*

 
dossier

Archief

Een effectieve strategie voor het CDA

MR. R. H. VAN DE BEETEN − 10/01/96, 00:00

De auteur is oud-vice-voorzitter van het CDA.

Eerst iets over die voorgeschiedenis. Kern van het rapport-Gardeniers over de verkiezingsnederlaag van 1994 was het verwijt, dat het CDA en vooral de Tweede-Kamerfractie zich hadden vervreemd van de achterban door een jarenlange gouvernementele houding, waarbij niet of nauwelijks naar die achterban werd geluisterd. Partijvoorzitter Helgers kondigde daarom destijds aan geen spreek-, maar luisterbeurten te gaan vervullen.

Hoe waardevol veel van het rapport-Gardeniers ook is, het legt niet de vinger bij de meest wezenlijke oorzaak van de verkiezingsnederlagen: het grote vertrouwensverlies door het onvermogen van de gaande en komende man om in het jaar tot aan de verkiezingen eensgezind op te treden. Het gevolg daarvan is geweest, dat bij de oud-partijvoorzitter Van Velzen en vooral bij de Tweede-Kamerfractie onevenredig veel verantwoordelijkheid is gelegd voor de nederlagen van 1994.

Dat werkte door naar de nieuwe fractie - temeer omdat veel leden ook in de oude fractie zaten. De positie van de nieuwe fractie werd bovendien extra kwetsbaar door de onverwachte oppositierol, waarop niemand was voorbereid.

Onrealistisch De behoefte in de partij om 1994 zo spoedig mogelijk af te sluiten, dreef de eisen aan de oppositierol van fractie en fractievoorzitter onrealistisch hoog op. Onrealistisch vanwege het ontbreken van voorbereiding op die rol; onrealistisch temeer, omdat een kind kon voorzien dat het beleid van het kabinet-Kok in de eerste helft van zijn vierjaren-periode een voortzetting zou zijn van dat van Lubbers-III. Het was in die situatie dan ook strategisch verstandig om twee dingen te doen: het kabinet aan de hand van het eigen program op zijn daden beoordelen en tegelijk de toekomst verkennen om de lijnen voor de volgende kabinetsperiode uit te zetten: het zogenaamde Strategisch Beraad.

Uiteraard roept dat de vraag op of het CDA daarmee het eigen verkiezingsprogramma corrigeert. Die vraag is alleen relevant, indien de inhoud daarvan substantieel heeft bijgedragen aan de nederlagen van 1994, wat niet het geval is. Ook ten aanzien van de AOW had een goed gecoƶrdineerde actie onder leiding van Lubbers en Brinkman de schade kunnen beperken of zelfs wegnemen, gezien de opvattingen van andere partijen op dit punt.

Wel relevant is, dat in de tweede helft van een kabinetsperiode zowel verkiezingsprogramma's als regeerakkoorden hun actualiteit verliezen. Juist dan is het van belang een alternatief te bieden voor kwesties waarvoor de coalitiepartners werkendeweg een oplossing moeten vinden. Dan is er ruimte voor initiatief, zonder meer te beloven dan bij hernieuwde regeringsdeelname gerealiseerd kan worden.

Deze strategie hebben de fractie en de fractievoorzitter onder druk van media en partijbasis laten varen. Rond de Statenverkiezingen van 1995 kondigde Heerma aan het kabinet niet zonder meer te zullen steunen op onderdelen van beleid die op zich overeenkomen met CDA-opvattingen. Het streven om te scoren in de oppositie - op zich een onmisbaar onderdeel - is zo te dominant geworden. Daar komt bij, dat de fractie zichzelf het functioneren en dat van haar voorzitter heeft bemoeilijkt door alle taken uit te splitsen op basis van de onrealistische aanname dat alle leden gelijk zijn; zodoende moest de fractievoorzitter het doen zonder een groep vertrouwde secondanten met wie je de lijnen kunt uitzetten en aan wie je een gezichtsbepalende rol kunt toebedelen. Dat maakte de taak van Heerma volkomen onnodig tot een tamelijk eenzame. De nieuwe samenstelling van het fractiebestuur heeft die organisatiefout goed hersteld.

Daarmee is echter nog geen effectieve strategie ontwikkeld. Welke elementen zijn daarbij essentieel?

Eensgezind Het eerste is het vermogen om naar buiten toe eensgezind op te treden. Het nieuwe fractiebestuur vervult twee voorwaarden om die eensgezindheid te bereiken: het kan ongetwijfeld effectief optreden tegen die fractieleden die te veel een eigen rol willen spelen; en het kan Heerma de rust geven om een eigen invulling te geven aan het fractievoorzitterschap. In dit land hoeft men geen groot debatter te zijn om toch een geloofwaardige en vertrouwenwekkende presentatie van het eigen standpunt te kunnen leveren. Te veel is de laatste tijd binnen het CDA zelf aandacht besteed aan de debattechniek van de fractievoorzitter ter verhulling van het gebrek aan eigen standpunten. Dit laatste was inherent aan de eerste helft van het kabinet-Kok, dat immers een beleid voerde à la Lubbers-III.

Een ander element betreft de partij. In navolging van het rapport-Gardeniers heeft een deel van het kader te veel en te lang kritiek geleverd op fractie en fractievoorzitter. Van de partijvoorzitter en zijn dagelijks bestuur mag verwacht worden, dat zij de fractie een hart onder de riem steken en de achterban duidelijk maken dat het tijd is om de fractie constructief te ondersteunen.

Het derde element is geduld. Ook de komende twee jaar zal het kabinet niet voortdurend fouten maken of aanleiding geven tot gebruik van de moker; foutloos zal het evenmin zijn. Bovendien is het zaak kieskeurig te zijn in de kritiek op fouten. Beter eenmaal per maand effectief, dan vier keer op een punt dat voor de buitenwacht de spreekwoordelijke mug voorstelt.

Het laatste element tenslotte is de inhoudelijke toets. Er ligt nu een rapport, 'Nieuwe wegen, vaste waarden', dat thema's aanreikt die deze kabinetsperiode overschrijden. Om die thema's reliƫf te geven, is het zaak kabinetsmaatregelen die in de volgende periode van invloed zijn op die thema's, op hun consequenties te beoordelen en zonodig te bestrijden; dus niet vanuit het beeld van de verzorgingsstaat van gisteren, maar redenerend naar de door het CDA gewenste samenleving van morgen.

Dat biedt ook ruimte voor eigen initiatieven. He thema van de 'gezinspolitiek' is daar op zichzelf een goed voorbeeld van. Ook de aanpak daarvan bij de algemene politieke beschouwingen over Troonrede en Miljoenennota is op zich goed. Wat echter ontbrak was een grondig voorbereid vervolg door in de maanden daarna bij afzonderlijke begrotingen concrete voorstellen in te dienen of initiatief-wetsvoorstellen in het vooruitzicht te stellen. Daardoor konden anderen met het onderwerp aan de haal gaan.

Het CDA moet het initiatief op dit terrein weer naar zich toe halen, niet overhaast, maar goed voorbereid. Dat geldt ook voor andere thema's die veel profiel kunnen verschaffen, zoals onderwijs, zorg en schaalvergroting op allerlei andere maatschappelijke terreinen.

De malaisestemming binnen en rond het CDA kan met succes worden bestreden, mits een breed gedragen strategie wordt geformuleerd. Het nieuwe fractiebestuur is geroepen om daartoe het initiatief te nemen.

mailIcon print |