Wel eerlijk misschien, maar niet verstandig van minister Sorgdrager om gelijktijdig met haar voorstel toetsingscommissies voor euthanasie in te stellen, aan te kondigen dat er met haar op termijn te praten valt over een wijziging van het Wetboek van strafrecht. Die wijziging zou er op neerkomen dat levensbeƫindiging op verzoek strafbaar blijft, maar dat er in het Wetboek van strafrecht ook rechtvaardigingsgronden worden opgenomen.
Met dit doel voor ogen zegt de minister: als die commissies hun werk goed doen, dan onstaat er op den duur vanzelf een open en duidelijke praktijk op grond waarvan we zonder al te veel problemen een aantal rechtvaardigingsgronden kunnen formuleren. Als we die vervolgens in de wet opnemen, kan euthanasie voor het grootste deel als normaal medisch handelen worden beschouwd, en zijn die commissies in feite overbodig geworden. De toetsingscommissie als opstapje naar een 'genormaliseerde' euthanasiepraktijk.
Het lijkt ons veel verstandiger als de minister zich ondubbelzinnig had beperkt tot wat ze ook zei, namelijk dat bij een beslissing tot levensbeĆ«indiging altijd openheid moet worden betracht en altijd een toetsing moet plaatshebben. Uitmondend in het statement: “Een arts die meent dat zijn handelen niet getoetst hoeft te worden, kan bij mij niet op erg veel begrip rekenen.”
Dat is tenminste klare taal. Euthanasie kan door haar aard nooit als normaal medisch handelen worden beschouwd en zal altijd getoetst moeten worden. Toetsingscommissies kunnen de toetsingspraktijk verrijken. Maar het is ook mogelijk dat er een bureaucratische rompslomp mee in het leven wordt geroepen op grond waarvan de roep om 'normalisering' en dus wetswijziging alleen maar sterker wordt.
Onbedoeld misschien wekt de minister de suggestie dat dit laatste haar niet onwelgevallig is. Het ware daarom verstandiger geweest als zij de toetsingscommissies niet met deze D66-visie had belast.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.