*

 
dossier

Archief

Verbannen naar een heksendorp in Ghana

Door: redactie − 02/01/98, 00:00

GAMBAGA (AP) - Waar zij haar verbanning naar deze plek aan te danken heeft, weet ze niet precies. De jonge vrouw glimlacht nerveus en onderbreekt even het malen van haar karige rantsoen gierst. Ze weet alleen dat er een kleine jongen was gestorven. En dat zij de schuld kreeg. En dat zij, toen de beschuldigingen over hekserij in het dorp de ronde gingen doen, door haar vroegere vrienden en buren werd aangevallen.

Uiteindelijk keerde ook de familie zich tegen haar en bracht haar man haar naar Gambaga, een stoffige afgelegen plaats - de dichtstbijzijnde weg ligt op 50 kilometer afstand - die een vrijplaats biedt aan ruim honderd vrouwen die van hekserij zijn beschuldigd. De vrouwen wonen in een soort getto, aan de rand van Gambaga, in hutten die door een aarden wal zijn omgeven.

“Ik weet niet wat er gebeurd is”, zegt de vrouw, die Banga heet en nu ook zelf gelooft dat zij op een of andere manier een vloek over haar neefje heeft afgeroepen waardoor hij ziek is geworden en ten slotte gestorven. “Alleen God kan het zeggen. Ik weet niet hoe ik het gedaan heb.”

Over de paar heksendorpen in het noorden van Ghana, een land waar draagbare telefoons en satelliet-tv hand in hand gaan met een eeuwenoud geloof in toverij, is nu wel een debat gaande rond de vraag hoe een moderne regering moet omgaan met oude, maar soms wrede tradities. De 'heksen' van Gambaga leven in uitzichtloze armoede en mogen zonder toestemming nergens heen, maar hun getto is tegelijkertijd een van de weinige plekken waar zij veilig zijn. “Als ik terugga overleef ik het niet”, zegt Hawa, een vrouw die een paar maanden geleden naar Gambaga is gekomen. “De vader van de baby die ik behekst heb zou me te pakken nemen.”

Eeuwenlang al worden in dit deel van de wereld natuurverschijnselen en ziekten, van polio tot impotentie, verklaard vanuit toverij. De beschuldigden zijn vaak oudere vrouwen, toch al niet de sterkste leden van de Afrikaanse dorpsgemeenschap. Dikwijls is een jaloerse buurvrouw of een andere vrouw in een polygaam huwelijk degene die de beschuldiging uit. Beschuldigde vrouwen hebben weinig andere keus dan naar een dorp met een heksengetto te vertrekken. Het dorpshoofd daar wordt geacht de heksen van hun toverkracht te ontdoen. Maar in het getto raken de meeste vrouwen er tenslotte van overtuigd dat zij echt heksen zijn.

In de vorige eeuw had bijna elk dorp een eigen heksengetto, maar onder druk van de Britse kolonisten en missionarissen zijn de meeste langzamerhand verdwenen.

Gambaga telt enkele duizenden inwoners, onder wie ongeveer 130 vrouwen die van hekserij zijn beschuldigd. Het heksengetto in het dorp is smetteloos schoon. “Geen mannen”, legt een van de vrouwen uit. De heksen van Gambaga zijn voor het merendeel vrouwen van in de veertig en vijftig zonder opleiding en afkomstig uit kleine dorpjes op het platteland waar de angst voor toverij het diepst zit. Velen zullen waarschijnlijk tot hun dood in het getto blijven. De meesten zijn straatarm. Het dorpshoofd biedt de vrouwen bescherming en belooft ze een behoorlijke begrafenis. Zij leven van liefdadigheid, de verkoop van brandhout en het voedsel dat zij krijgen voor het bewerken van de akkers van het dorpshoofd.

In Gambaga regeert dorpshoofd Jaya Wune, een niet onvriendelijke autocraat met een vast geloof in het bestaansrecht van het heksengetto. Hij zegt dat hij slechts een van generatie op generatie overgeleverde traditie volgt en de heksen een veilig onderkomen biedt. Het getto ligt naast de eenvoudige behuizing die Wune zijn 'paleis' noemt.

Wune reageert boos op beschuldigingen die in de honderden kilometers verder gelegen hoofdstad Accra tegen zijn heksendorp worden ingebracht. “Wat voor misdaad heb ik begaan?” vraagt hij. “Ik vang slechts heksen op en voorkom dat ze worden aangevallen.”

Maar de heksengetto's zijn inmiddels een politieke kwestie geworden. Regeringsfunctionarissen, actievoerders voor mensen- en burgerrechten en kerkelijke groeperingen veroordelen de getto's als inhumane gevangenissen waar oudere vrouwen hun leven moeten slijten tot het dorpshoofd bepaalt dat ze niet gevaarlijk meer zijn en hun dorpen hen terug kannemen. Overigens moeten heksen die worden vrijgelaten het dorpshoofd ook nog betalen voor zijn bescherming, een geit, een paar kippen en het equivalent van ongeveer twintig gulden, een enorm bedrag voor een Ghanese dorpeling.

“Het is afschuwelijk en het is een schending van de rechten van vrouwen”, zegt Ama Benyiwa-Doe, onderminister van werkgelegenheid en sociaal welzijn. Zij wil de getto's verbieden en de dorpshoofden aanklagen. Maar zelfs critici geven toe dat de getto's tot op heden een noodzakelijk kwaad zijn in een land waar een beschuldiging van hekserij nog steeds de dood kan betekenen.

Dominee Emmanuel Arongo, Anglicaans bisschop, is fel tegenstander van de getto's. Maar ook hij kent de traditie en zegt dat het dorpshoofd van Gambaga geen wrede man is, die doet wat binnen de omstandigheden mogelijk is.

Wat de vrouwen zelf betreft; sommigen dromen van de dag dat hun 'aanklagers' zullen overlijden en zij naar hun dorpen terug kunnen keren. Anderen zijn het getto als hun woonplaats gaan beschouwen.

“Ik ga nergens naar toe”, zegt Banga, wier driejarig dochtertje stil naast haar staat terwijl zij bij hun kleine hut aan het werk is. Natuurlijk verlangt ze terug naar haar vroegere normale leven en mist zij haar oudere dochter en haar echtgenoot. Die komen haar zo nu en dan opzoeken. Maar teruggaan naar haar vroegere dorp wil ze niet, ook al zou ze de kans krijgen. “Dit is mijn thuis”, zegt zij.

mailIcon print |