*

 
dossier

Archief

Zelfs op een zebra met klaar-over is het niet veilig oversteken

Door: redactie − 17/01/97, 00:00

Van een onzer verslaggeefsters AMSTERDAM - Met het 'spiegelei' brachten de eerste klaar-overs vijftig jaar geleden auto's en fietsers tot stoppen. Tegenwoordig zijn rigoureuzere maatregelen nodig. “Als het stoplicht op rood springt, moet ik de bomen gelijk sluiten”, vertelt de elfjarige Joost over zijn brigadiersdienst.

Een slagboom houdt voor zijn school in Haarlem het verkeer tegen, zodat de kinderen veilig kunnen oversteken. “Sommige fietsers rijden bukkend onder de boom door en rijden dan toch nog kinderen aan”, vertelt Joost verontwaardigd.

Oud-commissaris van Haarlem Endlich zag jaren geleden in Australië de slagboom en bracht het als dé oplossing voor het negeren van het stopteken van de verkeersbrigadiers naar Nederland. De zogenaamde Endlichsarmen zorgen op steeds meer plaatsen in Nederland voor een fysieke afscheiding. “Bij een slagboom stoppen de automobilisten wel, want de schade aan hun auto is natuurlijk niet te overzien als ze doorrijden”, lacht M. van Leeuwen van de Stichting Verkeersbrigadiers.

Dagelijks helpen in Nederland meer dan vierduizend vrijwilligers kinderen op gevaarlijke plaatsen bij het oversteken naar en van school.

Met een witte koppelriem en stopbord draaiden in 1947 de drie eerste verkeersbrigadiers van Europa in Amsterdam hun diensten. Een Amsterdamse agent had, in opdracht van commissaris L. Cohen, tijdens een familiebezoek in Amerika de zogenaamde Junior Safety Guards onderzocht. Deze school-patrols, kinderen van een jaar of twaalf, hielpen sinds 1927 jonge kinderen bij het oversteken.

De scholen in Amsterdam waren eerst tegen de jeugdbrigadiers. Maar door de openstelling van een brug over het Vondelpark werd de Van Baerlestraat zo gevaarlijk, dat het hoofd van een school in de buurt toegaf. De eerste schoolbrigade werd opgericht. Naar hun oversteekcommando, 'klaar-over', werden zij klaar-overs genoemd.

De huidige Nederlandse klaar-overs hoeven zich internationaal niet te schamen. In een onlangs gehouden enquête door de Stichting Verkeersbrigadiers in veertig landen blijkt dat de Nederlandse brigadier vergeleken met het buitenland goed scoort. “Dat komt door de unieke samenwerking tussen politie, gemeente en scholen”, verklaart Van Leeuwen. “Opleiding en verzekering zijn hierdoor zeer goed.”

Basis

De verkeersbrigadiers in Nederland zijn echter niet altijd zo goed af geweest. Tot 1984 bestond er geen enkele wettelijke basis voor hun optreden. “Men deed eigenlijk maar wat en had geen poot om op te staan”, vertelt Van Leeuwen.

Het belangrijkste doel van de in 1980 opgerichte stichting was dan ook het bereiken van een juridische status voor klaar-overs. Met succes. In 1984 werd in de wet expliciet opgenomen dat verkeersbrigadiers bevoegd zijn een stopteken te geven.

Ook werden er voorschriften opgesteld over de opleiding, aanstelling, plaats en tijdstip van optreden en het toezicht op de sindsdien in oranje hesje gestoken verkeersbrigadiers.

Veel automobilisten en fietsers blijken lak te hebben aan de wet en rijden door als een verkeersbrigadier een stopteken geeft. “De agressie in het verkeer neemt toe”, verklaart F. Veenstra van de Voetgangersvereniging. “Het recht van de sterkste geldt. Kinderen kunnen zelfs niet op een zebrapad met verkeersbrigadiers zorgeloos oversteken.”

“Het is heel gek, maar automobilisten stoppen sneller voor kinderen die klaar-over zijn, dan voor volwassenen”, vertelt C. Honders, coördinator verkeersbrigadiers in Haarlem-Noord. Van de 50 000 vrijwilligers in Nederland is 35 000 volwassen en de overige 15 000 kind.

Iedere vrijwilliger leert tijdens de opleiding door de politie onder meer rustig om te gaan met agressie. “De overstekende kinderen zijn jouw verantwoordelijkheid. Het is een menselijke reactie dat als mensen doorrijden, je hen het liefste met je stopbord zou slaan. Je moet het je echter niet persoonlijk aantrekken, want dan ben je na twee maanden zo gefrustreerd dat je het werk niet meer aankunt”, vertelt Honders.

De Haarlemse politie heeft weinig tijd en menskracht om doorrijders regelmatig te bekeuren. Als ze echter een ochtend bij een oversteekplaats staan, slingeren ze veel fietsers en automobilisten op de bon. Fietsers krijgen een bekeuring van f 40, bromfietsers van f 70 en automobilisten van f 170.

“Het is een utopische gedachte dat door allerlei verkeersmaatregelen en boetes verkeersbrigadiers overbodig worden”, meent Veenstra. “Er komen meer auto's en kinderen zijn steeds later in staat veilig aan het verkeer deel te nemen. De kinderen leren op de achterbank van de auto, waarmee ze naar school worden gebracht, niet meer spelenderwijs met het verkeer om te gaan.” Ook de toename van 45 000 naar 50 000 klaar-overs binnen vijf jaar bewijst dat de verkeersbrigadiers nog steeds, of juist nu, nodig zijn.

Veenstra hoopt dat de nieuwe aansprakelijkheidswet automobilisten bewuster zal maken van hun verantwoordelijkheden. “Kinderen behoren tot de kwetsbaarste groep verkeersdeelnemers en daar moet je rekening mee houden.”

“We willen de brigadiers in dit bijzondere jaar in het zonnetje zetten”, vertelt Van Leeuwen. “We hopen voor het einde van januari genoeg sponsors te hebben, om het vijftigjarig bestaan in oktober groots te vieren.”

mailIcon print |