De IRT-affaire, die in Nederland zoveel ophef veroorzaakte, heeft in buurland België weinig aandacht getrokken. Niet zo vreemd, want problemen bij politie en justitie zijn in dit land schering en inslag: elkaar tegenwerkende speurders, incompetentie, verregaande politieke bemoeienis met 'het gerecht'. De moordpartijen van de Bende van Nijvel in de jaren tachtig zijn nooit opgelost. Eén verdachte wordt nu mogelijk 'afgeschreven'. Maar wie zat(en) er dan wel achter? Extreem-rechtse politiemensen? Of andere 'duistere machten'?
Vandaag buigt de rechtbank van Charleroi zich over de vraag of deze De Staercke buiten vervolging moet worden gesteld. In 1987 werd 'Johnny', zoals zijn bijnaam luidt, tot twintig jaar celstraf veroordeeld wegens een hele serie misdrijven, die echter geen van alle aan de Bende van Nijvel werden toegeschreven. Daags na de veroordeling stelde een onderzoeksrechter hem in staat van beschuldiging wegens de overval op een supermarkt in Aalst. Dat was de laatste, en bloedigste, van een lange reeks misdrijven die wèl op naam van de Bende staan.
Op 9 november 1985 vielen er in en om de Delhaize-supermarkt van het Vlaamse stadje acht doden. De buit bedroeg 737 777 frank, zo'n veertigduizend gulden. De Bende dankte zijn naam aan een overval op een supermarkt in Nijvel, twee jaar eerder, waarbij drie doden vielen en twee politiemensen gewond raakten. De buit bestond toen slechts uit koffie, drank, pralines en twee pistolen.
Twijfels
De liberale politicus Hugo Coveliers heeft er een hard hoofd in of justitie de verdenkingen tegen De Staercke 'hard' kan maken, meer dan tien jaar na dato. De senator die het onderzoek naar de Bende al jaren met argusogen volgt: “De toenmalige onderzoeksrechter, Freddy Troch, wilde per se iemand in staat van beschuldiging stellen, omdat zijn superieuren dreigden hem van het onderzoek naar de Bende af te halen.” Tevergeefs: Troch, de enige onderzoeksrechter die ooit ècht van plan leek de waarheid over de Bende te achterhalen, werd, zoals dat heet, ontlast. En de 'zelfbeschuldiging' van De Staercke werd nooit grondig onderzocht.
Het is, in de ogen van Coveliers, slechts een van de vele blunders waardoor het onderzoek naar de Bende in de loop der jaren ontsierd werd. Coveliers was enkele jaren geleden lid van een parlementaire commissie die onderzoek deed naar 'groot banditisme en terrorisme' in België. Die commissie kwam tot de conclusie dat het justitiële speurwerk naar de Bende van Nijvel door 'duistere machten' was belemmerd.
Erg verhelderend was dat niet, beaamt Coveliers grif. Het onderzoek riep meer vragen op dan het beantwoordde, en voedde speculaties dat er andere lieden achter de Bende zaten dan ordinaire gangsters als De Staercke. Extreem-rechtse rijkswachters bijvoorbeeld, die uit waren op een staatsgreep, of politici en andere prominenten, die seksschandalen en/of illegale wapenhandel wilden verbergen.
Voor elk van die speculaties zijn er aanwijzingen, maar bewijzen ontbreken tot op de dag van vandaag. Senator Coveliers: “Het onderzoek van politie en justitie wordt gekenmerkt door een lange reeks foute belissingen. Wie heeft die genomen, en waarom? Is er sprake van onkunde, of werden bepaalde sporen met opzet niet gevolgd? Mòcht er soms niet gezocht worden naar een mogelijke politieke link?”
Bij de overval op de Colruyt-supermarkt in Overijs kwam 'toevallig' een Brusselse bankier om, een zekere Albert Finne. Deze man hield zich op in extreem-rechtse kringen, zou betrokken zijn bij illegale wapenhandel en 'roze balletten', ofwel seksfeesten met minderjarigen, waaraan hooggeplaatste Belgen zouden hebben deelgenomen. Een anonieme rijkswachter noemde in dit verband zelfs oud-premier Paul Vanden Boeynants en de toenmalige prins Albert, de huidige koning.
