Door de massale toeloop zitten de toegangswegen naar de Powaski-begraafplaats in Warschau volledig verstopt, en de politie heeft al wegversperringen en omleidingen moeten instellen. Maar Kaz weet nog een weggetje achterlangs. Via een bospad in de volstrekte duisternis arriveren we aan de achterzijde van het immense kerkhof.
Vanaf een talud achter de buitenmuur hebben we zicht op de begraafplaats. Er hangt een zware nevel over, echter niet vanwege het weer, maar afkomstig van de vele duizenden kaarsen die minstens even zovele Polen bij de graven hebben ontstoken. Het is Allerheiligen, en dat leeft nog steeds zeer bij de Polen, zelfs bij de niet praktiserend katholieken zoals Kaz.
Na een moeizame klimpartij over de buitenmuur staan we tussen de graven, tussen de eerbetuigers. Complete gezinnen, veel jeugd, kinderen, tieners, schuifelen langs de graven. En ieder heeft een of meer kaarsen bij zich om die straks bij de 'favoriete' graven te plaatsen.
De grotendeels militaire dodenakker is opgezet onder het oude communistische regime, als onderdeel van een groep van vijf begraafplaatsen met de verzamelnaam Powaski. En omdat er ook slachtoffers begraven liggen van de Warschauer opstand tegen de nazi's in 1944 - waarbij de op een steenworp afstand gelegen Sovjet-troepen geen hand uitstaken - groeiden juist deze plaatsen uit tot een soort bedevaartsoord voor het verzet tegen het communisme. Vooral tijdens de staat van beleg in Polen, begin jaren tachtig, waren de bezoeken aan de graven van het Armii Krajwej - het non-communistische ondergrondse Poolse binnenlandse leger - massaal en demonstratief.
Die tijden zullen weer terugkeren, nu de post-communisten in Polen op presidentieel en regeringsniveau weer aan de macht zijn. En vooral het recent opgerichte grafmonument voor 'Katyn', de plaats waar in 1940 zo'n tienduizend Poolse officieren door de Russen zijn vermoord, krijgt zo zijn bedevaartsfunctie. Want de symboliek van het Katyn-monument is enorm, ingebeiteld staan namen als Kozielsk, Ostaszkow, Stanesbielski. Namen van steden in Wit-Rusland waar gruwelijkheden hebben plaatsgevonden onder auspiciën van de Sovjet-Russen, van het communisme dus. Nu ook branden er vele honderden kaarsen, en even bezijden het grote kruis zingt een groepje Poolse scouts eerbiedige liederen ter nagedachtenis.
De scouts, padvinders, spelen telkens een grote rol bij de herdenkingen op deze Powaski-begraafplaats. Ze verzorgen het Katyn-monument en de andere militaire graven. Uiteraard ook die van hun kameraden die sneuvelden tegen de nazi's. En bij het centrale monument voor de gevallen scouts - ruim vijf jaar geleden ingericht - is het één zee van brandende kaarsen. Van het scout-bataljon 'Zoska' - 'Sofietje' - staan naam en leeftijd van de gesneuvelden ingegrift. Veel 16- tot 18-jarigen, de oudste is 20.
Grootheden uit het Poolse communistische verleden hebben hier een eigen tombe: Boleslaw Bierut, de in 1956 overleden partijleider, en Wladislaw Gomoelka, zijn opvolger. Ook daar branden kaarsen, enkele weliswaar, maar tòch. Van de doden niets dan goed.
Kaz heeft het naast Katyn en 'Zoska' zeer begrepen op de graftombe van Julian Tuwim. Tuwim, de in 1953 overleden dichter, was en is vooral onder de Poolse jeugd een begrip met zijn briljante kinderboeken. En Kaz vertelt met weemoedige warmte hoe hij is opgegroeid met de werken van Tuwim en hoe nu zijn twee kinderen met dezelfde boeken opgroeien. De Poolse Annie M. G. Schmidt, maar dan een man.
Een jochie en een meiske van een jaar of acht zoeken allebei een plekje voor hun kaars aan de voet van de overvolle grafzerk van Julian Tuwim. Ze voeren een hevige discussie, zegt Kaz, wat nu wel het mooiste boekje van hun schrijver is. Dan lopen ze verder, maar rennen weer terug om te zien of de sterke wind hun kaarsen heeft uitgewaaid. Nee, het gaat goed, en kwetterend lopen ze hand in hand de begraafplaats af. Net Jip en Janneke.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.