Maat denkt dat er enkele duizenden onderdak hebben gevonden bij familie of kennissen, circa zesduizend proberen onder primitieve omstandigheden te overleven.
Voor de kampen Mawker en Wangka proberen de internationale hulporganisaties, in samenwerking met de Thaise overheid, veiliger locaties te vinden in het binnenland. Tot dusver heeft Bangkok zich echter weinig toeschietelijk getoond bij de oplossing van het probleem, uit angst de broze betrekkingen met Burma verder onder druk te zetten. Hulpverleners beschuldigen het Thaise leger van samenwerking met de DKBA, omdat de soldaten niets doen om de vluchtelingen tegen de aanvallen te beschermen. Maat erkent dat het leger zich passief opstelt, maar wijst erop dat bij de aanvallen van tien dagen geleden Thaise soldaten mortiergranaten vuurden op de rebellen.
In brand
Deze week was het opnieuw regelmatig onrustig in het grensgebied. DKBA-Rebellen die samenwerken met de militaire junta van Burma staken afgelopen dinsdag op klaarlichte dag in een Thais grensdorp tweehonderd huizen, overheidskantoren en een pakhuis in brand. Thaise kranten meldden dat DKBA-strijders de rivier de Moei waren overgestoken en een groot aantal panden in Mae Sam Laeb in brand hadden gestoken. Doelwit was het pakhuis met voorraden voor de vluchtelingenkampen.
De naar schatting 100 000 Burmese vluchtelingen in het grensgebied zijn voor het merendeel etnische Karen. Zij steunen de guerrillastrijd van de Karen Nationale Unie (KNU), die sinds 1948 vecht voor autonomie voor de Karen-minderheid. In 1994 scheidde het DKBA zich af. Deze splintergroep van boeddhistische Karen waren ontevreden met de dominantie van de christenen binnen de KNU en gaven hun steun aan de Burmese junta. De aanvallen op de kampen in het grensgebied, die bestaan vanaf het begin van de jaren tachtig, zijn vanaf die tijd verhevigd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.