Minister Borst liet zich in de Verenigde Staten inspireren en verdedigt donderdag in de Kamer haar Tabaksnota, waarin het roken ook hier verder aan banden wordt gelegd. Daarbij stuit zij op de machtige tabaksindustrie, die een ban op alle sigarettenautomaten weigert te accepteren. Maar ook is er de magische aantrekkingskracht die de sigaret nog altijd heeft: “Maar heel weinig mensen zouden roken als het gezond zou zijn.”
Stoppen kost haar geen enkele moeite. Tussen twee sigaretten door gaan er soms uren voorbij dat ze niet rookt. Als het pakje leeg is, en het regent buiten, zelfs wel eens een hele dag. Het prettige is: hoe vaker ze stopt, des te lekkerder de volgende sigaret. Innig tevreden besluit ze elke avond weer dat ze morgen opnieuw zal stoppen met roken. Of overmorgen. Ze is niet verslaafd aan haar eeuwige Marlboro Lights, ze geniet alleen van de uitgestelde tijd. “De perfecte oplossing”, propageert ze al jaren. In elk geval rookt ze er minder door.
Het valt niet mee om te roken, maar dat weten we eigenlijk al bijna vijfhonderd jaar. Christoffel Columbus ontdekte op zijn reis naar Amerika de tabak. De allereerste keer dat er, rond 1500, in een geschreven document melding wordt gemaakt van de 'gedroogde kruiden die gewikkeld zijn in bepaalde bladeren', wordt er meteen ook al geconstateerd dat die rookstokjes behoorlijk verslavend zijn. De Spaanse matrozen en eerste kolonisten waren er gek op. “Ze inhaleren het of vangen het op met hun adem in hun binnenste, die rook waarmee ze hun vlees in slaap brengen en bijna dronken worden”, schrijft Bartholomé de Las Casas, reisgenoot van Columbus. “Ik heb Spanjaarden gekend die zich hadden aangewend ze te gebruiken. Toen ik hen een reprimande gaf, zeggende dat het een ondeugd was, antwoordden ze dat ze niet bij machte waren op te houden het te nemen.” Verbaasd constateert De Las Casas dat het niet eens lekker is. Hij begrijpt niet wat de rokers bezielt.
Het moet de ambtenaren, politici en voorlichters die bijna vijf eeuwen later nog steeds vechten tegen diezelfde tabak wel eens zwaar te moede worden. Vijfhonderd jaar dezelfde argumenten tegen het roken, dezelfde vertwijfeling over de aantrekkingskracht van een product dat nota bene stinkt, smerig smaakt, ziekte veroorzaakt, doodt. Tabak is bijna te zielig om tegen te vechten. En wat is de anti-rooklobby nu opgeschoten in al die eeuwen? Rookverboden in openbare gebouwen lijken een ultramoderne maatregel. Een misverstand. In 1631 verbood het parlement van Parijs het roken in gevangenissen. Een paar decennia later werd in de Franse stad Colmar zelfs een algemeen rookverbod van kracht. Aanleiding vormden - toen al - de alarmerende rapporten over de gevolgen van het roken voor de gezondheid.
“Soms vraag je je inderdaad wel eens af: hoeveel zijn we nu opgeschoten”, beaamt Theo van Iwaarden, op het ministerie van Volksgezondheid, welzijn en sport belast met het rookbeleid. Maar van Iwaarden heeft het dan niet over de afgelopen vijfhonderd jaar, maar slechts over de laatste decennia. In sombere buien trekt hij uit zijn kast wel eens de stapel papieren te voorschijn uit begin jaren zeventig. Het verslag van de eerste 'interdepartementale commissie beperking tabaksreclame'. Daarin staat minutieus beschreven op welke bushokjes er wel of geen reclame gemaakt mag worden voor sigaretten. In welke bladen. Hoe lang de reclame mag duren. Hoe groot. Hoe vaak. “En in 1996 discussiëren we nog steeds over bushokjes en bladen”, zegt Van Iwaarden.
Het grote verschil met vijfhonderd jaar geleden is dat de vage vermoedens over de gezondheidsrisico's van roken nu harde cijfers zijn. Sinds 1963 weet Nederland dat rokers een groot risico op longkanker lopen. Roken is inmiddels becijferd als doodsoorzaak nummer één, met 30 000 mensen die elk jaar voortijdig overlijden. Van alle jongeren die roken, zal - tenzij zij tijdig stoppen - de helft uiteindelijk aan hun geneugte overlijden. Pas in 1981 verscheen op de pakjes sigaretten en shag voor het eerst het verplichte opschrift: 'Roken schaadt de gezondheid, het kan longkanker of hartklachten veroorzaken'.
