*

 
dossier

Archief

BRIEVEN

Door: redactie − 30/01/98, 00:00

Onderwijsstaking (1) Het redactioneel commentaar (Trouw, 28 januari) meldt dat extra werkdruk in het onderwijs “vooral op de schouders van jonge leerkrachten terecht is gekomen. De ouderen lieten het, terecht overigens, afweten.” In dezelfde krant onder het kopje 'De jonge leraar' laat Marjan Agerbeek de lezers weten dat “de onderwijsvernieuwingen vaak worden gedragen door jonge docenten.” Van de vele oudere leraren draagt slechts 'een kleine groep' iets bij. Deze informatie is klinkklare onzin. Op verreweg de meeste scholen voor havo en vwo zetten de jonge én oudere leraren zich even serieus in voor alle vernieuwingen. Bijna honderd procent van de leraren laat het nooit afweten. Zij zetten zich zelfs in voor de invoering van de tweede fase, terwijl zij weten dat die de toch al te hoge werkdruk nog meer zal opvoeren. Ermelo J. C. Sants (oudere leraar)

Onderwijsstaking (2) Sinds 1971 ben ik werkzaam in het onderwijs. In 1973 kreeg ik een volledige betrekking. Dat was toen een baan van 29 uur. In 1976 werd ons eerste kind geboren en heb ik mijn volledige baan opgegeven. Sindsdien geef ik een wisselend aantal uren. Dit jaar zijn dat er 14. Aan die 14 uren van nu geef ik meer tijd en energie dan aan de 26 van toen. Dat lijkt merkwaardig, maar als ik de feiten op een rij zet, wordt het iets minder vreemd.

1. 'Toen' betekende een volledige baan 26 uur lesgeven, terwijl je voor 29 lessen betaald krieeg. Nu heeft een volledige baan 28 uur, inclusief taken als sectievoorzitterschap, leerlingbegeleiding en dergelijke waarvoor 'toen' zogenaamde taakuren beschikbaar waren.

2. 'Toen' waren de klassen veel kleiner: een klas met 22 leerlingen was het gemiddelde, nu is 32 leerlingen in een klas eerder regel dan uitzondering.

3. 'Toen' betekende een baan als leraar vooral 'lesgeven'. Er waren vier vergaderingen per jaar: drie rapportvergaderingen en een gezamenlijke vergadering om het schooljaar af te sluiten. Nu zijn er de A. M. V.'s , de verplichte bijscholings- en nascholingscursussen, de (dankzij de vele fusies) locatie-overstijgende beraden, diverse commissies, mentoraat etc. Veel van dit 'nieuwe' is zinvol en goed voor het onderwijs, maar het kost ongelofelijk veel tijd.

4. Sinds de invoering van Basisvormig en Studiehuis is de lesstof behoorlijk uitgebreid - het aantal lesuren hoegenaamd niet. Er moet dus in minder tijd meer gedaan worden.

Kortom: het werk van de leraar is de laatste jaren aanzienlijk zwaarder geworden. Ter verduidelijking: aan mijn 14 lesuren - voorbereiding, correctie en evaluatie - besteed ik per week gemiddeld 27 uur. Daarnaast is er iedere week wel iets beleven op het gebied van scholing en overleg, zie punt 3. Mijn halve baan kost mij gemiddeld per week zo'n 32 uur; omgerekend betekent dat voor collega's met een volledige baan per week ruim 60 uur.

Ik kan mij veroorloven mijn werk goed te doen èn het leuk te vinden, want ik heb slechts een halve baan. Leraren met een volledige baan hebben twee opties: òf ze blijven voldoen aan hun eigen normen en ze werken zich kapot (zie het hoge percentage opgebrande leraren) òf ze zorgen ervoor op de been te blijven door concessies te doen aan de kwaliteit van het onderwijs. Heerenveen Klaske Houweling

Muiterij (4) Laat iemand er op toezien dat secretaris-generaal H. Borghouts niet eenmaal, maar minstens tweemaal de beschouwing van Ybo Buruma in Trouw van 28 januari over de wezenlijk noodzakelijke onafhankelijkheid van het openbaar ministerie bestudeert. Van meer kanten is er al op gewezen dat het adagium 'de ambtenaar hoort ten dienste te staan van de politiek' niet inhoudt dat de politiek haar eigen gang mag gaan. Op zijn minst dient men de Grondwet in deze, handelend over de rechterlijke macht, te respecteren. Utrecht Mr. L. Vermeulen

Ambtsketting Al eerder verbaasde ik me over de wens tot vernieuwing van een in mijn ogen achterhaald attribuut als een ambtsketting voor een burgemeester. Na het uitgebreide artikel in Trouw van 24 januari vraag ik me toch echt af wie er in vredesnaam in deze tijd nog zit te wachten op een ambtsketting? Kunnen we het geld dat met de ontwikkeling hiervan gemoeid is, niet op een zinniger manier besteden? Een burgemeester hoeft voor mij heus niet herkenbaar te zijn aan zijn keten. Hopelijk valt hij of zij op door andere kenmerken en kwaliteiten. Het treft me altijd weer hoe makkelijk het kennelijk is om gemeenschapsgeld uit te geven. Dat wordt, zeker door politici maar ook door gewone burgers, toch te veel gezien als een anoniem graaipotje; Als men zelf de kosten van allerlei noodzakelijk geachte voorzieningen zou moeten opbrengen, zou het vast anders uitpakken. Venray Petra Koopmans

mailIcon print |