De veroordeling van K. voor het misbruiken van voorkennis is vooral een opsteker voor het Openbaar Ministerie. Met enig optimisme kunnen de officieren nu de nog vijf liggende dossiers, waaronder de 'zaak BolsWessanen', voor de rechter brengen.
Juridische scherpslijperij heeft de uitspraak niet opgeleverd over de omschrijving van het misdrijf. Het nieuws dat Weweler op 1 december na beurs ontvouwde - dat het erin was geslaagd om zich te ontdoen van een slecht lopende dochter - was onmiskenbaar koersgevoelige informatie. De beschikking over die niet openbare kennis is voorkennis. Dat K. de transacties heeft gepleegd en dat hij daarmee geld heeft verdiend stond ook al vast. Opmerkelijk is echter dat de rechter tot een veroordeling komt, ondanks het feit dat op geen enkele manier is vast komen te staan hoe K. aan zijn kennis kwam.
Zowel de leden van de directie als de raad van commissarissen, waaronder K's schoonvader H. van Asselt, hebben ontkend de bron van K's voorkennis te zijn. Toch concludeert de rechtbank dat het mogelijk is geweest dat K. “langs enigerlei weg” op de hoogte van de profijtelijke verkoop was gekomen.
Die conclusie is volgens de verdediging een omkering van de bewijslast. K. zou moeten bewijzen dat hij niet op de hoogte was, maar louter op gevoel op het juiste moment de aandelen had gekocht. En die redenering staat nu net haaks op de rolverdeling in het proces: de verdachte hoeft niet te bewijzen dat hij onschuldig is, maar het OM moet bewijzen dat hij schuldig is.
Uit het bewijs waarop de veroordeling steunt, blijkt dat K. op grond van zijn eigen daden en uitspraken is veroordeeld. Zo had hij geen afdoende verklaring voor de haast die hij had om geld van zijn bedrijf over te maken naar een effectenrekening. Zo had hij geen logische verklaring voor de nieuw geopende rekening. En, zo vindt de rechtbank, K. heeft zichzelf ook tegengesproken. Voor de rechtbank hield hij vol dat hij nooit over zijn succes met de aandelenkoop van Weweler had gerept. Terwijl schoonvader en Weweler-president-commissaris Van Asselt in maart 1995 toch verklaarde dat hij wist dat K. had gehandeld. Ook het feit dat K. nooit eerder in aandelen had belegd, maar nu voor het eerst op exact de juiste data kocht, vindt de rechtbank een bewijs.
In voorzichtige bewoordingen wenste gisteren raadsman Van Bavel het vonnis van de rechter een voorschot op de nieuwe wetgeving van minister Zalm (financiƫn) te noemen. In die wetgeving wordt het Openbaar Ministerie op een aantal punten met een lichtere bewijslast verwend.
Maar dat zijn nu net niet de punten waarop K.'s veroordeling zijn gestoeld. In het wetsvoorstel van Zalm hoeft het OM niet meer te bewijzen dat het om geheime informatie ging. Voorkennis wordt al verondersteld aanwezig te zijn als het gaat om bijzonderheden omtrent een bedrijf die niet openbaar zijn gemaakt. De Amsterdamse rechtbank was met de nieuwe wetstekst in de hand tot dezelfde uitspraak gekomen als met de huidige.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.