De meestgedraaide componisten in haar Radio 4-programnma 'Een goedemorgen met...' zijn Schubert, Mozart en Bach, zegt samenstelster Aukelien van Hoytema zonder aarzeling. Beethoven? “Al een stuk minder.”
'Een goedemorgen met...' bestaat zo'n dertien jaar en veel luisteraars van Radio 4 zijn op dinsdagochtend gewekt door een bekende Nederlander die zijn favoriete muziek laat horen via de Tros. “De mensen die ik benader stel ik altijd een simpele vraag: wilt u de muziek waarvan u houdt op een lijstje zetten en vertellen waarom u het mooi vindt? Bijna iedereen die ik vraag wil wel in het programma. En het lijstje met favoriete muziek is meestal gauw vol. Maar dan komt het moeilijke deel: het uitleggen waarom je het mooi vindt. Ik probeer te vermijden dat mensen iets vertellen als 'dat is gespeeld bij mijn huwelijk'; het gaat er echt om dat de gasten iets persoonlijks over de muziek vertellen. Vooral schrijvers kunnen dat goed, die zijn gewend hun gevoelens uit te drukken in taal. Politici vallen wel eens tegen. Vaak is hun muziekvoorkeur blijven stilstaan in hun studententijd, door hun drukke bestaan is hun muzikaliteit niet verder ontwikkeld. Dan krijg je al gauw de Vivaldi's. Ze hebben er moeite mee om persoonlijk te worden. Uitzondering was Korthals Altes, die was bezeten van kamermuziek, wist daar ook alles van.”
Zelfs musici hebben soms moeite met het onder woorden brengen van waarom ze van bepaalde muziek houden. “Ze zijn opgeleid om te spelen, ergens te gaan staan en iets te laten horen. Niet om erover te praten. Iemand als de pianist Rian de Waal kan het erg goed. Jonge musici praten wat gemakkelijker. Ze zijn meer gewend geraakt aan het communiceren met publiek, ik denk ook door radio en tv. Vroeger was optreden plechtiger. Klassieke muziek is meer business geworden, zeker door de platenindustrie. Er is zoveel meer, het is vechten geworden om een aandeel in de publiciteit. Dat zie je ook aan de concertzalen, er is meer aandacht voor pr.”
Ze bladert in de map met het overzicht van wie in de afgelopen jaren te gast zijn geweest in 'Een goede morgen met...'. “Helène Nolthenius was leuk, Marius Flothuis ook. Dat zijn mensen van wie je denkt: die weten zoveel, die komen vast met heel ingewikkelde muziek. Maar dat bleek mee te vallen, en ze konden er goed over vertellen. Liselore Gerritsen was leuk, Thom Hoffman bleek een uitgelezen keuze te hebben, dat is een grote muziekkenner. Loes Luca ook, daar heb ik vreselijk mee gelachen.”
Bekende Nederlanders blinken in hun muziekkeuze niet altijd uit door originaliteit, weten de vaste luisteraars. Zo werd menig programma afgesloten met 'Die vier letzten Lieder'. Van Hoytema: “Ik probeer het wel te voorkomen, maar dat lukt niet altijd.” Verder bladerend: “De Deense hoogleraar Jens Arnbak was geweldig. Hij weet veel van literatuur, techniek, filosofie en muziek en kan onderlinge verbanden leggen. Heel boeiend, dan gaan er hele werelden leven.” Ze veert op: “Weet je wie echt heel erg verrassend was? Nordholt! Hij weet heel veel van muziek en kan er leuk over praten. En ja hoor, hij kwam in uniform.”
Een enkele keer is er een gast die draait wat Van Hoytema's eigen keuze geweest zou zijn. “Dat is meestal een vrouw.” Inmiddels is bijna de helft van de gasten in het radioprogramma vrouw. In het begin waren het vooral mannen, wat haar op kritiek kwam te staan: “Maar er waren dertien jaar geleden nog niet zoveel vrouwen in het openbare leven. En als ik ze vroeg, waren ze erg onzeker. Dat is snel veranderd.”
