ARNHEM - De klanten krijgen “leuke mapjes” mee naar huis, worden voortdurend individueel begeleid en krijgen van het begin af aan inzicht in wat de bewegingsdeskundige met hen wil en zal gaan doen. “In een AFP preventie-centrum stelt de therapeut zich kwetsbaar op. Hij geeft volledige openheid over de behandeling die hij voorstelt.”
Directeur G. van der Sangen wist het zweet van zijn voorhoofd, terwijl hij een dikke ordner met AFP-promotie-materiaal laat zien. Maandenlang keihard “in relatieve stilte” werken, mondt nu uit in de opening van maar liefst twaalf nieuwe preventie-centra verspreid over het land. “Ze krijgen allemaal dezelfde opzet, indeling en sfeer. Vergelijk het maar met Blokker en de Hema, elke vestiging krijgt dezelfde uitstraling, ook de huisstijl is nu klaar.”
AFP, formeel een dochteronderneming van zorgverzekeraar Ohra, staat voor arbo-service, fysiotherapie en preventie. Enkele jaren geleden heette het nog Assured Fitness Programs, maar dat is inmiddels een naam die de lading niet meer dekt. “Het accent is van fitness en recreatie naar een meer medische benadering verschoven. Fitness is een sport, terwijl wij gezondheids-diensten leveren.”
Trots toont Van der Sangen de lijst van 30 centra die Nederland al telt. De meeste zijn via op franchise-basis opgezet, vooral door fysiotherapeuten die zich bereid toonden het AFP-concept voor een preventiecentrum over te nemen. Daarnaast startte AFP vijf centra in eigen beheer, in Den Haag, Hoensbroek, Nijmegen, Arnhem, en Capelle aan de IJssel. “Voor de twaalf nieuwe centra hebben we net 45 fysiotherapeuten aangenomen, ons personeelsbestand is in één klap verdubbeld. We streven nu naar een landelijke dekking; met de franchise-opzet weten we steeds weer locale ondernemers te interesseren, dus dat hoeft niet lang meer te duren.”
In een preventiecentrum kunnen “individuele belangstellenden” en werknemers van bedrijven therapie en gezondheidsbevorderende programma's volgen. Opmerkelijk is dat naast de bekende stop-met-roken-, anti-stress- en rug-cursussen ook 'fysiotherapeutische behandelmethoden' aangeboden worden. Dit gebeurt onder de naam 'Medplan', dat volgens AFP gebaseerd is op een geheel eigen visie op therapie, die in samenwerking met fysiotherapeuten, artsen en bewegingswetenschappers in de afgelopen jaren is ontwikkeld.
“De reguliere fysiotherapie laat patiënten te vroeg 'los'. In jargon heet dit, dat patiënten tot het stoornisniveau ondersteund worden; daarna komt de fysiotherapeut aan het beperking- en handicap-niveau onvoldoende toe. Vaak zijn de symptomen van de klachten dan wel verdwenen, maar is de kans op herhaling groot, ook al omdat voorlichting en preventie weinig aandacht krijgen.”
Veel meer dan in de bestaande fysiotherapie moet de patiënt in de Medplan-benadering zelf oefenen. Oefenen, oefenen, oefenen, maar dan wel volgens nauwkeurig omschreven voorschriften ('protocollen') èn onder begeleiding van een therapeut. “Bewegen is bij ons belangrijk, massage en elektrotherapie minder. Uitgangspunt in ons concept is dat het evenwicht tussen belasting - de hoeveelheid kracht die op een bepaald moment op het lichaam inspeelt - en de belastbaarheid - de hoeveelheid inspanning die een lichaam kan verdragen - weer hersteld wordt.”
