*

 
dossier

Archief

In Hebron vervaagde zelfs het vuurwerk in grauwe rookwolken

INA FRIEDMAN − 18/01/97, 00:00

HEBRON - Op de heuvel van Tel Roemeida, bij de oude Joodse begraafplaats, stonden gisteren een Joods meisje en een Palestijnse jongen zij aan zij uit te kijken over de stad Hebron. Ze waren naar de plek getrokken - een gebied dat nog onder de controle van Israël valt, maar waar ook 18 000 Palestijnen leven 'samen' met 450 Israëlische kolonisten - door een kluwen mensen, die deelnam aan een opmerkelijke ceremonie. De twee kinderen hadden niet de bedoeling onderwerp te worden van het nieuws, maar de pers leek gisteren iedereen in Hebron te interviewen. “Zal de terugtrekking van Israël het leven hier beter maken?” Beiden schudden instinctief het hoofd, 'nee'. “Waarom niet?” “Omdat we elkaar nog steeds niet vertrouwen”, antwoordde de twaalfjarige Midhad Soeltan.

Die simpele uitleg gaf de stemming weer die in vrijwel heel Hebron overheerste. De dag was na de ochtenschemering begonnen met vuurwerk, toen de Israëliers hun fortachtig hoofdkwartier overdroegen aan de eerste contingenten geüniformeerde Palestijnse politie. De vuurpijlen ontploften in saaie rookwolken inplaats van in kleurrijke waaiers van licht. Ook dat leek symbolisch voor de nieuwe werkelijkheid waarmee geen van beide partijen echt vrede heeft. De kolonisten zeker niet.

Zij hielden daar in Tel Roemeida een traditionele Joodse rouwplechtigheid. Een select groepje van tien man, geleid door rabbijn Dov Lior was hier gekomen om het rouwgebed te zeggen. “Het overdragen van de stad van de Aartsvaderen aan de terroristen staat gelijk met de verwoesting van de stad” reciteerde Lior voor de camera's, voordat hij de mannen voorging in de gebeden. Vervolgens kwam er een Japans scheermes tevoorschijn waarmee de hemden van de treurenden aan stukken werden gesneden - een ritueel bij Joodse begrafenissen. Een van de mannen droeg een T-shirt met daarop de verkiezingsslogan van afgelopen jaar: 'Netanjahoe zal een veilige vrede brengen'. “Ik heb het met opzet aangetrokken” zei hij, “zodat het aan flarden gescheurd kon worden, net zoals zijn beloften.”

Op de tegenoverliggende heuvel, arriveerden bij het 'bevrijde' hoofdkwartier Palestijnen om het hun zeer bekende gebouw te bezoeken. Velen hebben hier gevangen gezeten. Een groep opgeschoten jongens stond luid te zingen: “We zijn allemaal Jihja Ajasj” (de explosievenexpert van Hamas die een jaar geleden werd vermoord door Israël). Hun gescandeer werd niet overgenomen door de menigte, die rustig bleef - onzeker over de reactie van het nieuwe bewind of gewoon verveeld.

“Ik was twee jaar geleden voor het laatst als gevangene in dit gebouw. Vandaag voel ik me een bevrijd man”, zei Mahmoed Kawasme, een ingenieur die in de rij stond om een kijkje in het gebouw te nemen. “Dit is een goede stap, een goede zaak. En als er nu botsingen in de stad komen, kun je er zeker van zijn dat de kolonisten ze begonnen zijn.”

Dat lijkt het gevoel te zijn onder de Palestijnen in Hebron. “Ik ben blij, ook al is onze stad nog niet geheel bevrijd”, zei Niman a-Sjarief, woordvoerder van het gemeentesbestuur. “We zullen proberen de rest vreedzaam te bevrijden. We hebben al drie jaar vreedzaam gestreden en zullen daarmee doorgaan omdat we hebben gezien dat een vreedzame strijd resultaten oplevert. ”

In tegenstelling tot de rust op beide heuvels, bood de Sjoehadastraat - de belangrijkste doorgaansweg die langs de Joodse enclave loopt - een rommelige aanblik van personenauto's en militaire jeeps, gespannen Israëlische soldaten, kwaadkijkende kolonisten en zakelijk uitziende Palestijnen die boodschappen doen op de markt of op weg zijn naar de Ibrahim Moskee (de grot van de Aartsvaderen) voor hun vrijdagse gebed. De gemeenteraad heeft plannen om, met behulp van de Amerikanen, deze problematische straat te verbreden, voetpaden en bloembedden aan te leggen, er de Champs Elysées van Hebron van de maken, maar dan wel met een scheiding, zodat de Palestijnen niet te dicht bij de huizen van de Joden komen. In de zojuist bevrijde gebieden van Hebron was de onooglijke graffiti overgeschilderd en waren posters van Jasser Arafat opgehangen. Maar de Sjoehadastraat was even grauw en onaantrekkelijk als altijd gebleven.

Een jonge Palestijn wenste ons (de pers) een fijne vakantie toe. “We hopen dat het leven hier normaal verloopt, zodat er voor jullie hier geen werk is”, zei hij vrolijk. 'Insjallah!', antwoordden wij net zo hoopvol.

Een uur later stellen de Israëliërs in hun gebied een avondklok in als antwoord op de stenen van Palestijnse jongeren in de Sjoehadastraat.

mailIcon print |