Erg succesvolle uitzendingen waren die met Gregor Frenkel Frank en Jan Tittel, de Mozartkenner, die enkele jaren geleden overleed. Op beide programma's kwamen veel reacties. “Er komen altijd wel reacties, ook boze. Mensen die vinden dat er teveel jazz in zat. Of teveel moderne muziek.”
Hofland, de journalist, heeft ze ook wel eens gevraagd, maar die weigerde. “En ik begrijp ongeveer wel waarom.” De naam Hofland valt omdat die onlangs in een krant schreef dat hij liever naar Classic FM luistert dan naar Radio 4. Op 4 wordt teveel geleuterd, vindt hij. Dat schiet Van Hoytema enigzins in het verkeerde keelgat. Als hoofd van de serieuze muziekafdeling van de Tros zit ze in de zenderredactie van Radio 4. En daarin is hard gewerkt om het praten op de muziekzender tot het hoogst noodzakelijke terug te brengen. “Maar je kunt het niet helemaal weglaten. Je moet wel de nodige informatie geven, of iets uitleggen. En een interview met een musicus is toch interessant om naar te luisteren?”
De opkomst van de commerciële zender Classic FM, die nu drie jaar uitzendt, kost Radio 4 luisteraars. De concurrentie van de buitenlandse klassieke zenders en de Concertzender is veel kleiner. Van Hoytema denkt dat een deel van de luisteraars wel terugkomt bij Radio 4: “We hebben zeker oog en oor voor Classic FM. Maar ik kan me voorstellen dat de muziek van Classic FM na verloop van tijd erg dun wordt. Een beperkt repertoire, uiterst summiere informatie, amateuristisch. Ik ben niet bang dat alle luisteraars van Radio 4 definitief overstappen naar deze zender. Waarschijnlijk boort Classic FM net een ander marktsegment aan. Maar natuurlijk houden we het heel goed in de gaten.”
Radio 4 heeft van de omroepen meer ruimte gekregen om te concurreren met de commerciële zender. De zendtijd is met ingang van dit jaar met een uur uitgebreid. Alleen in de nachtelijke uren tussen 1 en 6 uur is er geen uitzending. “We hopen dat gat te vullen”, zegt Van Hoytema. “Je zult misschien maar een paar duizend luisteraars trekken. Maar nu is er in de nacht niets voor liefhebbers van klassieke muziek.”
Aukelien van Hoytema-Van der Beugel kreeg muziek met de paplepel ingegoten. Als kleuter ging ze al met haar ouders naar concerten. “Soms verveelde ik me. Maar toen ik Clara Haskil de grote sonate in bes van Schubert hoorde spelen maakte dat diepe indruk.”
Ze studeerde muziekwetenschappen en piano, maar werd geen uitvoerend pianiste. “Mijn vader wou niet dat ik pianiste werd, ik denk dat hij me niet zes uur per dag zag studeren. Ik denk achteraf dat hij daar wel gelijk in had.”
Ze staat overigens vaak op het podium, als zangeres in de groep die de naam van haar man draagt, het Orkest Nanne van Hoytema. Ze leerde hem kennen in hun studententijd. Hij speelde basgitaar in een jazzgroep, waar zij zich zeer bij thuis voelde. “Ik heb me een beetje ingedrongen, vroeg of ik een liedje mocht zingen. Op een gegeven moment mocht ik drie liedjes zingen.” De band treedt nog steeds op, vooral op feesten en partijen. “Voor een deel bestaat het gezelschap uit amateurs, die altijd graag spelen en voor een deel uit professionele musici, die graag voor de lol spelen. We spelen vooral popmuziek en jazz. Nee, geen house, daar vinden we niets aan”, zegt ze lachend.
