OMMEN - Een lastpak was het, geen kerk in Nederland wilde hem als dominee hebben. Zo kwam Hermann Friedrich Kohlbrugge in Duitsland terecht, waar in Elberfeld, vandaag precies 150 jaar geleden, de Niederlündisch Reformierte Gemeinde werd geïnstitueerd. Die gemeente bestaat nog steeds. En in Nederland heeft Kohlbrugge een hechte kring van trouwe vrienden voor wie zijn preken na anderhalve eeuw nog actueel zijn.
Wie iets wil weten van het geheim van Kohlbrugge - hoe komt het dat mensen na zo'n lange tijd nog zo warm voor hem lopen - moet naar Ommen. Daar woont de 83-jarige dominee D. van Heyst die vijftig jaar lang redacteur was van 't Kerkblaadje. Een bescheiden periodiek dat tegenwoordig 'Ecclesia' heet, orgaan van de Stichting vrienden van dr. H. F. Kohlbrugge.
Als Van Heyst over de predikant spreekt, overbrugt hij moeiteloos de eeuwen. Hij licht een portretje van de muur van zijn woonkamer, een negentiende-eeuws silhouetje van ds. G. van Duyl, geboren in 1774. “Kijk, Van Duyl was de eerste die Kohlbrugge weer op een Nederlandse kansel haalde, in 1856 in Vianen.”
Daarmee zit Van Heyst midden in de levensgeschiedenis van Kohlbrugge (1803-1875). Na zijn theologiestudie werd hij proponent bij de Hersteld Lutherse gemeente in Amsterdam, de kerk waarin hij was opgegroeid. De jonge hulpprediker bestond het echter om in verzet te komen tegen de verkondiging van een gevestigde predikant, en dat moest hij met schorsing bekopen.
Kohlbrugge bleef vanaf dat moment tegenwerking ondervinden. Hij promoveerde in Utrecht tegen de zin van de theologische faculteit, toelating tot de Nederlandse hervormde kerk kreeg hij niet omdat men vreesde een onruststoker binnen te halen. Het klimaat in de volkskerk was liberaal en men zag in Kohlbrugge - terecht - een scherpzinnige vertegenwoordiger van de gereformeerde richting. In 1833 kwam hij terecht bij Duitse gereformeerden in Elberfeld, waarheen hij na een aantal jaren als ambteloos burger in Utrecht, in 1845 terugkeerde. Door verwikkelingen in de Duitse kerken (de van overheids opgelegde eenwording van luthersen en gereformeerden, met een vaste voorgeschreven liturgie) kwam het in 1847 tot het uitroepen van een zelfstandige gemeente: de Niederlündisch Reformierte. Deze gemeente is Kohlbrugge tot zijn dood trouw gebleven.
Deze levensloop verklaart nog niet de fascinatie die veel rechtzinnige protestanten nog altijd voor Kohlbrugge hebben. Ecclesia heeft zo'n 1500 lezers en op de jaarlijkse conferentie (morgen in de Utrechtse Marcuskerk) komen altijd wel een paar honderd mensen af. Als er ten minste niet op dezelfde dag ook een vergadering van de Confessionele vereniging in de hervormde kerk is, want in die kringen wemelt het van de Kohlbrugge-vrienden. Kohlbrugge bundelt bonders en confessionelen, maar ook leden van andere kerkgenootschappen (chr. en ned. gereformerden, geref. gemeente). Wat hun allen boeit, zijn Kohlbrugges preken. Hij preekte, zoals het ooit in een artikel in In de Waagschaal werd genoemd, het evangelie voor hulpbehoevenden. In de klassieke driedeling van ellende, verlossing en dankbaarheid, zette hij de mensen stil bij hun ellende: Wij zijn allemaal arme zondaars. Daar zette Kohlbrugge dan Christus tegenover. 'Een zware dominee', zou je hem vandaag noemen, maar die kwalificatie zullen zijn aanhangers weerspreken. Want Kohlbrugge preekte voor die arme zondaar nu juist het heil. Om nogmaals In de Waagschaal te citeren: “God en mens worden rechtstreeks met elkaar geconfronteerd, de naam van Immanuel wordt als door een verrukt kind gespeld en de aangevochtenen worden zonder enig voorbehoud getroost.”
Karakteristiek voor Kohlbrugge is zijn kijk op de heiliging. De ellendige mens is dankzij Christus' kruis en opstanding verlost en wil nu in dankbaarheid leven: zijn leven heiligen. Alleen lukt dat vaak zo slecht, en voelt de gelovige zich voortdurend tekortschieten. Wat Kohlbrugge nu zegt is: ook die heiliging is alleen maar in en van Christus. “Het gehoor van Kohlbrugge is de aangevochten mens, die steeds minder weet waar hij zich bergen moet en die met al zijn gelovigheid zich verloren voelt gaan”, vat In de Waagschaal samen.
“Kohlbrugges preken hebben vandaag een scherpe boodschap voor de evangelicalen met hun nadruk op levensheiliging”, zegt ds M.J. Aarents, samen met ds Van Heijst een veteraan van de Kohlbrugge-vrienden. “Zij moeten zich met al hun ijver niet vergissen: je kunt je eigen heiliging nooit bewerken.”
Tijdens zijn leven was Kohlbrugge dan ook afkerig van alles wat naar eigen vrome werken riekte. Hij heeft zich dan ook nooit bij de Afscheiding van 1834 willen laten inlijven. Op die manier de kerk willen redden zag hij als een poging om God het werk uit handen te nemen. Ook van verenigingen moest hij niets hebben, die zag hij als “blokkades voor de wederkomst van Christus”.
Geheel in deze lijn is dominee Van Heijst dan ook nooit lid geworden van een van de hervormde modaliteiten. En geheel in deze lijn is de organisatie rondom Ecclesia geen vereniging maar een Stichting.
Kohlbrugge is zijn hele leven wars gebleven van de vorming van een eigen theologische school. Hij heeft ook nauwelijks verhandelingen nagelaten, maar vooral preken. Daarmee heeft hij toonaangevende twintigste eeuwse theologen beïnvloed, zoals Miskotte, Noordmans en zelfs Karl Barth, die hem eerde als een van zijn geestelijke voorvaderen. Dat hij in Elberfeld (nu Wuppertal) wel zijn eigen kerk kreeg, was door een samenloop van omstandigheden. Deze Nederlands gereformeerde kerk in Duitsland was rond de eeuwwisseling een bloeiende gemeenschap van wel 1600 leden. Inmiddels is het zielental gekrompen tot zo'n 300, waarvan er zondags zo'n 60 bij elkaar komen in de verbouwde kapel van de begraafplaats.
Rehabilitatie heeft Kohlbrugge bij zijn leven wel enigszins mogen smaken. Zijn Elberfeldse preken vonden in gedrukte vorm gretig aftrek in Nederland. En na zijn eerste optreden in de hervormde kerk in Vianen, volgden meer preekbeurten, met als toehoorder onder anderen Abraham Kuyper.
Onlangs werd het bestuur van de Vriendenkring drastisch verjongd. Redacteur van Ecclesia is ds H. Klink (1958) uit Hoornaar. Vlot verwoordt hij wat hem nu nog zo in Kohlbrugge trekt: “Zijn vasthoudendheid in de prediking van Christus, in een tijd van liberalisme.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.