*

 
dossier

Archief

Fred Luiten, Baroklijn

FRANZ STRAATMAN − 27/08/98, 00:00

Barokmuziek, daar worden we toch mee overvoerd? De in Leiden wonende Fred Luiten zag optimistisch een gat in de markt. In het muziekdrukke Amsterdam nog wel. Hij heeft nu een eigen Baroklijn. En volgend jaar zelfs een Barokfestival.

'Met Fred Luiten Baroklijn'. Even flitsen begrippen door het hoofd als kledinglijn, parfumlijn. Fred Luiten lacht. Hij weet hoe hij de markt moet bespelen sinds hij zich na een studie Frans verdiepte in cultuur en kunstmanagement. In amper twee jaar bouwde hij zijn hartstocht voor barokmuziek uit tot een spraakmakend bedrijfje waarin hij alles doet: onderhandelen met artiesten, concerten organiseren, de publiciteit verzorgen en ook garant staan voor de financiering. Sinds kort heeft hij zijn 'baroklijn', verbonden aan een organisatiebureau dat zijn abonnementenverkoop regelt. Alles zelf doen, bleek niet langer mogelijk.

Het idee om serieus de concertmarkt op te stappen ontstond uit liefde voor de muziek. “Nee, ik speel zelf niet,” reageert hij op de vraag of de luit als logo op zijn briefpapier naar méér dan zijn achternaam verwijst. “Ik heb wel als amateur gezongen, en dat verklaart ook waarom ik me vooral richt op zangers. De stimulans om iets te organiseren kwam voort uit mijn bewondering voor de Engelse countertenor Michael Chance. Die trad weliswaar regelmatig in Nederland op, onder meer tijdens het Festival Oude Muziek in Utrecht, maar hij had nog nooit in het Amsterdams Concertgebouw gezongen.”

“Ik had wel enige ervaring met het organiseren van concerten opgedaan tijdens mijn studententijd, dus waarom zou ik het niet proberen om Chance te benaderen. Hij reageerde verrast op mijn vraag en zegde toe. Achteraf was ik er verbaasd over dat hij mij meteen vertrouwde want hij kende mij niet.”

“Ook het huren van het Concertgebouw in Amsterdam bleek geen problemen op te leveren. Toen moest ik alleen het publiek nog mobiliseren.” Luiten, een tengere jongeman met het gezicht van een kunstminnende aristocraat, trekt vergenoegd aan zijn sigaartje. Hij zond aanstekelijk en beknopt gestelde persberichten rond op geel papier, duidelijk afwijkend van wat er zoal aan publiciteit aan kranten wordt toegestuurd. “Ik heb een aantal jaren free- lance bij het Algemeen Dagblad gewerkt voor de Uitgaanskrant. Daar heb ik gezien hoe slecht persberichten vaak opgesteld worden”.

Het avontuur met Chance lukte; op de berichten en advertenties werd massaal gereageerd. “Er blijkt ook buiten het Festival Oude Muziek grote belangstelling voor zulke barokconcerten. En aangezien bij mij de liefde voor de barok in het bloed zit, voelde ik dat ik moest doorgaan. Ook Emma Kirkby stond op mijn wensenlijstje; het bleek dat zij en Chance nog niet met elkaar gezongen hadden. Wat was mooier dan hen samen te brengen in het 'Stabat Mater' van Pergolesi?”

Dat evenement kon worden ondergebracht in een heuse barokserie in het Amsterdams Concertgebouw. “Let wel,” zegt Luiten, “ik ben geen impresario voor artiesten, ik koppel ze niet aan aan orkesten of ensembles, maar ik organiseer zelf de concerten waar ik programma's voor bedenk en de artiesten bij vraag. Daarbij beperk ik me tot de barok, nou ja, beperk, op dat terrein is zoveel moois te beleven. Denk bijvoorbeeld eens aan Andreas Scholl. Een jonge Duitse countertenor met zo'n prachtige stem; die wilde ik beslist in mijn serie. Ik heb voor hem in het afgelopen seizoen zijn eerste solo-recital georganiseerd. Ook in het Concertgebouw.”

Inmiddels heeft Luiten zich stevig genesteld in de wereld van de barok. Hij maakt zijn keus met een verbazingwekkende flair: de London Baroque, de Akademie für Alte Musik, La petite bande, The Consort of Musicke, de Nederlandse Bachvereniging en het Collegium vocale Gent in combinaties met vocale toppers als Chance, Scholl, Christoph Pregardien en Deborah York. En hij is zo brutaal geweest om oktober tot 'barokmaand' uit te roepen, terwijl al weer vele jaren de jazz die maand claimt. Drie grootschalige concerten (op 1, 12 en 29 oktober) zitten er in.

Volgend voorjaar hoopt hij een droom waar te maken: een internationaal barokfestival in Amsterdam. Waarom zou de Gouden Eeuw van de stad beperkt moeten blijven tot de beeldende kunst, en dan vooral de schilderkunst? Of tot het architectonisch erfgoed van de grachten, zo filosofeert hij. “Het is toch een raadsel dat Amsterdam zo'n festival nog niet had! Het begint op 1 mei met de Nederlandse Bachvereniging; er klinkt dan een Frans programma met enkele prachtstukken van Couperin en Charpentier. Elke avond tot en met 9 mei staat er iets moois.”

“Wat dacht je van een begrafenismis voor de hertogen van Lotharingen, een soort reconstructie met muziek uit de vroege zeventiende eeuw, ook met werk van Sweelinck erbij. Het wordt enigszins geënsceneerd. Te beleven in de Westerkerk op 9 mei. Om de concerten heen worden anderssoortige evenementen opgezet: lezingen, masterclasses, tentoonstellingen, films. De muziek moet beleefd worden als onderdeel van een bredere cultuur.” Een concurrent van het Festival Oude Muziek? “Ik denk van niet,” antwoordt Luiten nadenkend na een trekje aan zijn sigaar. “Dat heeft toch een andere formule; ik richt me uitsluitend op wat de barok heet. Dat is mijn keus.”

De concertorganisator blijkt weinig last van bijgelovigheid te hebben. Dat er zelfs verschillende requiems in het festivalprogramma zijn opgenomen (onder andere van Charpentier en van Jean Gilles), voelt hij niet als voorteken dat het droevig afloopt met zijn festivalavontuur. In het eerste jaar heeft hij eens een organisatorische en daardoor financiële strop moeten wegwerken door een goedbetaalde vertaalopdracht aan te nemen. In weinig jaren leerde hij evenwel de markt kennen en vond hij zijn publiek. Het klinkt niet voor niets kloek door de telefoon: Fred Luiten Baroklijn.

mailIcon print |