Voor zo'n herstel, en dus om toekomstige klachten te voorkomen, zijn actieve therapie-vormen - oefenen en trainen! - beter dan passieve, zo leert Medplan. Zo'n 180 fysiotherapeuten werken al met de Med-plan benadering, die volledig gedocumenteerd is en nog voortdurend verder wordt ontwikkeld. Op basis van literatuuronderzoek en discussies is een database aangelegd waarin honderden klachten, diagnoses en behandelingsvoorstellen opgenomen zijn.
“Voor een patiënt die binnenkomt met lage rugpijn, kan daar bijvoorbeeld als behandelvoorstel eerst twee dagen bedrust uitkomen, vervolgens drie individuele manipulaties door de therapeut en dan twaalf keer oefentherapie. Natuurlijk kan een fysiotherapeut daar aanpassingen in aanbrengen. Ook die aanpassingen worden dan weer gedocumenteerd, zodat alles steeds inzichtelijker en uniformer wordt. Patiënten en ook verzekeraars hebben daar baat bij.”
Elk preventiecentrum moet minstens een oppervlakte hebben van 800 tot 1 000 vierkante meter en bestaat uit zalen voor de individuele- en groepsgewijze Medplan-therapie, voor gezondheidscursussen (bijvoorbeeld om met roken te stoppen), en voor het zogenaamde Fitplan. Dit Fitplan is bedoeld voor al diegenen die bij het werken aan hun lichaam méér structuur en sturing willen dan bijvoorbeeld eens in de week aerobics hen kan bieden.
Iedere Fitplanner wordt vooraf getest, krijgt vervolgens een individueel gezondheidsprofiel en zelfs een Personal Health Plan. Fitplan probeert duidelijk te appelleren aan het 'gezond-van-lijf-en-leden-gevoel' van de jaren negentig, zeker als dat via al die persoonlijke mapjes ook nog eens zichtbaar gemaakt kan worden. In het promotie-materiaal schuwt AFP ook niet op mogelijke angstgevoelens in te spelen. De kop 'minder kans op kanker' vindt Van der Sangen niet overdreven. “Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken, dat onvoldoende beweging niet alleen voor hart- en vaatziekten en bot-ontkalking maar ook voor kanker een risico-factor vormt. Wij gebruiken dat natuurlijk.”
Volgens Van der Sangen is nu al gebleken, dat veel mensen bereid zijn zelf voor een cursus of revalidatie-therapie te betalen, hoewel dat niet altijd hoeft. Steeds meer verzekeraars zouden overwegen Medplan in hun polis op te nemen. “Bij Ohra wordt Medplan al in de polissen erkend en bij Nuts wordt Medplan als voorkeursbehandeling genoemd. Bovendien betaalt Ohra tien procent van de Fitplan-kosten en zijn ook bepaalde cursussen volledig declarabel.”
Bovendien vindt Van der Sangen het aanbod 'niet duur'. “Voor de nabehandeling na een knie-operatie zijn bijvoorbeeld zestien bezoeken nodig. Voor theorie èn praktijk betaal je dan 320 gulden, dat is 80 per maand.”
Soms is Van der Sangen zelf nog verbaasd over de stroomversnelling waarin zijn organisatie is geraakt. Recente kabinetsmaatregelen zijn zonder meer gunstig voor AFP: door de bezuinigingen op fysiotherapie dreigt er werkloosheid onder therapeuten, en bedrijven hebben steeds meer aandacht voor preventie, nu zij zelf verantwoordelijk voor het ziekteverzuim zijn geworden.
Zo zijn in elk preventiecentrum ook keuringen, en op het bedrijf gerichte preventieprogramma's mogelijk. Bijvoorbeeld bij grote bedrijven en instellingen ligt nog een grote markt open, zegt Van der Sangen ambitieus. “Bij minstens 200 werknemers is het al rendabel intern een centrum in te richten. Medplan wordt de toekomst, daarvan hopen we ook de arbo- en huisartsen te overtuigen. Want stel dat de huisartsen uit een district ons zouden boycotten, dàn zijn we slecht af.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.