*

 
dossier

Archief

Zittingen van medische tuchtcolleges worden binnenkort openbaar

Door: redactie − 21/01/97, 00:00

Van een onzer verslaggevers DEN HAAG - De secretaris van het Haagse medisch tuchtcollege, mr. P.C. Römer, oordeelt over de komende openheid die het medische tuchtrecht wordt opgelegd niet zo gunstig. Anderen, zoals mr. U.W. baron Bentinck, de president van het Amsterdamse college en van de KNMG, zien er wel wat in.

De medische tuchtcolleges gaan vanaf 1 december van dit jaar als regel zaken in het openbaar behandelen. Op die datum worden nieuwe wettelijke maatregelen van kracht over het medisch tuchtrecht, vervat in de Wet BIG (Wet beroepen in de individuele gezondheidszorg). Tot nu toe worden de klachten van patiënten meestal achter gesloten deuren afgehandeld.

Mr. Römer heeft er vooral bezwaar tegen dat artsen die voor de tuchtrechter hebben gestaan bij het publiek bekend zullen worden. “De dokter wordt weliswaar met initialen bekend, maar in een dorp weet vervolgens iedereen om wie het gaat. En dat geldt ook voor een specialist uit een academisch ziekenhuis. Dat leidt tot stigmatisering, óók voor degene die is vrijgesproken. Dat is een nadeel voor de patiënt, die daardoor zijn vertrouwen in zijn eigen dokter ziet tanen. De maatregel is daarom niet zo best voor de volksgezondheid. De gang van de arts naar het medisch tuchtcollege is al zwaar genoeg en ik zie niet in wat er mee gediend is, wanneer het nog zwaarder voor de arts wordt.”

Privacy

Volgens de nieuwe regels wordt openbaarheid in beginsel altijd toegepast. Daarvan kan worden afgeweken als de privacy van de patiënten of het beroepsgeheim van de arts ernstig worden geschaad.

Bij de artsenkoepel KNMG reageert men met enige reserve. Secretaris mr. W.P. Rijksen vindt openbaarheid 'iets dat past bij deze tijd', maar anderzijds stelt hij de eis dat die verworvenheid zorgvuldig wordt toegepast. “Publieke behandeling bij het huidige regime zou ongewenst zijn.”

In de nieuwe bedeling gaat aan de behandeling van een zaak in het openbaar een vooronderzoek vooraf. “Dan komen er alleen klachten in de openbare zitting die daar horen,” verwacht Rijksen. “Dat zou zeker een positieve ontwikkeling zijn. Nu hoor je nog vaak uitspraken zoals 'artsen houden elkaar de hand boven het hoofd'. Openbaarheid kan deze mythe ontzenuwen.” Zaken waarbij een minderjarige in het geding is, of zedenzaken komen niet in de openbaarheid. Rijksen wijst erop dat openbare behandeling soms ook voor de klager onaantrekkelijk is.

Op straat

Mr. U.W. baron Bentick, de president van het Medisch Tuchtcollege in Amsterdam, heeft evenmin moeite met het openbaar worden van de zittingen. “Rechtspraak hoort in het openbaar,” zegt hij, “maar er zitten wel enkele haken en ogen aan. Voor de klager kan het vervelend zijn als medische zaken op straat komen en de arts kan bij een openbare behandeling onnodig in een vervelend daglicht komen.”

President Bentinck heeft de laatste jaren enkele malen reeds voor openbaarheid gezorgd, zoals in de zaak-Chabot en de zaak-Makdoembaks. In beide gevallen stemden partijen in met openbare behandeling. Volgens Bentinck wordt de praktijk na 1 december omgekeerd. “Partijen kunnen dan vragen om een niet-openbare behandeling. Daar zou het college bijvoorbeeld begrip voor hebben, wanneer de klager een psychiatrisch patiënt is, die dat liever niet aan de grote klok wil hangen.”

Verdomhoekje

“Wij zitten als medische tuchtcolleges in het verdomhoekje,” meent Bentinck. “Het publiek neemt heel gemakkelijk aan dat artsen elkaar dekken, als er medische fouten zijn gemaakt. Maar die mening is volledig ten onrechte. Het medisch tuchtcollege oordeelt doorgaans strenger dan andere rechtscolleges. Dat blijkt bijvoorbeeld wanneer artsen na een veroordeling bij het medisch tuchtcollege in appèl gaan bij het Hof. Dan is de rechtspraak in handen van juristen en de praktijk wijst uit dat die vaak de opgelegde straffen verlagen, soms zelfs halveren.”

Bentinck hoopt dat de nieuwe maatregel de medische tuchtcolleges wat dichter bij het publiek zal brengen. “Men realiseert zich vaak niet hoe laag onze drempel nu al is. Een patiënt hoeft alleen maar een eenvoudige brief te sturen, waarin duidelijk staat wat de klacht is. Alles wordt keurig behandeld en men heeft binnen één jaar een uitspraak.” Dat jaar is nodig omdat een behandeling steeds begint met een uitwisseling van stukken.

Vooronderzoek

In de nieuwe gang van zaken begint een procedure met een niet-openbaar vooronderzoek. Daarbij worden de klager en degene over wie geklaagd wordt gehoord. Als het tuchtcollege kans ziet voor een minnelijke schikking, wordt daaraan de voorkeur gegeven. Wanneer zo'n schikking niet mogelijk is, wordt de zaak voortgezet met het horen van getuigen en deskundigen zoals de inspecteur voor de gezondheidszorg.

Dan kan blijken of een zaak in raadkamer moet worden afgehandeld, bijvoorbeeld als de klager niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dat kan het geval zijn, wanneer de zaak is verjaard (na tien jaar), ongegrond is of van onvoldoende gewicht blijkt.

mailIcon print |