Haar inmiddels volwassen kinderen hebben een plek gekregen in de band, waarvan ze als baby al menig optreden bijwoonden. “Ik heb mijn zoon nog te slapen gelegd in de prijzenkast van Ajax.”
Door herindeling van de zendtijd op Radio 4 heeft de Tros 's middags drie uur zendtijd achter elkaar gekregen. Daardoor is het mogelijk een zangprogramma te brengen, met bij voorbeeld complete opera's of oratoria. “Ik ben blij dat de Tros daar moeite voor doet. Het is duur. Ik ben ook blij dat de Tros in het bestel is gebleven en niet commercieel is geworden. Want wat wij doen is commercieel niet haalbaar.”
Naast de uitzendingen op de radio en af en toe op tv organiseert de Tros concerten in zalen, met de vier omroeporkesten en het Groot Omroepkoor. De gezamenlijke omroepen hebben voor een deel beschikking over de orkesten en het koor. Ze hebben zelfs zeggenschap in de programmering. “We zijn behalve programmamakers eigenlijk ook een concertbedrijf. We zijn nu al bezig met 1999, dat wordt vooral gedaan door Astrid in 't Veld. Het is heel erg lange adem werk. Maar over het algemeen kan ik zeggen dat we blij zijn met wat er uiteindelijk wordt uitgevoerd. Als je het vergelijkt met de andere orkesten van Nederland, die wel erg buigen naar het gewone repertoire, brengen de omroeporkesten ook andere dingen. Kijk maar naar het programma van dit seizoen, daar staat ook Brittan op, of Steve Reich.”
Aukelien van Hoytema spreekt bevlogen over de orkesten (het Radio Kamer-, Radio Filharmonisch-, Symfonie- en Metropole Orkest) en het koor. “Een feest om mee te werken. Het is uniek dat een omroep de beschikking heeft over zoveel ensembles met hoge kwaliteit. Er zijn wel meer omroeporkesten in Europa, maar nooit zoveel in zo'n klein gebied.” Het apparaat kost veel geld, ongeveer 50 miljoen gulden, dat voornamelijk door Den Haag moet worden opgebracht. In tijden van bezuiniging wordt er naar de orkesten gewezen. Van Hoytema is niet bang voor de begerige blikken: “Iedereen is bereid daar hard voor te vechten. Ik vind dat Den Haag wel erg trots mag zijn op dergelijke orkesten.”
Ze produceert 'Een goede morgen met...' zelf. In de tijd van de compact disc is dat heel wat gemakkelijker dan dertien jaar geleden, met de grammofoonplaten. “Het was de bedoeling dat de gasten hun eigen platen meenamen. Die ging ik dan eerst beluisteren, of er geen krassen op zaten. En ik oefende, zodat ik tijdens de rechtstreekse uitzending in één keer de naald op de goede plek kon zetten. Dat is met cd's zo gemakkelijk geworden; van alle muziek zijn wel 100 opnames voorhanden, nou ja, misschien overdrijf ik een beetje.” Ze wijst naar de verzameling cd's op de tafel in haar werkkamer: de oogst nieuwe platen van de laatste maanden. “Toch denk ik dat de inhaalslag wel gereed is. Alle platen zijn zo'n beetje vervangen door cd's en er zijn veel nieuwe uitvoeringen en onbekende werken bijgekomen. Het gaat nu slecht met de cd-industrie. De markt lijkt verzadigd.”
Is door de radio en tv en de actieve platenindustrie het publiek voor klassieke muziek gegroeid? Aarzelend: “Ik denk dat het gelijk opgaat met de bevolkingsgroei. Of anders misschien: er is een grotere differentiatie. Ik denk dat het publiek voor populair klassiek is gegroeid. Voor opera ook, dat is een toegankelijker muziekvorm, er gebeurt iets op het toneel. Maar het publiek voor de strijkkwartetten van Beethoven zal altijd klein blijven.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.