*

 
dossier

Archief

Bijbelvertalingen versterken identiteit benarde volkeren

Door: redactie − 21/10/96, 00:00

Van onze kerkredactie AMSTERDAM - De westerse wereld moet de waarden van de bijbelse boodschap opnieuw ontdekken. Net als bij volken die de Bijbel voor het eerst in hun eigen taal ontvangen, moet de Boodschap opnieuw in de cultuur 'geïncarneerd' worden.

Nu de kerk een maatschappelijk randverschijnsel is geworden, is het van belang dat alle dogmatische aangroeisels uit het verleden worden afgeschud.

Zo beëindigt Jan van Capelleveen zijn boek over de geschiedenis van het bijbelvertalen en de invloed van bijbelvertalingen op de geschiedenis. 'Het Woord gaat zijn weg' wordt vandaag in Den Haag gepresenteerd.

In driehonderdzestig bladzijden neemt de oud-voorlichter van het Nederlands Bijbelgenootschap het op voor het bijbelvertaalwerk. De Bijbel moet in steeds meer talen beschikbaar komen, opdat elk volk het evangelie in zijn eigen cultuur kan integreren. Daar waar de bijbel al lang bekend is, moeten nieuwe vertalingen komen die de tekst van de bijbel zo duidelijk mogelijk overzetten in de taal van vandaag. Zijn visie ontleent Van Capelleveen aan de Gambiaanse theoloog Lamin Dusman Sanneh.

Islam

Deze hoogleraar aan de Amerikaanse Yale-universiteit onderscheidt twee manieren van zending, verbreiding en vertaling. In het geval van verbreiding beschouwt de zendingswerker zijn eigen cultuur als de onmisbare drager van de boodschap. Zo gaat het met de islam, waarvan het heilige boek in principe alleen maar in het Arabisch kan worden overgedragen.

In het geval van vertaling moet de ontvangende partij zelf met de boodschap aan de slag. De boodschapper wordt gedwongen zijn eigen cultuur te relativeren. Van de ontvangers wordt verwacht dat zij zich kritisch bezinnen en dat ze een eigen theologie ontwikkelen die past binnen hun cultuur.

Aan het begin en aan het eind van zijn boek belijdt Van Capelleveen zijn trouw aan de visie van Lamin Sanneh. In de twintig hoofdstukken daartussen schrijft hij over de weg die de Bijbel vanaf zijn ontstaan door de verschillende talen is gegaan. Inmiddels is de Bijbel op z'n minst gedeeltelijk in 2092 talen beschikbaar. Slechts in 341 talen gaat het om het complete Oude en Nieuwe testament. In 822 talen is alleen het Nieuwe Testament vertaald en in 929 talen alleen de eerste bijbelboeken.

Vooral volken in Afrika hebben veel behoefte aan vertaling in hun eigen taal. Datzelfde geldt voor de kleine volken in Latijns-Amerika. Het verschijnen van de Bijbel in de eigen taal blijkt culturen te versterken. Indiaanse culturen in Zuid-Amerika, bijvoorbeeld, die onder Spaanse en Portugese druk dreigden te bezwijken, ontleenden aan hun bijbel een nieuwe culturele identiteit.

Hoogtepunt

Vraag naar nieuwe vertalingen komt ook uit het voormalige Oostblok. In alle voormalige Oost-Europese satelliet staten zijn sinds 1990 bijbelgenootschappen opgericht. Verder moet ook het vanouds gekerstende westen af van de vertalingen die te sterk theologisch gekleurd zijn.

Volgens de secretaris van de Nederlandse Zendingsraad, Jan van Butselaar, komt Van Capelleveens boek precies op tijd, omdat er ook in Nederland een nieuwe cultuurfase aan het aanbreken is. In zijn voorwoord schrijft Van Butselaar: “De secularisatie is over haar hoogtepunt heen.(...) Religie speelt een nieuwe rol, mensen zoeken naar de sporen van God in hun leven en in de wereld. Voorzichtig begint in brede lagen van de samenleving door te dringen dat zonder geloof niemand welvaart, althans niet op de lange duur.” En zo gaat Van Butselaar nog even door. Hij registeert hoe bijzonder het is dat dit boek is voltooid. Van Capelleveen kreeg tijdens het schrijven ernstige hartproblemen. Hij droeg het boek op aan zijn cardiologe en zijn huisarts.

mailIcon print |