*

 
dossier

Archief

'Deze stille getuigen kunnen een hoop vertellen'

HARO HIELKEMA − 27/08/98, 00:00

RIJSWIJK - Archeoloog Robert van Heeringen neemt het woord 'uniek' liever niet in de mond, omdat het zo uitgesleten is. Maar tussen een stuk of twintig skeletten van 3500 voor Christus, in een reusachtige tent op het oude vliegveld Ypenburg, komt het er toch aarzelend uit. “Zo'n groot grafveld en zo goed bewaard: dit is het echt. Dit wordt dé standaardopgraving voor Noordwest-Europa.”

Het oudste grafveld van West-Nederland is nog maar gedeeltelijk blootgelegd. Dertien vrijwel complete skeletten zijn van zand en klei ontdaan en vormen een aandoenlijk beeld; alle doden liggen in hurkhouding in donkergekleurde kuilen, met de knieën onder de kin. In twee gevallen is een graf met twee doden gevuld. Er zijn sporen die doen vermoeden dat er nog meer grafkuilen zijn.

Van Heeringen, wetenschappelijk onderzoeker bij de Rijksdienst voor het oudheidkundig bodemonderzoek (ROB), weet het zeker: “Dit betekent voor de wetenschappelijke kennis een enorme sprong vooruit. Deze schok zal nog lang nadreunen in de archeologie.” Potscherven en andere voorwerpen zijn wel vaker gevonden, “maar nu komen we mensen tegen die in die tijd hebben geleefd. Nota bene nog vóór de hunebedbouwers. Dit zijn de stille getuigen, die ons een hoop kunnen vertellen.”

De perfecte staat waarin de skeletten verkeren, is te danken aan de natte bodem van West-Nederland. Ook in de drogere gebieden van Oost-Nederland zijn menselijke resten uit de Nieuwe Steentijd aangetroffen, maar die waren merendeels incompleet en vielen vaak als poeder uit elkaar.

De Ypenburgers zijn zeldzaam goed bewaard gebleven, omdat ze zijn begraven op een zandduin langs de kustlijn (die destijds dus ten oosten van Den Haag liep) en vlakbij een grote getijdegeul. Nadat een strandwal het gebied van de zee had afgesloten, werd het grafveld bedekt met een laag veen. Kort voor de jaartelling zette de zee bij een stevige overstroming daar bovenop nog eens een kleilaag af. Dat grondpakket zorgde voor een goede conservering.

Het grafveld ligt vlakbij de landingsbaan van de voormalige vliegbasis. Dat er nog zoveel bewaard is gebleven, mag een wonder heten. Het vliegveld is in de Tweede Wereldoorlog gebombardeerd, er hebben tanks overheen gereden en de grond is met tractoren bewerkt. Toch zijn de skeletten maar enkele centimeters onder de oppervlakte gevonden. Bij toeval: het gebied is aangewezen als Vinexbouwlocatie voor Buitenplaats Ypenburg.

Enkele honderden meters van de opgraving zijn anderhalf jaar geleden sporen van een nederzetting uit dezelfde periode gevonden: potscherven, werktuigen van vuursteen, dierlijke botten, kuilen en paalgaten. De bewoningsplaats behoort tot de oudste plekken, die in West-Nederland zijn aangetroffen. Er was waarschijnlijk geen sprake van permanente bewoning. Men had vee, getuige de varkenskaak die gevonden is. Ook werd er gejaagd, onder meer op eenden, arenden en aalscholvers.

Afgelopen winter stuitten archeologen op het grafveld. De vondst zorgde voor grote opwinding, bekent Van Heeringen, maar is tot gisteren geheim gehouden. De opgraving zelf moet snel gebeuren; over anderhalve week is de tijd formeel voorbij en staat de bouw van een winkelcentrum op stapel. Vanwege het belang voor de wetenschap lijkt het niet meer dan logisch dat de archeologen nog enig respijt krijgen.

Het kostte de speciaal aangetrokken fyschisch-antropoloog Steffen Baetsen weinig moeite om de skeletten te determineren. “Alles is aanwezig”, zegt hij. “Baby's, jongeren tussen 10 en 19 jaar, volwassenen, mannen en vrouwen.”

“De vorm van het bekken en de schedel zijn de belangrijkste herkenningspunten. Deze skeletten zijn zo gaaf, dat we er vrij snel uit waren. We kunnen ze ook goed bewaren. Meestal komt er een pot verdunde houtlijm aan te pas om botten stevig te maken, maar deze kunnen bij wijze van spreken zo naar het depot voor onderzoek.”

Met penseeltjes, eierlepeltjes en plastic roerstaafjes leggen archeologen de botjes vrij. Uren liggen ze op hun knieën op de grond, de Sesam-atlas van de Anatomie bij de hand. Af en toe moeten ze gaan staan om alles even los te gooien.

“Je moet een berengeduld hebben”, zegt Evelien Altena, studente archeologie in Leiden. “Het is zo'n priegelwerk, dat vraagt veel concentratie. Soms word je gewoon lijp van de spanning; dan moet je echt even stoppen.” Zij is in het team van professionele archeologen en vrijwilligers dé expert in het blootleggen van babyskeletjes.

Ze werkt al twee dagen aan een grafkuil waarin twee zeer kleine kinderen liggen. Dicht tegen elkaar aan, koppies naar elkaar toe, knietjes gehurkt. Er zijn wat beschadigingen, één knie is gebroken, een heup verbrijzeld en de schedels zijn nog maar voor de helft intact.

Of het om een tweeling gaat, valt niet te zeggen. De skeletten worden aan een DNA-onderzoek onderworpen, om na te gaan of er tussen de verschillende mensen een familierelatie was. “Voor de baby's zal dat moeilijk worden”, zegt Altena. “Er is nog geen goede onderzoeksmethode voor. Hopelijk over vijf jaar. Zo lang moeten we de monsters bewaren.”

Een groot verschil met de volwassen man, die twee meter verder ligt. “Of dat een man is!”, zegt Altena. “Moet je eens kijken naar die enorme kaak. En die grote bubbels op zijn voorhoofd; daar hébben toch een paar wenkbrauwen gezeten. En zie je die bobbels achter de oren? Dat moet echt een superman geweest zijn.”

De doden van Ypenburg zijn destijds begraven zonder grafgiften. Volgens Baetsen waren de mensen nauwelijks veel korter dan tegenwoordig. Hij verbaast over hun. “De houding is anatomisch bijna niet mogelijk. Dijbeen en scheenbeen liggen vrijwel parallel naast elkaar. Of men is in de kuil gepropt of men is in textiel of touw gewikkeld; van dat laatste zijn overigens geen sporen gevonden.”

mailIcon print |