Het ging allemaal stapje voor stapje, volgens de traditie van de Nederlandse overlegcultuur. Roken moest mogen. Maar hoe lang nog? Ook in Nederland zijn de geesten rijp voor een harder beleid. Roken wordt, voorspellen deskundigen, binnen een paar jaar in Nederland net zo'n taboe als het nu al is in de Verenigde Staten. “De afgelopen jaren is steeds weer gebleken dat wij de ontwikkelingen in de VS volgen”, zegt adjunct-directeur Ben Baan van Stivoro, de organisatie die campagne voert tegen roken. “In 1985 werd in de VS het roken in openbare gebouwen verboden. Nederland vond dat maar typisch Amerikaans. Vijf jaar later hadden wij zelf ook een rookverbod.”
Voor de Nederlandse overheid is de VS niet alleen een vaag voorbeeld, maar een directe inspiratiebron. Komende donderdag bespreekt minister Borst in de Tweede Kamer haar Tabaksnota, met daarin een serie nieuwe maatregelen die het roken verder aan banden moeten leggen. Voor het eerst zal, is het voorstel, de verkoop van tabak aan jongeren beneden de 18 jaar worden verboden. De industrie krijgt ongeveer twee jaar de tijd om een bijpassende sigarettenautomaat te ontwikkelen en anders zullen ook de automaten moeten verdwijnen. Precies dezelfde maatregelen zijn ook door president Clinton afgekondigd, vorige week, al gaat Clinton de automaten direct verbannen. De synchroniteit is geen toeval. Het beleid dat Borst komende week met de Kamer bespreekt, is rechtstreeks ontleend aan het Amerikaanse beleid. Borst is vorig najaar op bezoek geweest bij haar Amerikaanse ambtsgenoot om het tabaksbeleid te bespreken.
Clinton gaat wel veel verder dan Borst. In de VS is tabak voortaan officieel een verslavend middel, net als alcohol en drugs. De verkoop wordt aan banden gelegd. De beruchte Food and Drugs Administration gaat toezicht houden. De Amerikaanse sigarettenfabrikanten, die de wereldmarkt in handen hebben, hebben het opgevat als een regelrechte oorlogsverklaring, nog maar één stapje verwijderd van de totale drooglegging.
De paniek en de woede bij de industrie zijn onderdeel van het steekspel. Ook in Nederland, waar de tabaksindustrie ach en wee klaagt over het verschrikkelijke onrecht dat hen in de nieuwe Tabaksnota wordt aangedaan. “Het kan niet zo zijn dat wij jaar in jaar uit met nieuwe beperkingen worden geconfronteerd. De grens is bereikt”, verkondigt het Bureau voorlichting Tabak.
Het is maar hoe je het bekijkt. Zo slecht gaat het niet met de tabaksproducenten in Nederland. Het gaat hen zelfs erg goed. Ze halen bedrijfsresultaten om jaloers op te zijn. De verkoop van sigaretten in Nederland stijgt, nog elk jaar. Vorig jaar is er voor 3,9 miljard gulden aan sigaretten verkocht en voor 1,7 miljard gulden aan shag. Daarnaast is Nederland binnen de Europese Unie de belangrijkste exporteur van tabak. Philip Morris (Marlboro) heeft een sigarettenfabriek in Bergen op Zoom, BAT (Gladstone) produceert in Amsterdam, en daarnaast zijn er nog vier fabrieken die shag op de markt brengen. Ook de export (vorig jaar voor 3,6 miljard gulden) stijgt. Tel daarbij het voor de industrie verheugende nieuws dat vorig jaar in Nederland het aantal rokers weer is gestegen, zowel onder volwassenen als onder jongeren. De industrie zit stilletjes op rozen.
De vraag is zelfs gerechtvaardigd of de tabaksindustrie in Nederland niet te veel invloed heeft op het overheidsbeleid. “De industrie zit nota bene aan de onderhandeltafel met ambtenaren en de minister”, zegt Ben Baan van Stivoro. “Het is niet te verdedigen dat over een product dat zo schadelijk is als tabak, met de producenten handjeklap wordt gespeeld.”
Al dertig jaar wordt er door de overheid met de industrie onderhandeld, elke keer als de overheid nieuwe beperkingen wil doorvoeren in de tabaksreclame of de verkoop. Het idee is dat vrijwillige afspraken beter werken dan wettelijke dwang. Minister Borst is echter niet tevreden over de resultaten. In haar nota valt, tussen de regels door, te lezen dat het wel eens de laatste keer zou kunnen zijn dat er afspraken worden gemaakt. Na 1999, als de huidige Reclamecode voor tabaksproducten afloopt, wil de overheid desnoods zèlf kunnen bepalen wat mag en niet mag.
