*

 
dossier

Archief

Overlevering bewaart spirituele energieën

COKKY VAN LIMPT − 19/01/96, 00:00

NIJMEGEN - Met zijn 1,20 bij 1,65 meter is de thangka bijna zo groot als een deur. Drie jaar lang heeft Marian van der Horst-Lem gemiddeld zes uur per dag aan de schildering op stof gewerkt. Het is een afbeelding van een reusachtige Tibetaans-boeddhistische levens- of wereldboom, met niet minder dan 435 figuren, die tot in het kleinste detail met grote zorg en toewijding zijn aangebracht. De heldere, transparante kleuren van het doek doen erg on-westers aan.

“Volgens mijn leermeester Lama Geleg Rinpoche is dit hoogstwaarschijnlijk de eerste thangka met dit onderwerp die in het Westen is geschilderd. En ik ben waarschijnlijk een van de weinige vrouwen ter wereld die ooit de levensboom heeft geschilderd.” Tussen kerst en oud en nieuw heeft Van der Horst het kunstwerk uit zijn tijdelijke omlijsting gehaald en opgerold. Met de kostbare rol onder de arm is ze naar de Verenigde Staten gevlogen, waar haar leraar woont en werkt. “Geleg Rinpoche wilde een winterretraite houden over een onderwerp waarbij de leraar-leerling-relatie belangrijk is, zichtbaar gemaakt door de wereldboom. Hij had voor dat doel behoefte aan een voorbeeld van zo'n boom, liefst groot, en heeft míj gevraagd of ik dat kon maken.”

Nu, drie jaar later, heeft ze de thangka officieel overgedragen aan haar leermeester, die het kunstwerk inmiddels heeft ingewijd. Dat gebeurt door op de achterkant van het doek de belangrijkste figuren ter hoogte van respectievelijk de kruin, de keel en het hart te 'bekrachtigen' met de woorden OM, AH, HUNG (lichaam, spraak, geest van de Boeddha). “Wanneer het hele schilderij klaar is, worden als laatste handeling de ogen van de figuren geopend, door de zwarte pupilletjes aan te brengen. Met dat openen van de ogen en de bekrachtiging met OM - AH - HUNG wordt de thangka tot leven gewekt, zou je kunnen zeggen.”

Van der Horst, kunstenares van beroep, zag destijds in dit verzoek van haar lama een uitgelezen kans om zich in dit onderwerp van de boeddhistische religieuze kunst te verdiepen. Bovendien heeft het dagelijkse, consciëntieuze werken aan het indrukwekkende doek een belangrijke bijdrage geleverd aan haar spirituele ontwikkeling.

Retraite

“Ik heb het maken van de thangka ervaren als een soort retraite, die de relatie met mijn leermeester en tevens opdrachtgever Geleg Rinpoche aanzienlijk heeft versterkt. Hij heeft mij een middel gegeven om veel concentratie te leren opbrengen. Bij het schilderen van een thangka staan niet je eigen emoties voorop, zoals bij de meeste andere kunstuitingen, maar ben je een middel - belangeloos en vol toewijding en devotie aan de leraar.”

Thangka's kunnen voor verschillende doeleinden worden gebruikt, bij voorbeeld bij bepaalde rituelen en als middel bij meditatie en andere spirituele oefeningen. Verder kan een thangka speciaal geschilderd worden voor iemand die ziek is. De verdienste van het werk wordt dan opgedragen aan het welzijn van de zieke of stervende. Er zijn ook speciale thangka's voor het berekenen van astrologische perioden en thangka's met de levensverhalen van yogi's of boeddha's. “Deze schilderijen op stof worden doorgaans niet zozeer gewaardeerd om hun schoonheid, maar ontlenen hun belang vooral aan de figuren die erop zijn afgebeeld”, licht Van der Horst toe.

Veld van verdienste

De reusachtige levens- of wereldboom, die zij voor haar leermeester heeft geschilderd, wordt ook verzamelingenboom of wens-juwelenboom genoemd ofwel 'tantrisch veld van verdienste'. “Onder 'verdienste' wordt verstaan een bijzondere positieve energie, die een hoge graad van spirituele ontwikkeling steunt en voortbrengt. Iemand die zo'n graad van ontwikkeling bereikt, is in staat anderen te helpen. Dàt zijn dan zijn verdiensten”, legt Van der Horst uit.

