Van een onzer verslaggevers DEN HAAG - De overlast van industriestank in de Rijnmond is sinds 1994 verder afgenomen. De doelstelling van zowel de provincie Zuid-Holland als de gemeenten, dat uiterlijk in 2010 niemand meer ernstige hinder van stank ondervindt, is echter nog lang niet bereikt.
Dit blijkt uit een onderzoek dat de provincie Zuid-Holland onder 1900 inwoners heeft verricht. Het aantal ontevreden burgers daalde vorig jaar tot gemiddeld 22 procent. In 1990 was nog bijna de helft, 46 procent, niet te spreken over de milieu-maatregelen.
Binnen de regio Rijnmond zeggen vooral inwoners van Hoek van Holland, Vlaardingen en Hoogvliet last te ondervinden van stank of stof veroorzaakt door de industrie. Inwoners van Rotterdam en Delft zijn daarnaast het minst tevreden over het milieubeleid. De gevoelens van onveiligheid zijn, gemeten naar de provincie als geheel, ook het grootst in de Rijnmondgemeenten.
De resultaten komen overeen met de bevindingen van de Milieudienst Rijnmond (DCMR), die onlangs al vaststelde dat de stankoverlast afneemt. Zo daalde het aantal klachten over stank vorig jaar met vijftien procent ten opzichte van 1995. De vermindering is volgens de DCMR een direct gevolg van de strengere milieuvoorschriften. Ook zijn bedrijven meer en meer bereid de stankoverlast die zij veroorzaken, zelf aan te pakken.
Uit het provincie-onderzoek blijkt overigens, dat de Zuid-Hollanders de gezondsheidszorg momenteel het voornaamste maatschappelijke probleem vinden. Op de tweede plaats komt de veiligheid, gevolgd door de werkgelegenheid. Pas op de vierde plaats komt het milieu. Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met de gemeenten in Rijnmond.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.