De laatste onderhandelingen zijn het afgelopen jaar moeizamer dan ooit verlopen. Niet alleen omdat de industrie zich keihard opstelt, maar ook omdat het ministerie van VWS op belangrijke punten geen steun wist te krijgen van het departement van economische zaken, dat jaarlijks netto 2 miljard gulden op de handelsbalans dankt aan de tabaksindustrie. Bij EZ heeft de industrie een zeer succesvolle lobby.
Al vóór de onderhandelingen werd duidelijk dat Borst het niet voor elkaar zou krijgen om in Nederland, net als binnenkort in de VS, voortaan de verkoop van tabak via sigarettenautomaten te verbieden. Het plan was onbespreekbaar. “Anders gaan de fabrikanten van sigarettenautomaten failliet”, meende het ministerie van EZ. VERVOLG OP PAGINA 2
OORLOG AAN DE SIGARET VERVOLG VAN PAGINA 1
Het voorstel bracht het door de opstelling van EZ zelfs niet tot de onderhandelingstafel. Toen de ambtenaren eenmaal aan de lange serie gesprekken met de tabaksindustrie begonnen, werd daarentegen meteen een compromis op tafel gelegd: de sigaretten-automaten mogen blijven, als de industrie maar zorgt dat jongeren de apparaten niet kunnen bedienen. Voor de industrie betekent dit gewoon: uitstel. De technische aanpassing kan jaren duren, en veel haast zullen de fabrikanten wel niet hebben. Ze hebben de automaten hard nodig, als straks de supermarkten en de tabakswinkels geen sigaretten meer aan jongeren mogen verkopen.
In de tabaksnota die de Kamer deze week gaat bespreken, mag het compromis natuurlijk geen compromis heten. Met verve zal Borst haar 'aangepaste sigarettenautomaat' verdedigen. In de wetenschap dat ze van de Kamer best met een harder voorstel had mogen komen.
Borst is zeker niet de eerste minister die met de lobby van de industrie te maken krijgt. Haar voorganger Simons maakte het in 1993 ook al eens mee. Simons wilde dat de billboards met sigarettenreclame uit het straatbeeld zouden verdwijnen. De industrie weigerde. Totdat de Kamer ingreep en met een motie dreigde. Het kabinet liet minister Andriessen van economische zaken een half uur voor het debat een oplossing forceren. “Laat die lobbyisten even naar beneden komen”, vroeg Andriessen. In een kamertje sprak hij de tabaksindustrie toe. “Als jullie de billboards niet inleveren, zal de Kamer je nog veel meer afpakken. Kiezen of delen”, luidde de boodschap. Nog geen halve minuut later was de deal rond.
Op het ministerie van VWS wordt nauwkeurig geregistreerd welke maatregelen door de tabaksindustrie het felst worden bestreden. “Hoe harder het protest, hoe effectiever blijkbaar ons voorstel is”, redeneert ambtenaar Theo van Iwaarden. De aangekondigde accijnsverhoging van twee kwartjes (inclusief BTW) stuit op fel verzet van de tabaksindustrie. “Zeer interessant”, vindt de ambtenaar. “Blijkbaar vreest men een dalende verkoop.” Hij had eenzelfde protest verwacht tegen het nieuwe verbod op de verkoop van sigaretten aan jongeren beneden de 18 jaar. Maar bijna probleemloos is de industrie daarmee akkoord gegaan. Wat mag dat betekenen?
Stivoro, de organisatie die campagne voert tegen het roken, laat al jaren onderzoek doen naar het rookgedrag van Nederlanders. Elk jaar wordt het onderzoek herhaald. Wat blijkt? Jongeren zijn niet alleen fervente rokers, maar zij kunnen ook geweldig liegen over hun rookgedrag. Zij houden steeds vaker voor hun ouders geheim dat zij regelmatig een sigaret opsteken. “Niet alleen de jongste kinderen. Tegenwoordig vertellen zelfs 18-jarigen niet aan hun ouders dat ze roken”, zegt Henk Stegeman, projectleider jeugdvoorlichting bij Stivoro. “Als hun ouders er bij zijn, geeft maar 20 tot 22 procent van de jongeren toe dat ze roken. Als je het hen onder vier ogen vraagt, blijkt 46 tot 48 procent regelmatig een sigaret op te steken.”
Stegeman weet wel waarom de tabaksindustrie helemaal niet zo bang is voor het komende verkoopverbod aan jongeren. “Omdat de industrie de jongeren toch wel blijft bereiken. Het lukt ze nu ook, terwijl het officieel is verboden om reclame te maken die gericht is op jongeren. Er zijn zoveel manieren om de regels te omzeilen. Een leeftijdgrens is misschien zelfs wel aantrekkelijk. Het maakt roken nòg spannender. Jongeren roken vaak omdat ze vinden dat het hen volwassen maakt. Dus als je alleen mag roken als je 18 jaar bent, is het nòg aantrekkelijker om mee te doen.”