Volgens de onbekende rijkswachter werd Finne doelbewust uit de weg geruimd. De verklaring bevindt zich in het Bende-dossier van inmiddels een kleine 400 000 pagina's. Wat het document waard is, weet niemand. Wel is het duidelijk dat de aandacht afgeleid wordt van een ander spoor, dat leidt naar de rijkswacht zelf.
In het parlementaire onderzoek stuitte Coveliers c.s. op de Groep G, een in de jaren zeventig opgerichte club van extreem-rechtse rijkswachtofficieren. Zij maakten zich zorgen over verloedering van de samenleving, communistische infiltratie in de media, en dergelijke. Groep G verzamelde informatie over 'links', of wat daarvoor doorging.
Dat binnen de rijkswacht ultra-rechtse ideeën bestaan, is geen geheim. Onlangs kwamen nog documenten aan het licht over oude betrekkingen van de politiecommissaris van de Brusselse gemeente Schaerbeek, ex-rijkswachter Johan Demol, met extreem-rechts. Hij is bekend van zijn harde optreden tegen drugdealers van Noordafrikaanse herkomst.
Volgens Senator Coveliers zijn er “sterke aanwijzigingen” dat (ex-) rijkswachters betrokken waren bij de misdaden van de Bende van Nijvel. “Maar deze piste is nooit serieus onderzocht.” Een van de verhalen wil dat 'de reus', een van de overvallers, is herkend als lid van een elite-korps van de rijkswacht. Het verhaal is al vijf jaar oud, maar werd nooit opgehelderd. Onkunde of onwil?
Staatsgreep
De vraag rijst uiteraard ook: wat hadden rijkswachters voor ogen, als zij het waren die achter de Bende zaten? Moest er een sfeer van angst geschapen worden, het klimaat rijp gemaakt voor een staatsgreep? De parlementaire onderzoekscommissie heeft ook die mogelijkheid aangesneden, onder meer in een gesprek met ex-premier Vanden Boeynants, wiens naam in het dossier meer dan eens opdook. VDB, zoals hij in de wandeling heet, noemde het echter “belachelijk en grotesk om van een staatsgreep in België te praten.” Zijn woorden werden voor kennisgeving aangenomen.
Het keiharde optreden van de overvallers (in de stijl van een militair commando, volgens kenners) en de relatief bescheiden buit deden vermoeden, dat de Bende van Nijvel niet bestond uit 'gewone' gangsters. Maar meer dan vermoedens zijn het nog altijd niet. Volgens senator Coveliers van de liberale oppositiepartij VLD is er maar een manier om het vastgelopen onderzoek weer vlot te trekken: door na te gaan waar en waarom het onderzoek ontspoord is.
Op aandringen van Coveliers en nabestaanden van de slachtoffers van de Bende kondigde minister van justitie Stefaan De Clerck eind vorig jaar een onafhankelijke studie aan naar het onderzoek door twee wetenschappers. De magistratuur reageerde echter als door een wesp gestoken. Geen pottekijkers in onze paleizen van justitie, was de boodschap aan de bewindsman.
Volgens Coveliers is de christen-democratische minister gezwicht voor die druk, en heeft hij het onderzoek aan allerlei beperkingen gebonden. De aangezochte professoren, onder wie de bekende criminoloog Cyrille Fijnaut, die ook voor de commissie-Van Traa werkte, mogen niet eens in alle dossiers snuffelen, klaagt Coveliers. “Er komt niets uit,” vreest hij. Prof. Fijnaut zegt slechts dat hij niet aan het onderzoek zou beginnen, als het bij voorbaat tot mislukken gedoemd was.
Het onderzoek-naar-het-onderzoek zou een maand of zes moeten duren. Maar volgens Coveliers kan het nog wel een halve eeuw duren voordat de waarheid over de Bende van Nijvel aan het licht komt. “Dan hebben de betrokken geen macht meer, of ze zijn overleden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.