Bij iedere jaarwisseling verandert er van alles. Wetten worden van kracht, regelingen aangepast, subsidies afgeschaft of juist bedacht. 'Per 1 januari 1996' is een korte serie artikelen over de gevolgen van deze veranderingen.
Het was wel even wennen voor de vrije jongens van de advocatuur. Ze zijn gewend hun eigen baas te zijn, en hun tijd is geld, dus kom niet aan met regelingen van bovenaf die hen dwingen tot investeringen. Het heeft de Orde van advocaten, waarbij de gehele beroepsgroep is aangesloten, dan ook een paar jaar gekost om de branche te overtuigen van het nut van bijscholing. Maar de kogel is door de kerk, en de curussen zijn voor iedereen verplicht.
“Bij het opzetten van de éducation permanente hebben wij gekeken naar onze zusterorganisaties in het buitenland,” zegt mr. C. Scholtens van kantoor Nauta Dutilh. Hij is voor vier jaar gekozen tot bestuurslid van de Orde van advocaten en heeft de portefeuille 'opleidingen' onder zich. “Ik ben daarmee de minister van onderwijs voor de orde”, zegt Scholtens met een knipoog.
“In het buitenland, met name in landen als Groot-Brittannië en de Verenigde Staten is het al jaren normaal dat advocaten zich bijscholen. We leven immers in een tijd waarin het recht steeds ingewikkelder wordt, steeds specialistischer, en zaken veranderen met de dag. Een éducation permanente is daarom geen overbodige luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde voor een goede uitoefening van het beroep”, aldus mr. Patricia Utermark, stafmedewerkster afdeling opleiding van de orde van advocaten.
Artsen en makelaars in Nederland kennen al langer educatie-programma's. “Ze zien die als een investering in kwaliteit. De advocatuur ziet ook de noodzaak in kwaliteit te investeren. Rust roest, is het spreekwoord; als je denkt dat je alles al weet en kent, ga je langzamerhand in kwaliteit achteruit. En natuurlijk kost het tijd, en tijd is geld. Maar hetzelfde geldt voor een bibliotheek of een goede secretaresse. Daar kun je ook niet buiten”, aldus Scholtens.
De Nederlandse advocatuur loopt achter als het om educatieprogramma's gaat, maar de wet van de remmende voorsprong geldt nu voor de buurlanden. Vanuit een achterstandspositie staat Nederland per 1 januari op kop: als eerste land van Europa wordt de bijscholing hier op een breed terrein verplicht gesteld.
Alle advocaten moeten in 1996 in totaal acht studiepunten halen, en kunnen dat doen door onderwijs te genieten, onderwijs te geven of door te publiceren in juridische vakbladen. Een punt staat voor een uur genoten onderwijs aan een door de Orde erkende instelling, voor een uur gegeven onderwijs staan twee punten en bij publikaties gelden niet de uren, maar de lengtes van de teksten. Vijfhonderd woorden staan gelijk aan één punt. En die publikaties gelden niet als zij in NRC Handelsblad of Trouw staan: de artikelen moeten in vakbladen komen.
Het aantal studiepunten wordt in 1996 bewust laag gehouden, om iedereen aan het systeem te laten wennen, zegt Scholtens. “Ik denk dat ik in februari al acht punten binnen heb.” De komende jaren echter wordt de vereiste score langzaam omhoog gebracht, van twaalf in 1997 naar zestien in 1998. En niemand, maar dan ook niemand hoeft volgens Scholtens op ontheffing te rekenen, behalve bij zeer langdurige ziekte.
Wel zal de ene advocaat er meer moeite voor moeten doen dan de ander. “Het gros van de advocaten houdt zich al via speciale seminars op de hoogte van de jongste ontwikkelingen, geeft onderwijs, produceert publikaties en volgt zware gespecialiseerde vakcursussen. Maar de overigen zullen er echt aan moeten geloven.”
Stafmedewerkers van de Orde hebben de afgelopen tijd onder de achtduizend advocaten materiaal verspreid met een studieaanbod dat is onderverdeeld in 'juridisch', 'vaardigheden' en 'management'. Nu al blijkt dat met name de cursus Nieuw recht, waarin de laatste juridische ontwikkelingen worden behandeld, populair is. Maar ook de bijspijkerlessen over bemiddeling en de cursus voor 'kleine ondernemers' vinden gretig aftrek.
Scholtens verwacht dat de nieuwe verplichting die de advocaten zijn aangegaan, succesvol zal zijn, maar stelt ook dat leden van de Orde die het laten afweten op sancties kunnen rekenen. Die kunnen zelfs een uitschrijving bij de rechtbank inhouden, zodat een jurist niet langer meer advocaat kan zijn.
“De bijscholing is vastgelegd in een zogenaamde verordening, die kracht van wet heeft. Een ontduiking van de verordening kan dus aan de tuchtrechter worden voorgelegd. In de praktijk zullen we aan het einde van het jaar alle advocaten vragen wat zij in 1996 hebben gedaan en hoeveel punten zij verzamelden. Via steekproeven worden die gegevens gecontroleerd. De namen van de advocaten die niet voldoen, worden doorgegeven aan de deken, die vervolgens stappen kan nemen”, zegt Scholtens.
“Ik denk niet dat advocaten worden aangepakt louter en alleen om punten. Als ze niet tot deze verplichting in staat zijn, is er vaak veel meer aan de hand.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.