De nieuwste Stivoro-campagne 'Roken, dood- en doodzonde' is bij jongeren zeer goed aangeslagen. Stivoro koos voor een hardere benadering, nadat de vorige, vriendelijker campagnes niet tot resultaat hadden dat het onderwerp roken weer op de agenda kwam te staan bij jongeren en hun ouders. Maar aan het succes van 'Roken, dood- en doodzonde' zit een lastig randje. De campagne is vooral zo'n succes omdat de jongeren het thema lekker heftig vinden. Ze lachen om de posters waarin een pakje sigaretten verandert in een doodskist, grafkuil, crematorium-oven of spookfiguur. Het maakt de kick van het verboden sigaretje alleen maar groter.
Het is voor Stivoro een bijna ondoenlijke taak om met een budget van 7 miljoen gulden per jaar de jongeren te bereiken, terwijl de tabaksindustrie in Nederland naar schatting 250 miljoen gulden aan promotie uitgeeft. “En het grootste deel daarvan wordt op jongeren gericht, want dat zijn de toekomstige klanten”, vermoedt Stivoro. Reclame in de bioscoop verboden? Dan adverteert Camel in het gratis blad voor bioscoopbezoekers. Adverteren op scholen verboden? De Marlboro Road Show biedt op schoolfeesten een discjockey aan. Zogenaamd om 'leisure wear' aan te prijzen, kleding waar het woord Marlboro niet op voorkomt, maar wel met het bekende merkteken erop. Omdat Philip Morris, de producent van Marlboro, beweert dat de Road Show plagiaat is, kan de Reclamecode commissie niets doen.
Is adverteren in het jongerenblad Webber of Yes verboden? In Nieuwe Revu, geen officieel jongerenblad maar wel zeer veel door tieners gelezen, mag het wel. Marktonderzoek onder jongeren verboden? Wat let een 'onafhankelijk' onderzoeksbureau om geheel spontaan bij 12-jarigen wat testjes te doen naar de merkbekendheid van sigarettenmerken?
Op billboards mag geen tabaksreclame hangen, maar op de kleinere reclamezuilen bij bushokjes nog wel. Die hangen dus vol. En de horeca wrijft zich in de handen over de reclamebeperkingen. Sigarettenfabrikanten staan te dringen om cafés en strandtenten van onder tot boven vol te hangen met reclame-uitingen. Soms met bijna komische effecten. Op heel wat terrassen staan deze zomer parasols met langs het doek in grote letters het opschrift: 'Brengt de gezondheid ernstige schade toe'. En dan maar raden welk sigarettenmerk nu weer om je gunsten dingt.
Het valt niet mee om in 1996 nog sigaretten te verkopen, maar het lukt nog best. Zolang roken ongezond is, lukt het zelfs prima. “Maar heel weinig mensen zouden roken als het gezond zou zijn”, schrijft de Amerikaanse publicist Richard Klein in zijn boek 'De Goddelijke Sigaret'. “Als sigaretten gezond waren, zouden ze niet subliem zijn. (...) De wetenschap dat het slecht is, lijkt een absolute voorwaarde te zijn voor verwerking en versterking van de sigarettenverslaving.” Hij denkt dat de industrie ook helemaal geen behoefte heeft aan veiliger producten.
Uit het boek van Klein blijkt dat er in de historie door overheden altijd is gestreden tegen het roken. En vooral tegen de sigaret. De bedelaars van Sevilla zijn volgens de overlevering de eersten die sigaretten draaiden. De kerk sprak haar afschuw uit over het nieuwe genotsmiddel voor de armen. Engelse dandy's haalden in de negentiende eeuw de sigaret naar sjieke kringen, want zij vonden het zo heerlijk verderfelijk om dagelijks 60 sigaretten te roken.
Pas door de grote oorlogen van deze eeuw is de sigaret aan z'n onaantastbare status gekomen. In de Krimoorlog gingen de soldaten massaal aan de peuk, in de eerste wereldoorlog was de Franse Gauloise-sigaret zelfs een patriottisch product. Toen vlak na de eerste wereldoorlog een groep Amerikaanse niet-rokers een campagne tegen de tabak wilde beginnen, werden zij voor het gerecht gedaagd. Zij werden beschuldigd van hoogverraad. Richard Klein denkt dat de meeste rokers diep in hun hart het roken nog steeds als een strijdbare daad beschouwen. En als een noodzaak. “Mensen voelen zich in deze maatschappij soldaten. Ze moeten vechten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.