*

 
dossier

Archief

Tribunaal voor genocide in een wondermooi Arusha

ILONA EVELEENS − 11/01/97, 00:00

ARUSHA - Aan de voet van de berg Meru en niet ver van Afrika's hoogste berg, de Kilimanjaro, ligt het slaperige stadje Arusha. Bij toeristen is deze Noord-Tanzaniaanse plaats bekend omdat het de toegangspoort is tot de vele wildparken in de omgeving. Beroemd is de Ngorongoro-krater, waar wilde dieren zich gewillig op de foto laten zetten door de safari-gangers. Maar Arusha heeft sinds tien jaar ook faam verworven als politieke pleisterplaats, waar regionale conflicten worden besproken en beslecht.

De top van de slapende vulkaan Meru is bedekt met as. Af en toe verdwijnt de punt op ruim 4800 meter achter een voortdrijvende wolk. De talrijke jacaranda-bomen langs de brede straten van Arusha laten hun lila bloesem vallen. Safari-busjes met bruinverbrande toeristen rijden af en aan. Middenin het stadje staat het grauwe conferentie-centrum, het onderkomen van het VN-tribunaal voor Rwanda.

Daar worden de komende tijd enkele tientallen breinen achter de genocide in Rwanda berecht. Op loopafstand van het complex staat een van de luxe hotels, waar verhitte toeristen zich in de schaduw laven aan bier en frisdrank.

Een van hen is de Amerikaanse Jane. “Tribunaal? Wat voor tribunaal?”, vraagt de vrouw van middelbare leeftijd niet begrijpend. Als ze hoort dat het om de genocide in Rwanda gaat, zegt ze: “Dat is toch dat Afrikaanse land waar twee groepen van de bevolking elkaar haten. Ik weet alleen niet waarom ze elkaar vermoorden.”

Een paar tafeltjes verder zit een jong Duits stel. “We zijn vanmorgen langs dat gebouw gereden. Het is een luguber idee dat daar mensen voor een rechtbank verschijnen die van massamoord worden verdacht. Als Duitse grijpt het me wel een beetje aan, omdat mijn land zich ruim vijftig jaar geleden schuldig heeft gemaakt aan genocide. Tenslotte wordt het Neurenberg-proces als een soort blauwdruk gebruikt voor de tribunalen hier en in Nederland”, zegt Ingeborg. Haar vriend Günther voegt eraan toe: “Bizar dat zulke gruwelijkheden worden berecht in zo'n wondermooi landschap als hier.”

De manager van een reisbureau, Elizabeth Hill meent dat de meeste bezoekers niet op de hoogte zijn van de aanwezigheid van het tribunaal. “Maar dat verandert misschien wel als er maar iets over verschijnt in de media. Wij zijn er niet rouwig om dat er voor Arusha is gekozen. Het zet de stad misschien op de wereldkaart.”

Arusha staat in ieder geval al langer op de kaart van Afrika. De voormalige Tanzaniaanse president Julius Nyerere heeft daarvoor gezorgd. Het stadje stond voor het eerst in de politieke schijnwerpers door de 'Verklaring van Arusha' van 1987. Nyerere en zijn socialistische Tanu-partij hadden in dat document een aantal beslissingen vastgelegd om het hoofd te bieden aan de talrijke economische problemen waarmee het land sinds de onafhankelijkheid in 1981 worstelde.

Het bleef echter bergafwaarts gaan met Tanzania en in 1985 trad Nyerere vrijwillig af. De oud-president had dan wel de binnenlandse politiek vaarwel gezegd, maar op het continent bleef hij veel gezag houden. Hij werd de bemiddelaar bij uitstek voor conflicten in de regio. Om ruzies te beslechten nodigde hij strijdende partijen uit in zijn favoriete stad: Arusha.

In 1993 werden er de zogeheten Akkoorden van Arusha getekend, een vredesovereenkomst tussen de toenmalige Rwandese regering, die voornamelijk uit Hutu's bestond en het Rwandees Patriottisch front (RPF). Het RPF was gevormd door overwegend Tutsi's die ruim 30 jaar eerder in Oeganda in ballingschap waren gegaan. Omdat de Rwandese regering hun niet toestond terug te keren, begonnen ze een guerrillastrijd. De vredesovereenkomst van 1993 hield echter maar kort stand. Er ontbrandde niet alleen een burgeroorlog in Rwanda, er vond ook een volkerenmoord plaats. Tussen de 500 000 en 1 miljoen Tutsi's en gematigde Hutu's vonden de dood.

Aanvankelijk hadden de VN de Keniase hoofdstad Nairobi uitgekozen als plaats voor het tribunaal. Maar de vijandige houding van de Keniase regering tegenover het tribunaal, dwong de VN naar een ander onderkomen te zoeken. Opnieuw was het Nyerere die Arusha aanprees.

Mary Lwoga leidt de Tanzaniaanse Toeristenraad in Arusha. Zij is niet bang dat de aanwezigheid van het tribunaal het stadje een slechte naam zal geven. “Den Haag heeft toch ook geen slechte naam gekregen vanwege het Joegoslavië-tribunaal. Ik verwacht dat het juist een positief effect zal hebben op de omgeving. De regering gaat nu wellicht een aantal beloofde verbeteringen in de infrastructuur aangbrengen. Misschien krijgen we nu eindelijk een telefoonnet dat werkt en worden de gaten in het wegdek opgevuld.”

De inwoners van Arusha zijn goed op de hoogte van de internationale rol die de stad speelt. Tientallen buitenlandse VN-medewerkers zijn er komen wonen en rijden met hun terreinwagens door de straten. Bovendien was het de laatste maanden ook een komen en gaan van Oost-Afrikaanse staatshoofden, die zich onder leiding van Julius Nyerere bogen over de kwestie van Burundi.

Ibrahim Fakir, eigenaar van een kruidenierswinkel in het hartje van de stad, zegt weinig of geen economisch belang te hebben bij de situatie.

“Dat hoeft ook niet. Het is belangrijk dat er hier positieve ontwikkelingen plaatsvinden. Vooral hoop ik dat het tribunaal goed werk zal doen. Dan kunnen we de wereld laten zien dat er weliswaar een vreselijke genocide heeft plaatsgevonden in Afrika, maar dat dit soort misdaden niet ongestraft blijven.”

mailIcon print |