Van onze parlementsredactie DEN HAAG - De Tweede Kamer is zeer verbaasd over het feit dat de Nederlandse ambassade in Teheran sinds januari niet meer actief in de gaten houdt hoe het Iraniërs vergaat die Nederland teruggestuurd heeft naar Iran. Ze krijgen slechts een telefoonnummer van de ambassade mee.
“Wij zijn hierover onjuist geïnformeerd”, zei D66-Kamerlid Dittrich gisteren na afloop van een hoorzitting van de Kamer over de ambtsberichten van buitenlandse zaken over Iran. De Kamer ging er op grond van mededelingen van het kabinet van uit dat de ambassade de in Nederland uitgeprocedeerde vluchtelingen goed volgt, zodat kan worden vastgesteld of de Iraanse autoriteiten de teruggekeerde burgers met rust laten.
Maar H. Siblesz, ambtenaar bij het ministerie van buitenlandse zaken, verklaarde gisteren dat de ambassade teruggestuurde asielzoekers niet meer volgt. Medewerkers mogen van de Iraanse autoriteiten de aankomst van de Iraniërs in Teheran niet gadeslaan. Dus is de ambassade gestopt met huisbezoeken aan deze mensen. Ze krijgen slechts een telefoonnummer mee van de ambassade, zodat ze in geval van nood kunnen bellen.
J. van Tilborg, directeur van de vluchtelingenorganisatie Inlia, en A. Pouri van de Iraanse mensenrechtenorganisatie Prime, zeiden zaken te kennen van teruggestuurde Iraniërs met wie het slecht is afgelopen. De grote politieke partijen willen het uitzetten van uitgeprocedeerde Iraniërs trouwens niet opschorten totdat er een nieuw ambtsbericht is. In dat van juni staat dat het niet op voorhand onverantwoord is hen terug te sturen.
- Meer nieuws op pagina 4
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.