Leiding geven aan vijftig man, dat zou wel leuk zijn - zei de aankomende autoverkoopster. Ongemerkt de top bereiken door, gewoon, hard te werken - zei de beginnende secretaresse. Socializen met de reizigers op een cruiseschip - zei de aanstaande zeeman. De computer de baas zijn - zei de toekomstige telematica-specialist. Veel reizen - zei de zich warm lopende diplomate.
Ja en nee.
De werkelijkheid is weerbarstig en twee jaar is kort. Een flink aantal van de laatstejaars die we twee jaar geleden spraken, heeft de sprong in de praktijk nog niet gemaakt.
Soms was dat omdat ze bij nader inzien toch maar aan een vervolgopleiding begonnen. De ene keer was dat omdat nóg een diploma wel zo safe leek, op de diplomavretende arbeidsmarkt.
De andere keer lijkt die vervolgstudie vooral bedoeld om de praktijk nog even uit te stellen.
Soms ook maakten ze de sprong in de praktijk niet hoewel ze zich daar klaar voor voelden en dat best hadden gewild. Dan was er simpelweg geen baan. Die mensen wachten bij de telefoon, speuren de advertenties na, piekeren over 'iets anders'. De meerderheid van de jonge werknemers heeft geen vaste baan maar is aangewezen op een tijdelijk contract of invalbeurten.
Maar soms is 'de praktijk' wel degelijk begonnen. De bouwvakker bouwt, de zeeman vaart, de priester waakt over een parochie, de schrijfster ligt in de boekhandel. Als je werkt heb je meer tijd, merken ze, maar ook minder geld. “Als ik een paar dagen vrij heb, gaat het kriebelen. Dan wil ik toch weer aan het werk.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.