Van een onzer verslaggeefsters UTRECHT - De media zouden een half jaar niet moeten berichten over ouders die hun kinderen hebben gedood. Dit kan volgens de Utrechtse psychotraumatoloog prof. dr. W. Wolters meer gevallen helpen voorkomen, want bij de recente gevallen zijn volgens hem in huis krantenknipsels over eerdere kindermoorden gevonden.
Volgens Wolters, die in het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht werkt, bestaat er een samenhang tussen de tien gevallen van kindermoord in Nederland in het afgelopen jaar. Wolters: “Bewijzen kan ik het niet, het is vooralsnog een gevoel, dat ik deel met een aantal andere deskundigen. Je kunt een aantal conclusies trekken uit de manier waarop de kinderen zijn gedood. Er is duidelijk sprake van een leer- en besmettingseffect, naast het feit dat er krantenknipsels in de ouderlijke huizen zijn gevonden.”
Volgens hem is zo'n serie kinderdodingen, waarbij meestal meer kinderen waren betrokken, de laatste 50 jaar in West-Europa niet voorgekomen. “Je ziet met name in Frankrijk of Italië wel eens dat een hele familie zich van het leven berooft. Maar zo'n reeks multiple kindermoorden was niet eerder bekend.”
Wolters bepleit naast mediastilte ook onderzoek naar de oorzaken van kinderdodingen en de invloed die de media daarop hebben uitgeoefend. Hij heeft daarvoor al een voorstel klaar. De afgelopen dagen is hij zelf druk in de weer geweest met de media. Vorige week waarschuwde hij naar aanleiding van de drievoudige kindermoord in Hoofddorp op RTL 4 voor een volgend drama. Dat deed zich vrijdag voor. Gisteren en vandaag staat Wolters in een aantal dagbladen en later deze week in een weekblad. “Ik ben in overleg met voorlichters en bevriende journalisten naar buiten getreden om de boodschap van mediastilte uit te dragen. Vanaf morgen zal ik zelf ook niets meer zeggen.” Wolters denkt niet dat zijn boodschap tijdens informeel overleg tussen hem en de media - zonder een artikel of televisie erbij - effectief zou zijn overgekomen.
Wolters geeft de media niet de schuld van de kindermoorden, want hij onderkent de noodzaak van informatievoorziening. “Maar opgeteld bij de geïsoleerdheid en de persoonlijke omstandigheden van de daders, lijkt publiciteit een impuls te geven voor hun daden. De media zouden een stilte in acht kunnen nemen, omdat er een groot maatschappelijk belang mee is gediend.”
De hoogleraar is deskundig op het gebied van traumaverwerking na zelfdoding, alsmede de moord op kinderen of een partner. Hij denkt dat potentiële daders de mogelijkheid van een negatief heldendom, een soort martelaarschap, moet worden ontnomen. “Iedereen heeft kunnen zien hoeveel portretten er de afgelopen week zijn uitgezonden over het drama in Hoofddorp, waar drie kinderen werden omgebracht.”
Volgens Wolters is uit studies bekend hoe beïnvloedbaar mensen in bepaalde situaties kunnen zijn. “Veel zaken zijn op dit punt voldoende gedocumenteerd. Daders kunnen zich gelegitimeerd voelen voor een misdrijf, door de samenloop van de aandacht in de media en de specifieke omstandigheden in hun situatie”, zegt hij.
Woordvoerders van de politie in Breda en Hoofddorp - waar zich recent twee kinderdodingen voordeden - zien weinig in de boodschap van Wolters. De woordvoerder van Hoofddorp “zou niet weten wat de invloed van media is op potentiële daders. Dat weten we immers bij andere misdrijven ook niet. Daar zijn therapeuten en psychologen voor. Als ik mijn kop in het zand steek en een dergelijke zaak in de media ontken, krijgen we problemen. Dan gaat het allemaal een eigen leven leiden. Wij proberen door zakelijke berichtgeving de regie goed in de hand te houden, ook om de naaste familie van de slachtoffers en daders te beschermen. Dat is wat betreft de kindermoord in Hoofddorp gelukt.” Ook de woordvoerder van Breda kiest voor openheid, om een wildgroei aan geruchten tegen te gaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.