*

 
dossier

Archief

Uitgewaaierd

TIGRELLE UIJTTEWAAL − 28/03/98, 00:00

In het dorp Rotfront in Kirgizië (Centraal-Azië) staan zo'n tweehonderd huizen. In zestig van die huizen wonen Duitse mennonieten die ondanks de communistische terreur nooit naar Duitsland zijn teruggegaan. Hier vormen zij een eigen gemeenschap, kunnen zij hun geloof belijden - godsdienstvrijheid is nu een grondrecht in Kirgizië - en hebben zij land tot hun beschikking.

Vóór de communistische terreur waren bijna alle bewoners van Rotfront afstammelingen van Hollandse en Duitse mennonieten, zoals uitgewaaierde aanhangers van de doperse traditie naar hun geestelijk leidsman Menno Simonsz. (1496-1561) worden genoemd. Het is karakteristiek voor hen dat zij kinderdoop afwijzen, persoonlijke vroomheid benadrukken en zich niet conformeren aan de wereld. De conservatieve groepen kennen een strenge gemeentelijke tucht, hebben geen wetenschappelijk gevormde predikanten en onthouden zich van modern comfort.

In de tweede helft van de negentiende eeuw vestigde een groep mennonieten zich bij Saratov aan de Wolga. Toen het hen daar te werelds werd en verworvenheden als vrijstelling van belasting en dienstplicht werden ingetrokken, besloten sommige mennonieten-families verder te trekken naar Centraal-Azië. Zo is in 1927 het dorp Bergtal ontstaan.

Na de collectivisatie van de landbouw werd Bergtal in 1935 omgedoopt tot Rotfront en met zes andere dorpen samengevoegd tot een kolchoz. Bezit werd afgeschaft, geloof verboden en op scholen werd in het Russisch onderwezen. Omdat de mennonieten zich aan de rand van het sovjetrijk bevonden, konden zij aanvankelijk nog iets van hun cultuur en geloof behouden. Tijdens de Stalinjaren ontkwamen de bewoners van Rotfront echter niet langer aan de terreur. Stalin bestempelde alle etnische Duitsers als staatsvijand. Bijna driekwart van de bewoners van het dorp is - zodra ze konden en met veel moeite vanwege de sovjetbureaucratie en KGB-intimidatie - in de loop der jaren naar Duitsland teruggegaan.

Na het uiteenvallen van de Sovjet- Unie werd het land van de kolchozen opgedeeld en begon iedereen voor zichzelf. Maar niemand had voldoende kennis noch de middelen om het land goed te bebouwen. De meeste inwoners van Rotfront hebben hun land samengevoegd en zijn uit vrije wil opnieuw een kolchoz begonnen. Zij hebben oude Sovjet-machines opgekocht en gerepareerd en zijn gezamenlijk aan de slag gegaan.

Het bedrijf groeit weliswaar en is winstgevend, maar de winst moet geïnvesteerd worden in de coöperatie zodat het dorp meer land, meer verschillende producten en betere machines krijgt. Vorig jaar hebben de dorpelingen een molen gebouwd om het graan dat ze verbouwen tot meel te vermalen. En afgelopen zomer is de bakkerij heropend die tijdens de economische post-sovjetcrisis was gesloten vanwege de haperende meelaanvoer en gebrek aan diesel waarop de ovens werken. De investeringen hebben tot gevolg dat de dorpelingen geen geld zien en nog steeds uitbetaald worden in natura.

De mennonieten hebben een groot aandeel gehad in de oprichting van dit gezamenlijke landbouwbedrijf. Bij hen heerst van oudsher grote gemeenschapszin. Vanuit hun geloofsopvattingen leven zij in een gemeente waarin iedereen elkaar helpt. Ook de bloei van de nieuwe kolchoz kan op hun conto geschreven worden. Zij zijn landbouwers in hart en nieren en worden bovendien gesteund door verwanten in Duitsland waardoor het dorp ook over wat geavanceerdere landbouwapparatuur beschikt.

De mennonieten leven niet alleen van akkerbouw, maar ook van veeteelt. Ieder gezin heeft één of twee koeien. Een Kirgiziër uit het dorp hoedt die koeien in de bergen. Aan het einde van de dag jaagt hij hen terug naar het dorp. De koeien weten waar ze wonen en lopen ongeleid terug naar hun stallen.

De Sovjets hebben de cultuur en tradities van de mennonieten niet ongemoeid gelaten. Zo'n vijftig jaar lang mocht in het dagelijks leven niets blijken van de godsdienst die zij onderaards toch bleven beoefenen. De gebruiken die toentertijd zijn weggevaagd, doen nu langzaamaan hun herintrede. De mennonieten dopen weer hun bekeerlingen, sommige vrouwen dragen weer hoofddoekjes en zij kunnen weer openlijk gebeden lezen voor de maaltijd en hun vieringen houden, waarbij overigens de teksten van Menno Simonsz. nog gepredikt worden. Mennonitisch zijn ook de broodjes met een toefje erop - twibak - die de Duitsers eten, de lange rokken die de vrouwen dragen en het vlechtwerk in het haar van de meisjes.

De mennonieten hebben in hun huidige cultuur ook gebruiken uit de sovjetperiode opgenomen. Op 1 mei vieren zij de Dag van de Arbeid met een picknick voor het hele dorp. Terwijl de oudere mennonieten voorbereidingen treffen voor de picknick, gaan de kinderen de bergen in om voor iedereen tulpen te plukken.

Sommige mennonieten in Rotfront twijfelen nog over een terugkeer naar Duitsland, maar de meesten geloven dat zij in Kirgizië hun leven beter kunnen inrichten naar hun eigen geloofsopvattingen.

mailIcon print |