*

 
dossier

Archief

Meestal wint toch 'die rotziekte'

TONJA KIVITS − 20/03/99, 00:00

Onlangs hebben we onze hond laten inslapen. De diagnose 'kanker' was de aanleiding. Zeer humaan, hoorden we alom, hoewel de term wat vreemd in deze context past, want laten we wel wezen, mensen met kanker komen er niet zo gemakkelijk af. Zij mogen pas gaan als alle wetenschappelijke snufjes hebben gefaald.

Jerome Groopman is ook zo'n volhouder. Hij is hoogleraar in de immunologie aan de medische faculteit van Harvard, en vooraanstaand onderzoeker op het gebied van kanker en aids. Groopman heeft een onwrikbaar geloof in de wetenschap, in God en in de vechtlust van de mens. Desalniettemin wint meestentijds toch die 'rotziekte'.

In 'Leven voor de dood' beschrijft hij acht gevallen van patiënten die lijden aan kanker en aids. Welgeteld vijf van hen moeten het hoofd buigen, twee hebben een prognose die niet veel hoop biedt, slechts één kan mogelijk de dans ontspringen.

'Leven voor de dood' opent met het verhaal van Kirk die koste wat kost in leven wil blijven, en eindigt met Elliot, die zich zonder slag of stoot wil overgeven. Kirk, een rechttoe rechtaan kerel, houdt van winnen. Hij is erin geslaagd om de wereld aan zijn voeten te krijgen. Maar als Groopman hem door de eerste ronde sleept en de kanker onder bedwang schijnt te zijn, stort hij in. Kirk wordt depressief, verliest de smaak van het leven dat hem leeg en inhoudsloos lijkt. Hij heeft vergeten te genieten, en sterft verbitterd en in eenzaamheid.

Elliot daarentegen beleeft het omgekeerde. Voelt zich mislukt in het leven en verwelkomt haast zijn dodelijke ziekte. Als hij de strijd in zijn voordeel beslecht, geeft hij zijn onrealistische dromen van succes, geld en macht op, en aanvaardt de kleine geneugten van het simpele leven. Groopman is jood en kind van de holocaust. Via de mond van de patiënt Dan, zijn alter ego, die bij hem op het laboratorium werkt en aan hemofilie lijdt, verduidelijkt Groopman zijn visie op zijn werk als kankerspecialist. Zijn ouders hadden daar een grote invloed op. Zij hadden de verschrikkingen van het kamp overleefd door de brute realiteit onder ogen te zien, zich voor te bereiden op het allerergste en het nemen van gematigde risico's. Deze drie elementen lopen als een rode draad in Groopmans therapie.

Hij voert alle mogelijke varianten op, waarin ieder zich wel kan herkennen. Zoals in het lieve meisje Cindy, dat welopgevoed en braaf door het leven schuifelt. Na een verloren liefde, snikt ze uit in de armen van een playboy die haar besmet met het aids-virus. Haar leven is verwoest, haar droom over een leuk gezinnetje met een man en kindje voorbij. Of toch niet? Trots kondigt ze de verbouwereerde Groopman aan, dat ze een jongetje uit Slowakije heeft geadopteerd.

Bij Matt, een levenslustige schoolknaap, wordt op een willekeurige dag in de zomer na een valpartijtje op het schoolplein leukemie ontdekt. Samen met de vader vecht Groopman voor zijn leven, en slaagt. Dan slaat het noodlot toe. Matt heeft besmet bloed gekregen en sterft alsnog, een vertwijfelde vader en bloeddonor achterlatend.

In Debbie gaat Groopman de dialoog aan met de alternatieve genezers. Haar geloof in chemokuren en bestralingen is tot nul gedaald, nadat ze haar moeder en twee tantes aan borstkanker heeft verloren. Ook zij heeft de ziekte. Groopman kan praten als Brugman, maar een tao-genezer die haar aanspreekt op haar zelfhelende krachten wint in eerste instantie het pleidooi. Debbie bekoopt het met de dood.

Met de onsympathieke Elizabeth heeft Groopman meer succes. Zij is in de zestig en lijdt aan een zeldzame bloedziekte. Met engelengeduld pareert hij haar grillen en luimen. Medici zijn gluiperds, roept Elizabeth, en zijn voor geld te koop. Groopman werpt zich op als een goede uitzondering, en weet haar uiteindelijk te temmen.

Groopman heeft een zéér aangrijpend boek geschreven, dat de lezer allerminst koud zal laten, juist omdat de besproken patiënten zo akelig herkenbaar zijn. Daarbij verduidelijkt Groopman op een prettige en leesbare manier de andere kant - die van de medicus en zijn jargon.

mailIcon print |