Heel kort samengevat zou je kunnen zeggen dat de door haar geschilderde levensboom de 'verdiensten' toont van alle grote spirituele leermeesters, tradities, afstammings- en overleveringslijnen van de eeuwenoude Gelugpa-traditie van het Tibetaans boeddhisme, waartoe Geleg Rinpoche behoort. Hij is zelf ook afgebeeld, als levende drager van de traditie, helemaal rechts onderop het doek; zijn leerlingen zitten naast hem, met hun rug naar de toeschouwer toe en voor hem staat een tafel vol offergaven.

Volgens de boeddhistische filosofie gaat spirituele kennis nooit verloren: de leermeester draagt zijn spirituele bagage over aan de leerling, die weer leraar wordt enzovoorts. Daarom is het leraarschap zo belangrijk in het boeddhisme. Ook al is een leermeester eeuwen geleden overleden, diens spirituele energie is nog steeds aanwezig, overgeleverd van de ene leraar op de andere. Daarom kan een levensboom ook zoveel figuren bevatten en kunnen er nog steeds figuren bijkomen, tenminste zolang het een levende traditie betreft. Aan de hand van de laatstafgebeelde figuren is de ontstaansperiode van het doek af te lezen.

Erfschat

“De Tibetaanse boeddhisten zijn vreselijk precies waar het deze afstammings- en overleveringslijnen betreft en gaan zeer zorgvuldig met hun erfschat om. Daarom is het ook zo'n hachelijke onderneming om een wereldboom te schilderen”, weet Van der Horst inmiddels beter dan wie ook. Er is veel studie en rondvragen aan te pas gekomen, voordat zij zonder al te veel huiver aan het kunstwerk durfde te beginnen.

Vier uur had ze nodig om de verslaggever alle betekenissen uit te leggen van de vele figuren en overleveringslijnen in de reusachtige wereldboom. Hier moeten we ons beperken tot enkele hoofdlijnen.

Centraal op het doek en afgebeeld als de grootste figuur zit Dzong Khapa. Bij Dzong Khapa, die leefde van 1357 tot 1419, komen de diverse tradities met hun overleveringslijnen samen. Hij is 'representant en bemiddelaar' en kan gezien worden als vertegenwoordiger van goddelijke krachten, als een Boeddha en als de eigen leraar - voor Marian van der Horst dus als Geleg Rinpoche - maar dan in de uiterlijke vorm van Dzong Khapa. In zijn hart is een afbeelding te zien van Boeddha Sakyamuni, die de weg heeft gewezen naar de verlichting en het boeddhaschap (Sakyamuni is De Boeddha zoals wij die kennen uit de historische overlevering: de Indiase prins Siddharta, die zijn verwanten verlaat en tot verlichting komt).

In het hart van Sakyamuni ten slotte zit Boeddha Vajradhara met zijn partner. Dzong Khapa is de uiterlijke vorm van boeddhaschap-leraarschap, Sakyamuni de innerlijke en Vajradhara de geheime vorm.

De vijf verticale lijnen met figuren boven Dzong Khapa verbeelden de vijf 'tantrische scholen' waarin hij inwijdingen heeft gehad, dat wil zeggen waarin hij op een geheime manier informatie heeft verkregen. Het zijn de Guhya Samaya-, Yamantaka-, Ganden-, Kadampa- en de Heruka-lijn.

Tantra

Van der Horst legt uit dat het boeddhisme twee hoofdstromingen kent, de soetra- en de tantrastroming. “De soetrastroming legt zich vooral toe op studie van klassieke boeddhistische tekstgedeelten. Tantra is een snelle manier om in één leven het boeddhaschap te bereiken. De tantrastroming streeft ernaar op een meditatieve manier de energieën in het lichaam te exploiteren, om op een zeer snelle manier een staat van gelukzaligheid te bereiken die nodig is om heel lang op bepaalde thema's te mediteren, bij voorkeur op het thema 'leegte'. Als je die energieën kunt ontwikkelen, zijn het dezelfde als bij de seksuele vereniging. Het verschil is echter dat de seksuele energie vluchtig is, terwijl je bij tantra de energieën heel lang kunt vasthouden.”

