De roep om daadkrachtig optreden tegen het geweld rond voetbalwedstrijden wordt steeds luider, niet alleen door de recente rellen rond de bekerfinale in Rotterdam. De samenleving pikt het niet meer. Dat moeten alle participanten - KNVB, betaald voetbalorganisaties, rijk, gemeenten, politie, OM - goed beseffen. Verbetering op korte termijn is nodig wil het betaald voetbal kunnen voortbestaan.
In een brief aan de Tweede Kamer in april 1997 legde minister Dijkstal de basis voor intensivering van de bestrijding van voetbalgeweld en vandalisme. Dit leidde tot een beleidskader, ondertekend door alle bij het betaalde voetbal betrokken partijen. Dit is de basis waarop we gezamenlijk voetbalgeweld en vandalisme intensiever moeten bestrijden. De burgemeesters van de gemeenten met betaald voetbal hebben hierbij de rol van regisseur gekregen. Zij toetsen of ieder de taken goed uitvoert.
Kern is en blijft dat de voetbalclubs, en daaraan verbonden de KNVB, als organisator primair verantwoordelijk zijn voor veiligheid en orde in en rond het stadion. Door lokaal goede afspraken tussen partijen te maken en de aanpak op elkaar af te stemmen worden optimale omstandigheden bereikt om voetbalwedstrijden te laten zijn wat ze behoren te zijn: een sportief evenement voor jong en oud, waar een ieder zich thuis voelt. Gelukkig gaat het meestal goed.
De KNVB was boos op collega Peper van Rotterdam, omdat hij vanwege de vrees voor ernstige verstoring van de openbare orde, de bekerfinale vervroegde. Blijkbaar heeft de KNVB in alle drukte uit het oog verloren dat in het (door de Bond ondertekende) beleidskader de handhaving van de openbare orde het primaat heeft gekregen. Commerciƫle belangen, waaronder tv-uitzendingen, en het belang van een ongestoorde voortgang van de competitie zijn hieraan ondergeschikt. Peper heeft op basis van de berichten dat in zijn stad ongeregeldheden zouden uitbreken de aanvangstijd vervroegd.
Als hij dit niet had gedaan zou de situatie nog meer tijd hebben gehad uit de hand te lopen. Iedereen heeft kunnen zien wat die dag in Rotterdam heeft plaatsgevonden. Peper heeft zijn huiswerk klaarblijkelijk goed gedaan. Het was dus logischer geweest als de KNVB hem had gesteund in zijn beslissing. Het zou de KNVB sieren als de bond hem alsnog gelijk geeft. De steden met betaald voetbal zien heus het belang in van betaald voetbal; een bedrijfstak die mag rekenen op een brede belangstelling uit de samenleving. Maar diezelfde samenleving wordt direct geconfronteerd met de gevolgen als een voetbalwedstrijd uit de hand loopt. Het begrip bij inwoners maar ook bij ondernemers voor de onrust en de overlast loopt hard achteruit.
Politie-inzet bij wedstrijden in het betaald voetbal gaat altijd ten koste van iets anders. Bij schaarste van politie is de buitenproportionele inzet bij wedstrijden niet meer te verantwoorden. Zeker in een politieregio met een zeer magere sterkte, zoals IJsselland, betekent dat een voetbalwedstrijd waarbij problemen worden verwacht rechtstreeks ten koste gaat van de beschikbaarheid van politie in de steden en dorpen en dat teams met minder dan de minimale sterkte hun werk moeten doen.
De burgemeester is verplicht er alles aan te doen om een voetbalwedstrijd rustig en veilig te laten verlopen en daarbij de inzet van politie tot een minimum te beperken. Hiervoor zijn vele maatregelen nodig, zowel preventief als repressief. Geen enkele maatregel zal in z'n eentje de oplossing zijn. Maar juist de samenhang van maatregelen maakt dat een vrijwel sluitende keten rond het voetbalgeweld wordt neergelegd. Hierin passen supportersprojecten, de persoonsgebonden clubcard, en effectief optreden van politie en justitie. Als de reguliere aanpak onvoldoende zekerheid biedt kan worden overgegaan tot verplaatsen van een wedstrijd of niet toestaan van toeschouwers van bezoekende clubs. Als laatste middel kan de burgemeester de wedstrijd verbieden.
Vanzelfsprekend opereert de burgemeester bij het nemen van dit soort beslissingen niet solistisch. Op basis van harde informatie, signalen en recente ervaringen wordt met de politie en het OM overlegd. Op basis van de uit het beleidskader afgeleide lokale afspraken is voor alle partijen duidelijk welke maatregelen in welke situatie worden getroffen. De KNVB moet ook de consequenties van de gekozen aanpak willen aanvaarden. Soms kunnen beslissingen vallen die niet tegemoet komen aan de optimale belangenbehartiging van de KNVB. Wanneer de KNVB dat niet accepteert dan is de nu gekozen opzet tot mislukken gedoemd.
Ik kan het in mijn gemeente niet goed uitleggen dat de onrust in de stad een uur langer duurt, en daarmee de kans heeft te escaleren, omdat de KNVB wil dat 'de kleine bekerfinale' later begint dan het gebruikelijke tijdstip van 19.30 uur, vanwege de tv-uitzending. De KNVB moet meer oog hebben voor die samenwerking met eerdergenoemde partners. Samenwerken betekent dat het eigen optimum niet altijd gehaald kan worden. Het is goed dat alle partijen dat beseffen.
Omdat ik vertrouwen heb in de KNVB als partner in de strijd tegen het voetbalgeweld en het behoud van het betaalde voetbal, nodigen we in Zwolle de KNVB uit het lokale convenant betaald voetbal ook te ondertekenen. Daarnaast moet de ingeslagen weg van het beleidskader worden voortgezet. Dit betekent een inzet van alle betrokkenen.
Voetbal is een sportieve strijd op het speelveld. Niets en niemand heeft baat bij een oorlog buiten het veld. Niet tussen groepen die zich supporters noemen, niet tussen de partijen die moeten zorgdragen voor de openbare orde en veiligheid rond het voetballen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.