*

 
dossier

Archief

Menno's 'eigen gezicht' blijft wat duister

Door: redactie − 05/02/96, 00:00

Van een medewerkster LEEUWARDEN - Wie kent ze als Maarten en Johannes, Luther en Calvijn? De doopsgezinden duiden 'hun' reformator familiair aan met zijn voornaam Menno. In andere landen heten ze er zelfs naar: Mennonieten. Menno Simons werd geboren in 1496 in Witmarsum, nu vijfhonderd jaar geleden. De sterk vergrijzende Algemene doopsgezinde sociƫteit, die in 1993 vijftienduizend leden telde, organiseert dit jaar rond deze gelegenheid een herdenkingsprogramma: 'Menno Simons 500'.

De aftrap werd vrijdag gegeven met een door de doopsgezinde sociĆ«teit en de Fryske Akademy gezamenlijk gehouden congres 'Menno Simons en zijn tijd'. In de doopsgezinde kerk in Leeuwarden verzamelden zich naar schatting tweehonderd geïnteresseerden om te horen over onderwerpen als Menno's functioneren als priester, zijn plaats in de vaderlandse geschiedschrijving, de vervolging van doopsgezinden en zijn theologie in historisch perspectief.

Leverworst

J. A. Mol van de Fryske Akademy begon zijn verhaal met een opmerking die hij vaak hoort: “Friese geschiedschrijving, weet je wel waar je aan begint?” Hij gaf toe dat het niet eenvoudig is: “De Friese geschiedschrijver lijkt door het gebrek aan bronnenmateriaal op een slager die leverworst moet maken zonder lever.” Menno Simons' levensgeschiedenis moet dan ook uit kleine brokjes informatie worden gereconstrueerd. Het boekje 'Menno Simons, leven beeld en boodschap' van Prof. Dr. Sjouke Voolstra, ook spreker op het congres, schetst Menno's leven in grote lijnen.

Menno maakte als vierjarige de eeuwwisseling mee die de helft van het millennium afsloot. Deze inspireerde, net als de komende overgang naar het jaar 2000, tot eschatologische bespiegelingen. Vooral in de jaren twintig van de zestiende eeuw zagen mensen politieke onrust, ziekten en overstromingen als tekenen dat het einde van de wereld nabij was. Angst voor de dag des oordeels leidde ook tot discussie over de zuivering van kerk en wereld die daaraan vooraf zou gaan. Nadat Luther de kerk van Rome als de 'hoer van Babylon' aan de kaak had gesteld verspreidden geruchten over hervorming zich snel door Europa.

In Friesland ontstond, naast andere hervormingbewegingen, een jonge doopsgezinde groep. Een kleermaker had zich in Straatsburg opnieuw laten dopen en predikte in Friesland. Hij werd daarvoor in Leeuwarden terechtgesteld.

Menno Simons werkte in die tijd als vicaris in Pingjum. De twijfel kwam al snel. Had hij werkelijk de macht het brood te veranderen in het lichaam van Christus? Was de kinderdoop wel bijbels gefundeerd? Hij bestudeerde de doopsgezinde opvattingen en kreeg veel waardering voor hun oprechte, boetvaardige vroomheid. Toch aanvaardde hij in 1532 het priesterambt en hij bleef op zijn post tot een bloedbad, waarbij een aantal dopersen onder wie zijn broer, werd afgeslacht, hem van gedachten deed veranderen. In 1536 stapte hij uit de kerk. Hij trouwde en verhuisde naar Groningen omdat de vervolgingen daar minder heftig waren. Een jaar later werd hij door leiders van de doperse beweging benaderd om 'oudste' te worden. Zijn taak zou zijn de geweldloze tak van de dopersen te leiden. Hij stemde toe en keerde terug naar Friesland.

De boodschap die hij bracht was revolutionair. De bijbelse opdracht tot boetedoening kon niet in de eerste plaats worden ingevuld met sacramenten. Als deze niet door een werkelijk boetvaardig leven werden ondersteund vond hij ze slechts magische rituelen. Hij wees de kinderdoop af omdat aan de doop boetedoening vooraf moet gaan. Menno riep op tot geweldloosheid en het weigeren van overheidsambten. Een overheid die gelovigen het hoofd afhakte, kon volgens hem geen aanspraak maken op de typering 'christelijk'. Ook spoorde hij zijn volgelingen aan tot een sober en deugdzaam leven en gehoorzaamheid aan Gods woord.

In 1544 trok hij naar het Rijnland en woonde hij in verschillende Duitse steden. Daarvandaan maakte hij reizen naar doopsgezinde gemeenschappen van in de Nederlanden tot in Polen. Onomstreden was hij ook onder zijn eigen aanhangers niet. Er was kritiek op zijn onverdraagzaamheid tegenover andere hervormingsgezinden. Zo ging hij, onder druk van een deel van zijn aanhangers, akkoord met een harde tuchtpraktijk die ertoe kon leiden dat zelfs echtgenoten elkaar niet meer mochten zien. Dit leidde tot de afscheiding van de Waterlandse doopsgezinden en het verbreken van de contacten met de Zuidduitse dopers. Hij zou van het besluit tot op zijn sterfbed spijt hebben. Menno overleed in 1561.

De geschiedenis van Menno Simons is vooral door doopsgezinden opgetekend. Andere geschiedschrijvers hadden weinig belangstelling voor de enige Nederlander naar wie een kerk is genoemd. Maar zelfs doopsgezinde geschiedschrijvers beschreven hem zeer verschillend. Zij pasten zijn woorden vaak aan de heersende tijdgeest aan. Zijn 'eigen gezicht' is dan ook moeilijk te reconstrueren. Wat kan dan nog de betekenis zijn van Menno Simons voor de hedendaagse doopsgezinden?

Volgens Voolstra is Menno's exclusief bijbelse normativiteit van het geloof nog steeds actueel in een tijd waarin geloof alles kan betekenen. Zijn gedachten rond 'wereldmijding' krijgen ongewild weer relevantie. Voolstra schrijft: “Zonder welomlijnd commitment met haar Heer en zonder onderlinge solidariteit van haar leden, is de kerk gedoemd in de samenleving te vervloeien.” En nog steeds kan de verbinding tussen het spreken van de kerk en haar daden mensen inspireren zich daadwerkelijk in te zetten voor verwezenlijking van hun idealen.

Anton van der Lem, die op het congres sprak over Menno in de geschiedenis, merkte echter op dat de doopsgezinde belangstelling voor en kennis van Menno's leven en betekenis niet overhoudt. “Dat ziet er dus niet hoopgevend uit. Althans niet wanneer u van een historicus ondersteuning verwacht voor een actie - om in de termen van de dag te spreken - 'Hou Menno in de lucht'.

Misschien brengt dit 'Menno-jaar' daarin verandering. Wie meer over Menno Simons wil weten, kan in lokale gemeenten diverse activiteiten bijwonen. Maar ook op landelijk niveau is er van alles te beleven. Zaterdag werd in het Fries Museum in Leeuwarden een tentoonstelling geopend over Menno's leven. Daar werd ook een CD gepresenteerd met Menniste liederen. Verder staan nog een Europese conferentie in Elspeet, een symposium aan de Universiteit van Amsterdam en een internationaal jongerencongres in Groningen nog op het programma. De slotmanifestatie is op 16 november.

mailIcon print |