*

 
dossier

Archief

De Nederlandse Meubelprijzen

HENRIETTE BONARIUS − 31/08/96, 00:00

Op De Dag van het Wonen, zondag 1 september van 10-17 uur, heeft het publiek toegang tot de internationale vakbeurs Home & Interior, waar de nieuwste meubels gepresenteerd worden aan de meubelhandelaren. De dag vindt plaats in de Jaarbeurs en in het Home Trade Center in Nieuwegein. Er rijden gratis pendelbussen tussen de twee locaties.

Ben Hoek krijgt de Prijs voor het beste Nederlandse meubelontwerp 1996. Opvallend was dat hij die prijs vorig jaar ook al won. Toen met twee tafels, nu met een boekenkast. Een hangende boekenkast. “Ik liet mij inspireren door de Luxaflex”, vertelt de ontwerper. “Die lamellen die heel dun zijn, en toch stevig. Zulke planken wildde ik in mijn boekenkast. Ze werden van aluminium. En hun stevigheid krijgen ze doordat de buitenranden gevouwen zijn om een licht gebogen aluminium plaat eronder. Die twee houden elkaar in een vaste greep in vorm. Al staat de plank van links tot rechts vol boeken, doorbuigen is er niet bij.” Je hebt er wel een sterk plafond voor nodig, of een stevige muur. De planken kunnen maar liefst zes meter lang gemaakt worden. En, ook heel bijzonder, ze kunnen de hoek om.

Kirk Tijl heeft twee bekroonde ontwerpen. Een tafel, 'Alive', waarmee hij de Prijs voor jonge ontwerpers won, en een eervolle vermelding kreeg hij voor zijn meeneemstoeltje 'Cling'. Cling is gemaakt van een ruitendrager: zo'n handvat met twee grote zuignappen waarmee glaszetters grote ruiten kunnen dragen. De zuigkracht van een ruitendrager blijkt zo sterk dat je hem ook kunt gebruiken om er een zitting aan te bevestigen en hem dan als stoeltje te gebruiken. Hang hem op aan de wand van een abri, of op het balkon van de trein, en je hebt altijd een zitplaats. Uren kan hij blijven hangen. “Ik wil vooral léúke dingen maken”, licht Tijl de filosofie achter zijn werk toe. “Het gaat mij niet zozeer om een 'eigen stijl' of een 'eigen vormentaal'. Mijn tafel, 'Alive', ziet er danook weer heel anders uit. Die is gemaakt van 92 blokken, die net scheef tegen elkaar zijn gezet. En in de poten kun je ze nog draaien ook. Zo krijg je een tafel die er van alle kanten anders uitziet. En omdat ik nog blokken over had, heb ik er ook nog een klein tafeltje bij gemaakt, of een krukje. Wat je maar wilt. Ik vind het net een olifant met een jong. Zie je? Leuk, hè.”

TL-licht is moeilijk. Het zit in het verdomhoekje, constateerden de ontwerpers Wiebe Boonstra en Martijn Hoogendijk. Het past wel in een kantoor, maar niet in de woonkamer; dat komt volgens hen doordat die TL-buizen altijd in van die lelijke armaturen zitten. Boonstra en Hoogendijk ontwierpen een 'overkapping' van kunststof die de buis aan het oog onttrekt en het licht zachter maakt. Tussen de twee TL-balken zit als grapje een stempel: TL. Hij kan als hanglamp of als wandlamp. “Het is een soort surfplank”, zegt Martijn Hoogendijk, “we wilden associaties oproepen met licht, lichtheid. Hij hangt ook aan een heel dun nylondraadje.” De jury oordeelde dat het de ontwerpers 'voortreffelijk is gelukt om de beperkingen die TL-verlichting met zich meebrengt te combineren met klassieke vormen'. Ze wonnen er de Stijlprijs mee.

De 'leunkast' van Marjolijn van Puffelen kreeg de prijs voor Industriële produktkwaliteit, vooral omdat hij zo makkelijk te produceren, te vervoeren en weer te recyclen is. Hij is van kunststof, heeft aluminium pootjes, en staat heel licht schuin tegen de muur. Het is typisch een product van iemand die nieuwsgierig is naar nieuwe technieken. “Ik wilde wat met vacuümvormen. Je hebt een plaat kunststof, die verwarm je, hij gaat over een mal heen en dan wordt hij helemaal vacuüm gezogen: er zitten gaatjes in die mal, en onderaan zit een zuigmechanisme, dat alle lucht eruit zuigt en de plaat in vorm trekt. Prachtig om te zien”, vertelt de prijswinnares. “Meestal wordt die techniek gebruikt voor verpakkingsmateriaal, bonbondozen worden zo gemaakt; zandbakken, dashboards. Ik wilde er eens een meubel mee maken.” Hij kan als vitrinekast, in een heel trendy interieur, maar ze ziet haar leunkast vooral in badkamers staan, “met je Philippe Starck-tandenborstel erin”, lacht ze, “of natuurlijk gewoon je zeepjes en je badzout.”

Ontwerpen is eigenlijk een kwestie van jezelf een probleem stellen, of een probleem oplossen. Ajo Smedema stortte zich op het snoerenprobleem. Stel, je hebt een werktafel in het midden van je kamer staan. De stopcontacten zitten ver weg aan de muren, het gevolg is een woud van snoeren op de grond onder de tafel. Smedema vond het ei van Columbus: een hanglamp, die dus de stroom uit het plafond krijgt, waarvan het snoer even boven de lamp afgetakt wordt en via een elegante glasfiber boog uitmondt in een stopcontact op tafel. Waar je dan je laptopje op aan kunt sluiten. Een eervolle vermelding waard.

mailIcon print |