SOFIA (ANP) - In het nabije verleden betekende een zak dollars, zoals te verdienen is in de World Volleyball League (WVL), voor de Bulgaarse volleyballers de uiterste motivatie.
Nederland ondervond het meer dan eens. Ook nu nog is geld een belangrijke drijfveer, maar het vermogen van de Bulgaren is onvoldoende geworden. Nederland was 55 dagen - bondscoach Joop Alberda telt ze al een half jaar af - voor het begin van de Olympische Spelen veel verder dan Bulgarije, een potentiële tegenstander in Atlanta. Twee overtuigende overwinningen (beide met 3-0 in ruim anderhalf uur) in Sofia vormden het bewijs.
Het verschil tussen beide teams, voor het eerst aangetoond bij het Europees kampioenschap in Athene waar voor de Bulgaren financieel niet direct iets te halen viel, was opmerkelijk groot. Te groot om het nog te kunnen wijten aan het ontbreken van Tonev en Gavrilov of aan machtsspelletjes en intriges. Dat vormt hooguit een deeltje van de verklaring voor de plotselinge afstand tussen beide volleybalploegen aan de Europese top. De belangrijkste reden is dat Nederland zich heeft ontwikkeld en Bulgarije is blijven staan.
De Bulgaren gokken nog altijd op beleving, en zijn dan zeker gevaarlijk, maar ze ontberen beleid. Ze verloren van de pragmatische Nederlandse aanpak: concentreren op het terughalen van de opslag, het liefst na een goede stop met een snelle aanval door het midden via Henk-Jan Held of Bas van de Goor, en toeslaan waar mogelijk: met service, blok en rally-aanval, klinisch, zelfverzekerd.
Iets koeler
“Side-out, side-out, side-out, kansje, pakken. Daar houd ik van. Dat deed het team zaterdag weer iets koeler dan vrijdag. Al zijn er nog problemen te overwinnen omdat nog niet iedereen topfit is”, overzag Alberda de duels in Sofia. De Bulgaarse aanvoerder en onderkoning Ganev, overal vergezeld door Ljoebo jr., wees deemoedig de zere plek aan. “Nederland was met de combinatie door het centrum heel sterk. Ze slaan heel snel. Wij zagen geen enkele kans die aanval te stoppen.”
Hij bedoelde behalve het 'eerste-tempo', centraal aan het net smashen binnen de reactiesnelheid van de middenblokkeerders van de opponent, vooral de 'pipe'. Dat is de aanval van achter de driemeterlijn over de lengteas van het veld. Bas van de Goor heeft er een patent op, Held, Zwerver en Görtzen kunnen het ook uitstekend.
Die dreiging van achteruit in het centrum maakt Oranje sterker dan ooit. Temeer daar libero Van der Meulen altijd een aanvallend alternatief aan de buitenkant biedt en spelverdeler Blangé de handen heeft om ook van een slechte pass nog iets te boetseren. Met Posthuma en Grabert, die als 'klassieke' invaller zaterdag weer een belangrijke rol speelde, en Rodenburg, als diens enkel bijtijds genezen is, of Van Es achter de hand, heeft de selectie ook aan volume gewonnen.
'Pijplijn'
Vooral van de Nederlandse aanvoer door de 'pijplijn' begrepen de Bulgaarse verdedigers niets. Keer op keer kregen ze de bal onder de schoenzolen geslagen, want de blokdefensie was een gatenkaas. “Als er drie paar handen voor je opdoemen, lukt het niet, maar zaterdag konden we regelmatig helemaal vrij in slaan”, zei Van de Goor.
De 'pipe' dus. “De term komt van het Amerikaanse olympische team van 1984. Ze hadden codes nodig, beter dan 1, 2 en 3 of a, b en c. Het werden woorden met specifieke klinkers: red, hut en pipe. Ron Zwerver viel echter al in Jong Oranje zo aan, op eerste tempo, alleen heette het toen nog niet pipe. Wij spelen het al jaren, maar heel lang exclusief voor Ron. Nu hebben we er vier”, lichtte Alberda toe.
De vorige generatie volleyballers combineerde vooral in de breedte, evenwijdig aan het net, Nederland tegenwoordig dus ook veelvuldig in de lengte. Gepaard aan slag- en sprongkracht en lichaamslengte heeft die variatie de toekomst. Het moet uiteindelijk leiden tot de definitieve aanval op de machtspositie van Italië.
“Elke training doen we 25 minuten dat werk. We zijn er in 1992 mee begonnen”, verklapte Alberda. “De kunst is de snelheid op de pipe zo op te voeren dat-ie de eerste-tempo-aanval kan vervangen. Momenteel is de pipe een perfecte aanvulling. Het geeft het team meerwaarde en het past bij de handen van Blangé. Er zijn niet veel spelverdelers die dit kunnen.”
Nikolaj Ivanov leverde het prompte bewijs. Hij keek via de video af bij zijn Nederlandse voorbeeld Blangé en probeerde af en toe Oezoenov uit als de Bulgaarse Van de Goor. Het had iets onbeholpens. “Eerst maar eens drie jaar trainen” straalde ervanaf. Bij Nederland is er al een automatisme gegroeid, de 'pipe' is altijd paraat, voor het heroveren van de service maar vooral in de rally.
“Iedereen is permanent aanspeelbaar, snel en onvoorspelbaar. Je bent er gewoon en roept om een bal. De grootste bek krijgt het meest. Bas van de Goor is daarin zeer attent. Hij ruikt z'n kans. Dat concept ligt er, Blangé zorgt voor de regie. Vier jaar geleden was ons volleybal redelijk voorspelbaar, nu wordt de aanval over liefst vijf man verspreid. De distributie is heel goed. Je kunt zeggen 'de side-out is mijn verdediging', maar dat beheerst iedereen. Terwijl er maar een paar ploegen zijn die kunnen aanvallen.”
Van de Goor komt sinds de zomer van 1994 met zijn 2,09 meter aanvliegen door de pijp. Bij zijn Italiaanse werkgever Modena gebruiken hij en Henk-Jan Held de indrukwekkende aanvalsmethode ook. “Eigenlijk nog sneller, bijna als eerste tempo”, vertelde de rossige Brabander. “In het Nederlands team is het vooral bedoeld om af te maken. Als we niet meepassen, dus achterin in principe niks doen, dan zijn we klaar voor de aanval. Tijdens een rally roept degeen die in positie is. Dan vechten we erom.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.