Energie is zowel mannelijk als vrouwelijk, gaat de kunstenares verder. “Mannelijke energie staat voor compassie en liefde; vrouwelijke voor wijsheid. Slaag je erin die beide in jezelf te verenigen, dan bereik je de gelukzalige staat. Dat is de betekenis achter het afbeelden van tantrische boeddhafiguren in seksuele vereniging.”

Liefde en compassie

Bovenaan links en rechts van Dzong Khapa zijn de leraren afgebeeld die belangrijk zijn geweest in de twee boeddhistische methoden: links de lijn van liefde en compassie, vertegenwoordigd door Boeddha Maitreya en rechts de wijsheidslijn, vertegenwoordigd door Boeddha Manjushri.

In het midden links en rechts van Dzong Khapa is een groep Kadampa's afgebeeld, leraren die zich hebben toegelegd op het ontwikkelen van methoden die aansluiten op verschillende niveaus van intelligentie bij de leerlingen. Daaronder links en rechts twee identieke groepen Gelugpa's, de levende traditie van de Gelugpa-orde, waarvan Dzong Khapa de grondlegger is.

Archetype

De boom zelf is een archetype. Hij groeit vanuit het midden van de wereld, staat in de wereldzee en verbindt drie werelden met elkaar: het aardse, het onderaardse en het bovenaardse. De boom heeft zeven takken en draagt bloemen en vruchten tegelijk.

Op de boom ligt een opengevouwen lotus - lotus betekent onder andere zuivere geboorte, niet uit sperma en eicel - en daarop een gouden troon, die wordt gedragen door dierfiguren. Bij Dzong Khapa zijn dat altijd sneeuwleeuwen (zie helemaal onderaan de boom). Op de gouden troon liggen vervolgens elf lagen met lotusbloemen. De figuren die daarop zitten zijn allemaal manifestaties van de Boeddha.

Op dezelfde hoogte als de sneeuwleeuwen staan vier grotere, kleurige figuren. Dat zijn de richting-beschermers. Zij behoren met een bepaalde huidskleur bij een bepaalde windrichting (geel bij het zuiden, rood bij het westen, wit bij het oosten en blauw of groen bij het noorden) en zien eruit als krijgers. Zij zijn wereldlijke beschermers.

Op de rand boven hen zitten of staan de beschermers van de boeddhistische leer; dat zijn bovenwereldlijke, zeer toornig ogende figuren, met krachtige houdingen en gespierde figuren. Zij houden de aanvallers van de leer buiten het veld van verdienste.

Boven deze beschermers van de leer verschijnen daka's en dakini's, sky dancers, die het overdragen van energie symboliseren. De mannelijke dansers hebben een tijgervel om, de vrouwelijke dragen transparante rokjes van mensenbeen.

Boven de dansers twee rijen arhats - missionarissen van het boeddhisme zou men hen wel kunnen noemen. Daarboven de boddhisatva's, figuren die hun eigen boeddhaschap uitstellen om anderen verder te helpen op het 'geleidelijke pad' en figuren die op weg zijn naar het boeddhaschap. De bovenste vier rijen in de boom ten slotte, vertegenwoordigen het tantrische gedeelte met de vier klassen van tantra. De figuren in de twee bovenste rijen zijn afgebeeld met een partner - in seksuele vereniging. Vaak ook hebben deze zwaargewichten meerdere hoofden, armen en benen.

Zoals het een goede boeddhiste betaamt heeft Marian van der Horst er na de drie jaren 'retraite' in haar atelier geen moeite mee afstand te doen van haar wereldboom.

Wèl heeft ze het kunstwerk uitgebreid laten fotograferen, zodat ze er ook nog eens een poster van kan laten maken. Dat ze het eenmaal zou moeten afstaan, is op het schilderij zelf al zichtbaar: “Ik heb mezelf links onderaan geschilderd, met een rolletje in mijn hand. Dat is symbolisch voor het aanbieden van de thangka.”

mailIcon print |