DEN HAAG - “De fervente markt-denkers hebben het maar gemakkelijk”, verzucht Jean Paul Vosse, onderzoeker bij de Organisatie voor strategisch arbeidsmarktonderzoek (OSA). “Die zeggen gewoon: afschaffen die regels, dan werkt de markt beter.”
Die simpele stelling gaat in ieder geval voor de arbeidsmarkt niet op, blijkt uit een rapport dat de OSA vandaag publiceert. En dat is maar goed ook, vinden - ondanks de verzuchting - Vosse en mede-onderzoeker Ruurd Kunnen. Niet alleen levert het hun een hoop werk op, werknemers hebben bescherming nodig. “Het gaat op de arbeidsmarkt om persoonlijke relaties”, legt Kunnen uit. Daar zijn geen eenvoudige economische principes op los te laten.
Arbeid is bijzondere handelswaar, niet te vergelijken met T-shirts of soeplepels. De werknemer die de arbeid verkoopt, kan zichzelf niet loskoppelen van zijn overeenkomst, schrijven de onderzoekers. Daarom heeft hij belang bij zaken als goede arbeidsomstandigheden.
Werkgever en werknemer zitten doorgaans langere tijd aan elkaar vast, zij hebben er dus belang bij in elkaar te investeren. De prijs van arbeid, het loon, is tegelijk inkomen - meestal de belangrijkste bron - zodat rechtvaardigheid om de hoek komt kijken. De werknemer kan daarnaast niet op eigen houtje de stand van de economie bepalen. Hij loopt de kans zomaar op straat te belanden als het wat minder gaat. Daar wil hij zich tegen indekken.
Het zijn allemaal redenen waarom de arbeidsmarkt niet te vergelijken is met een gewone markt, zegt de OSA. Er zijn instituties nodig om die markt in efficiƫnte en vreedzame banen te leiden. Dat kunnen overeenkomsten zijn, zoals CAO's, regels als ontslagwetgeving, sociale zekerheid of het minimumloon. Maar ook arbeidsbureaus, die informatie over vacatures verzamelen, of scholing, die werknemers een grotere kans op een baan geeft.
Op de Nederlandse arbeidsmarkt is de regelzucht doorgeschoten, heeft onder meer de Oeso, organisatie van rijke industrielanden, herhaaldelijk gesteld. Nederland kan zich niet snel genoeg aanpassen en dat is slecht voor de economie. Een overdreven voorstelling van zaken, is de reactie die de OSA vandaag geeft. Het Haagse onderzoeksinstituut zet de mogelijke hindernissen op een rijtje en concludeert: meestal werkt de Nederlandse arbeidsmarkt soepel.
Hoe komt de Oeso er dan bij dat het allemaal te star en rigide zou zijn? Vosse verklaart dat uit de pogingen die de Oeso heeft gedaan de mate van corporatisme in verschillende landen in kaart te brengen. Volgens de Oeso is het zo dat landen met de meeste centrale regelgeving en die met de minste afspraken beter presteren dan landen in de middenmoot. Nederland zit er volgens de wijzen van de Oeso tussenin en is dus slecht af. “Het is een mooi plaatje geworden, met een mooie curve, maar ze kunnen dat niet overeind houden”, meent Vosse. Nederland is namelijk volgens andere deskundigen helemaal geen middenmoter maar een topper. Zo is er dankzij overleg tussen werkgevers en werknemers al meer dan tien jaar loonmatiging in alle sectoren.
Of Nederland nu een topper is of niet, de vraag is of afspraken tussen werkgeversorganisaties en vakbeweging slechte invloed op de arbeidsmarkt hebben, zegt Vosse. Dat nu, is niet hard te maken volgens de Osa. Een indicator voor een soepele markt is de aanpassing van de lonen aan de economische conjunctuur. De reactiesnelheid in Nederland, waar 78 procent van de werknemers onder een CAO valt, is niet bijster hoog, maar wijkt niet af van die in andere landen. In de Verenigde Staten, door de Oeso en andere marktdenkers vaak als lichtend voorbeeld gezien, is het wat beter maar ook niet ideaal. Als het goed gaat met de economie, gaan de lonen daar wel sneller omhoog, maar als het slechter gaat, blijft de daling voor de zittende werknemers uit. Nieuwkomers worden wel geconfronteerd met lagere lonen.
De arbeidseconoom Theeuwes vond in 1995 zelfs dat het Nederlandse corporatisme het beter doet dan de vrije markt. Aanpassen gaat juist gemakkelijker, was de conclusie van Theeuwes. Ook het algemeen verbindend verklaren van CAO's voor hele bedrijfstakken, regelmatig onder vuur genomen door de VVD en D66, heeft niet de belemmerende werking die het vaak wordt verweten.
Hetzelfde verwijt treft het wettelijk minimumloon. Dat zou een hindernis zijn voor het creƫren van banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Ook daar zijn volgens de OSA-onderzoekers geen bewijzen voor. Werkgevers blijken vaak geen behoefte te hebben aan werknemers op of onder het minimumloon. Het wettelijk minimum heeft nog maar weinig betekenis. In de meeste sectoren liggen de laagste lonen beduidend boven het minimumloon.
Over de sociale zekerheid moet de OSA dezelfde slagen om de arm houden. Uit onderzoek blijkt niet dat lagere uitkeringen de werking van de arbeidsmarkt zouden verbeteren. Wel hebben de onderzoekers de indruk dat een deel van de werklozen “teveel met de zakcalculator in de weer is” en zijn eisen te hoog stelt.
Een andere indicator voor 'soepelheid' van de arbeidsmarkt is de hoeveelheid flexibele arbeid. Met uitzendwerkers en oproepkrachten kunnen werkgevers snel van mensen af als het ze wat minder voor de wind gaat. Nederland kent ruime mogelijkheden voor flexibele contracten, constateert de OSA. Desondanks heeft nog altijd 90 procent van de werknemers boven 25 jaar een vaste baan. Slechts 6 tot 7 procent is langdurig aangewezen op een tijdelijke baan en dat percentage is al sinds 1985 ongeveer gelijk.
Het beeld van de starre arbeidsmarkt is aan herziening toe, is de conclusie van Vosse en Kunnen. “Instituties zijn niet zo onveranderlijk als men denkt. Het beroepsonderwijs wordt onder handen genomen. Net als de arbeidsvoorziening. Dat stond bekend als een log, ambtelijk apparaat.”
Dat er ondanks de soepele arbeidsmarkt “nog hopen mensen langs de kant staan die willen werken”, is ook de onderzoekers niet ontgaan. De remedies daarvoor liggen voor een groot deel buiten de arbeidsmarkt: algemene groei van de werkgelegenheid, herverdeling van arbeid en intensieve begeleiding van laag opgeleide werklozen. “Hakken in de regelgeving is daarvoor geen oplossing.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.