*

 
dossier

Archief

EPHIMENCO

Sylvain Ephimenco − 04/03/99, 00:00

Het begon bij de slager. Toen ik de man om een onsje boerenzult vroeg antwoordde hij dat die op was. Verder had hij geen enkel soort worst, ham of paté meer en zelfs geen mergpijpje voor mijn hond. Starend met ongeloof naar het rijke assortiment vleeswaren achter de toonbank wilde ik iets opmerken, maar de anders altijd vriendelijke slager duwde me haastig naar de deur.

'Sluitingstijd!' brulde hij in mijn oor. Het was nog geen tien uur in de ochtend. Bij de verderop gelegen supermarkt werd mijn verschijning met een spontane leegloop van klanten en personeel verwelkomd. Een gevoel van onbehagen greep me naar de keel. Eenmaal buiten constateerde ik met lede ogen dat de vier banden van mijn nieuwe Peugeot 206 waren doorgeprikt. Als door de duivel achtervolgd rende ik door de verlaten straten naar huis. Op de deurmat lag het Algemeen Dagblad. Ik vouwde de krant open en schrok. Daar, midden op de voorpagina, op vier kolommen breedte en in vale kleuren uitgevoerd stond mijn hoofd. Boven wat na diepgaande bestudering een compositietekening bleek te zijn was het volgende geschreven: 'Gezocht: ontvoerder mevrouw Boonstra'. Terwijl binnen de telefonische opzeggingen van kennissen, vrienden en opdrachtgevers elkaar opvolgden, zag ik buiten hoe jongeren zich aan de overkant van de straat verzamelden. Het waren Urkers. Ik kon de eerste stenen net ontwijken, vluchtte naar boven en belde Peter van Dijk, hoofdredacteur van het AD. Hoe hij het in zijn hoofd kon halen om mijn gelaat zo prominent op zijn voorpagina te plaatsen? Dat die boef op mij leek was zijn zaak niet, antwoordde hij koeltjes. Ik werd razend. Door deze vervloekte gelijkenis lagen mijn sociale en professionele leven, plus twee dubbelbeglazen ramen aan diggelen. Ik schreeuwde dat het hier geen verklikkerssamenleving is, dat de journalist nooit het verlengstuk van de politie mag zijn omwille van een gefortuneerde mevrouw, dat in Nederland verdachten alleen met voorletters mogen worden aangeduid. Maar de lijn was plots dood. En buiten, hoog in de bomen geklommen, zag ik drie mannen met bivakmutsen, peper-spray, kogelvrijvesten en het AD in de zak van hun battledress. Ze richtten hun verrekijkers op mijn werkkamer.

mailIcon print |