NAGANO - Het is een uiterst vermakelijke variant op het aloude spreekwoord: twee honden vechten om een been en de derde loopt er mee heen. Zes Nederlanders hengelen naar het lidmaatschap van het Internationaal Olympisch Comité, maar een zevende, prins Willem Alexander, gaat met de statusverhogende functie aan de haal. De Rijksvoorlichtingsdienst deed gisteren niet eens moeite om het te ontkennen.
Of de kroonprins vandaag op de laatste congresdag van het IOC daadwerkelijk wordt benoemd, bleef tot het laatste moment onduidelijk. Op de agenda staat wel het punt 'nieuwe IOC-leden', maar een nadere specificatie ontbreekt. Tot het ontbijt wist slechts één man wie het exclusieve gezelschap sportofficials gaan (of gaat) versterken: voorzitter Juan Antonio Samaranch. De Spaanse markies nuttigt traditioneel met de leden van het dagelijks bestuur de eerste maaltijd van de slotdag en bespreekt dan zijn voordracht. Is er een consensus bereikt, dan wordt het lijstje voorgelegd aan de algemene vergadering. “De leden mogen wel vragen stellen”, zegt het Belgische IOC-lid Jacques Rogge, “maar er wordt niet over gestemd.”
Rogge, die met Geesink kandidaat is voor de executive board, die ook vandaag wordt verkozen, weet hoe het er aan de ontbijttafel aan toe gaat. Heel soms is er een discussie over een bepaalde kandidaat, vaak laat Samaranch gewoon wat luchtballonnetjes op. Liggen de meningen te ver uit elkaar, dan wordt de kandidatuur geschrapt of doorgeschoven naar een volgend congres. Prins Willem Alexander heeft de zegen van iedereen. Rogge: “De president zoekt mensen die de sport kennen en invloed hebben in hun land. Mensen van adel passen perfect in dat beeld. Monarchieën bieden continuïteit. De invloed van gekroonde hoofden werkt langer door dan die van ministers.”
Willem Alexander zou na groothertog Jan van Luxemburg, prins Albert van Monaco, prinses Anne van Groot-Brittannië, prinses Nora van Liechtenstein, prins Feisal van Saoedi-Arabië en de Belgische prins De Merode het zevende IOC-lid met blauw bloed in de aderen worden. De laatste is als enige geen afstammeling van een vorstenhuis of een equivalent daarvan. De groothertog is momenteel het enige staatshoofd in het IOC. Ook als koning zou de heer W. A. van Buren het lidmaatschap dus kunnen behouden. Het kabinet is evenwel verantwoordelijk voor uitspraken van leden van het Koninklijk Huis. In zijn kwaliteit van IOC-lid zou Willem Alexander in een positie verzeild kunnen raken die niet strookt met het regeringsbeleid. “Het is regel dat hij in dat geval vooraf overleg heeft met de vakminister”, zegt Nick Kouwenhoven van de RVD. De kroonprins arriveert morgenmiddag in Nagano, waar hij de Winterspelen zal bijwonen. Anton Geesink zat in 1987 ook gewoon thuis toen hij tot IOC-lid werd benoemd.
Strikt formeel is de kandidatuur van Willem Aleander slechts een sterk gerucht. Maar de zinsnede 'ik bevestig noch ontken' die gisteren door de RVD-functionaris, premier Kok en Samaranch werd gebezigd, is alleszeggend. Alleen de hoofdpersoon zelf was niet bereikbaar voor commentaar. Dat gaat in de toekomst veranderen. Volgens het olympisch charter moet ieder IOC-lid aanspreekbaar zijn voor het publiek.
In de ban
De vermoedelijke benoeming van de oudste zoon van koningin Beatrix is het verrassende plot van een soap, die sportminnend Nederland sinds 30 september in de ban houdt. Op die dag deed Samaranch in de wandelgangen van de Europese Sportconferentie in Amsterdam immers een oproep aan 'alle Nederlanders' zich kandidaat te stellen voor de tweede IOC-zetel waarop dit land recht heeft (de kwaliteitszetel die Hein Verbruggen als voorzitter van de UCI bekleedt, telt in dit verband niet mee). Dat onbedoeld uitnodigende gebaar sprak in het bijzonder Wouter Huibregtsen (voorzitter NOC-NSF), Ard Schenk (chef de mission Winterspelen), Marc Top (oud-roeier), Els van Breda (internationaal hockeybestuurder), Erica Terpstra (staatssecretaris sport) en Wim Jesse (journalist) aan. Van dat zestal voelde Huibregtsen zich verreweg het ongemakkelijkst. Hij had een duidelijke hint van Samaranch gekregen zich te kandideren, hoewel hij zelf de tijd nog niet rijp achtte. Toen Schenk zich onaangekondigd in de race mengde, zocht en vond hij in no time een breed draagvlak onder de olympische bonden in Nederland. Alsof het om een eenmalige stuntaanbieding van een computerzaak ging, verdrongen landgenoten zich voor de poorten van de IOC-burcht in Lausanne. “Na de 30e september had ik het gevoel geen Nederlander meer te zijn, maar iemand die uit een of andere bananenrepubliek stamde”, gêneert Geesink zich. “Dit kan alleen maar een toneelstuk zijn, zoiets bedenk je niet.”
Ofschoon de animositeit niet grensoverschrijdend was (Rogge: “Met alle respect voor U, maar dit is bij ons niet bepaald het onderwerp van de dag”) werkte de klucht niet in het voordeel van Huibregtsen. Samaranch is verre van gecharmeerd van rollebollende bobo's. Het sprekende bewijs ligt in Noorwegen. Het oude en met zijn gezondheid worstelende IOC-lid Staubo diende onlangs zijn ontslag in en schoof Peter Rönninger (die nauw betrokken was bij de organisatie van de Olympische Winterspelen in Lillehammer) als zijn opvolger naar voren. De Noorse regering opteerde voor minister (van sport) Myhrvold. Samaranch beslechtte de tweestrijd door Staubo er toe over te halen zijn ontslagaanvraag schielijk in te trekken.
Lering trekkend uit dat incident trachtte Huibregtsen een convenant te sluiten met Geesink, met wie hij doorgaans niet on speaking terms is. Via het ANP kwam het bericht in de wereld dat Huibregtsen en Geesink ten aanzien van het kandidaat-lidmaatschap van de eerste op één lijn zaten. De waarheid is volgens Geesink anders. “In een gesprek met Verbruggen en penningmeester Faber van NOC-NSF, waarbij ook Huibregtsen aanwezig was, hebben we een positionering gemaakt van de IOC-vertegenwoordigers in Nederand. Daarbij zijn nooit andere namen genoemd dan de mijne en die van Verbruggen.”
Omdat het draagvlak voor Huibregtsen toch minder breed was dan hij veronderstelde, gaf hij Samaranch het advies een Nederlander aan te wijzen die zonder enige discussie boven alle partijen staat. Daarop benaderde de Spanjaard prins Willem Alexander, wiens binding en betrokkenheid met de sport ondermeer tot uiting komt in het beschermheerschap van NOC-NSF. Geesink wordt vandaag waarschijnlijk een gelukkig mens: “Voor mij kan het niet beter.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.