AMSTERDAM - Moet er een nieuwe Nederlandse literatuurgeschiedenis komen? En zo ja, wat moet daar dan in staan? Dat zijn de vragen waarop een hele stoet neerlandici vandaag in Den Haag tijdens een studiedag van de Nederlandse Taalunie een antwoord zal proberen te vinden. Mochten ze er vandaag uitkomen, dan zou de Taalunie in de toekomst dit project graag begeleiden.
Over het antwoord op de eerste vraag zullen de meeste geleerden het eens zijn: ja, er is grote behoefte aan een nieuwe, toegankelijke literatuurgeschiedenis. Het 'Handboek' van Knuvelder uit 1954, dat generaties studenten tegelijk gevormd en tot razernij heeft gedreven, is achterhaald. Met name de laatste decennia kwam 'Knuvelder' zwaar onder vuur te liggen. Toch is er sindsdien geen letterkundige, schrijver of criticus geweest die het in zijn eentje heeft aangedurfd de hele Nederlandse literatuur - van het eerste regeltje in de kantlijn van een middeleeuwse kopiist tot de nieuwste A. F. Th. van der Heijden - in één boek te vergaren.
Ondanks deze schrijnende omissie zijn er de laatste jaren minstens drie interessante overzichtswerken verschenen, zij het dat slechts één het gehele beoogde gebied bestreek. Het omvangrijke 'Nederlandse literatuur, een geschiedenis', dat in 1994 werd gepubliceerd onder redactie van M. A. Schenkeveld-van der Dussen, bood in 151 korte essays van verschillende auteurs een panorama op de hele vaderlandse literatuur aan de hand van evenzovele geselecteerde en opeenvolgende data. De grote lijn ontbrak echter: nergens verbond de redactie de verschillende, op zichzelf fascinerende en goed geschreven 'momentopnamen' met elkaar.
Breed verband
'Literatuur en moderniteit 1840-1990' van Frans Ruiter en Wilbert Smulders, dat een half jaar geleden verscheen, vertoonde nu juist heel duidelijk een breed verband. Beide letterkundigen besteden vooral aandacht aan de culturele en maatschappelijke omstandigheden waarin literatuur is ontstaan. “Los van die context “verwordt de geschiedenis van de moderne literatuur al gauw tot een curieuze opeenvolging van vreemde aberraties en uitgesponnen malligheden, zoals de miereneter en de giraffe vreemde verschijningen blijven voor wie hun leefomstandigheden niet kent.”
Zoveel neerlandici, zoveel inzichten. Bij alle waardering die Ton Anbeek, hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de universiteit van Leiden, voor het boek van Ruiter en Smulders kan opbrengen betreurt hij het dat de interpretatie van de literaire teksten zèlf nauwelijks aan bod komt. In zijn 'Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1885-1985' uit 1990 schenkt Anbeek zelf dan ook veel aandacht aan de inhoudelijke en stilistische interpretatie van, zoals hij ze zelf noemt, de 'literaire parels' van de laatste eeuw. Hij gaat vaker de diepte in, waar Ruiter en Smulders liever een breed spectrum laten zien.
Normen
Anbeek heeft er in 'zijn' geschiedenis voor gekozen de literatuur te beschrijven aan de hand van het verloop van literaire normen en conventies. Hij deint mee op de golfbewegingen die de opvattingen van schrijvers de afgelopen honderd jaar te zien gaven. Nauwgezet volgt Anbeek de manier waarop schrijvers in het verloop van de tijd op elkaar reageerden en zich in vorm en inhoud tot elkaar verhielden. Dat deze invalshoek zaligmakend zou zijn, weerspreekt Anbeek in de inleiding van zijn boek al bij voorbaat. “Op dit moment is elke literatuurgeschiedenis een experiment, een poging de diffuse massa van het verleden tot een verhaal te maken.”
De eindeloze diversiteit aan inzichten die binnen de neerlandistiek heerst over de invulling van een nieuwe literatuurgeschiedenis zorgt ervoor dat Anbeek geen heil ziet in de discussie waar veel van zijn vakbroeders zich vandaag in zullen storten. Anbeek blijft thuis. “De ideeën liggen zo ver uit elkaar”, licht hij toe, “dat de dames en heren elkaar nooit zullen kunnen overtuigen. Zij spreken in verschillende talen. De geschiedenis van de literatuurgeschiedenis leert dat dit soort methodologische debatten slechts ontmoedigend werkt of leidt tot onuitvoerbare plannen.”
Dat wil niet zeggen dat Anbeek niet graag een nieuwe literatuurgeschiedenis zou willen zien verschijnen. “Integendeel”, stelt hij. “Het is een zwakte van de neerlandistiek dat er geen grote, dikke literatuurgeschiedenis bestaat. Kijk bijvoorbeeld eens naar Duitsland: daar bestaan er een aantal naast elkaar. Mijn studenten, toch het eerste publiek waar ik in dit geval aan denk, zitten echt te wachten op een helder, doorlopend verhaal van de Middeleeuwen tot nu. Ik behoor niet tot de letterkundigen die geloven dat het verhaal van de literatuur niet geschreven kán worden.”
Toch denkt Anbeek niet dat één persoon dit hele gebied nog kan overzien en in staat zal zijn het helemaal zelf te beschrijven. “Door de verregaande specialisatie in de neerlandistiek is dat onmogelijk geworden. Knuvelder meende het te kunnen, maar goed beschouwd kon ook hij het al niet. Op veel punten heeft hij de plank pijnlijk misgeslagen.”
Anbeek is niet zo somber dat hij verwacht dat een nieuw, kwalitatief hoogstaand overzichtswerk nooit meer zal verschijnen. Zo leverde hij onlangs nog een bijdrage aan een - weliswaar voor een buitenlands, en dus fundamenteel ander publiek geschreven - nieuwe Nederlandse literatuurgeschiedenis, die volgend jaar bij de Franse uitgever Fayard zal gaan verschijnen. Niet alleen een Franse, maar ook een Duitse en Engelse vertaling zien dan het licht. In de redactie zitten grofweg dezelfde wetenschappers die, net als Anbeek zelf, ook in de redactie van 'Nederlandse literatuur, een geschiedenis' zaten.
Verrijking
Hoe ingewikkeld en uitzichtloos de methodologische discussie ook mag lijken, in de praktijk hoeven de verschillende inzichten elkaar kennelijk niet altijd uit te sluiten. Ze kunnen elkaar in theorie zelfs verrijken. Anbeek: “In het algemeen geldt natuurlijk: hoe meer visies, hoe beter. De enige mogelijkheid voor het ontstaan van een nieuwe literatuurgeschiedenis lijkt me een samenwerkingsverband, waarbinnen alle schrijvers van de verschillende perioden verregaande autonomie krijgen.”
Of de deelnemers vandaag tot dezelfde conclusie zullen komen, valt nog te bezien.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.