*

 
dossier

Archief

Afspraken voor Europese banentop komen voor Nederland jaar te vroeg

Door: redactie − 08/10/97, 00:00

Van onze correspondent LUXEMBURG - Iedere werkloze moet binnen twaalf maanden een baan of scholing worden aangeboden. Iedere jongere werkloze zelfs binnen zes maanden. En het overwerk moet drastisch worden verminderd.

Over die afspraken zullen de regeringsleiders van de EU-lidstaten het volgende maand eens worden, verwacht de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker. Juncker treedt in november op als gastheer van een extra Europese top over werkgelegenheid. De dienstdoende voorzitter van de EU stelt alles in het werk om te voorkomen dat die top “een sociologische workshop” wordt.

Juncker was niet blij met de opdracht die hij als inkomend EU-voorzitter kreeg tijdens de vorige Europese top, in Amsterdam. Hij vreesde dat een top over de werkgelegenheid veel geblaat zou opleveren maar weinig wol. Inmiddels is de Luxemburgse premier wat optimistischer. Tijdens overleg met de ministers van sociale zaken gisteren in Luxemburg werden voorstellen voor concrete afspraken positief onthaald. Belangrijkste twijfels zijn er ten aanzien van Duitsland en Spanje, twee landen die zich tot nu toe hebben verzet tegen concrete Europese afspraken over de aanpak van de werkloosheid. Maar ook Nederland heeft bedenkingen.

Met “drie of vier” concrete maatregelen is Juncker tevreden. En die lijken er te komen. Zo zouden de EU-lidstaten kunnen afspreken iedereen die werkloos wordt binnen twaalf maanden een baan aan te bieden of omscholing. Wat betreft Juncker zou de werkloze die dat aanbod weigert, zijn recht op een uitkering mogen verliezen. Dat is in zijn land al wet sinds 1983. De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, wil sancties echter uitdrukkelijk overlaten aan de lidstaten.

Jonge werklozen zou niet binnen twaalf maar binnen zes maanden een 'nieuwe kans' geboden moeten worden. Verder vindt Juncker dat de EU-lidstaten de strijd moeten aanbinden met het overwerk. Naar schatting negen miljoen Europeanen werken structureel meer dan 48 uur per week. Het Europees parlement bepleit, op voorstel van de Nederlander Wim van Velzen (PvdA), een halvering van het overwerk binnen twee jaar.

Dienstenbonnen

Volgens Van Velzen moet om te beginnen overwerk uitbetaald worden met vrije dagen of met 'dienstenbonnen', waarmee de schoonmaakster en glazenwasser betaald kunnen worden. EU-voorzitter Juncker ziet dergelijke kwantitatieve doelen voor de vermindering van overwerk echter niet zitten.

De laatste in het rijtje van concrete maatregelen is een verlaging van de btw op arbeidsintensieve diensten zoals de schoenlapperij. Nederland dringt al jaren aan op zo'n verlaagd btw-tarief. De Europese Commissie liet vorige week eindelijk weten dat te willen toestaan bij wijze van experiment. De Europese regeringsleiders zullen die gedachte op de 'werktop' volgende maand waarschijnlijk omarmen. Dat betekent dat lidstaten voor arbeidsintensieve dienstverlening op de lokale markt de btw mogen verlaten, maar daartoe niet gedwongen worden.

Wat de regeringsleiders in geen geval zullen doen, is afspreken hoeveel banen er geschapen moeten worden en hoever de werkloosheid in de EU moet dalen. De Europese Commissie had voorgesteld de huidige werkloosheid van 10,7 procent binnen vijf jaar te verlagen tot 7 procent. Daarvoor zouden twaalf miljoen nieuwe banen geschapen moeten worden. Maar dat voorstel ligt al in de prullenbak; de lidstaten willen van dergelijke doelstellingen niets weten. En EU-voorzitter Juncker zal er niet voor vechten, want ook hij vindt ze weinig zinvol.

De Nederlandse regering vindt hetzelfde van de meeste voorgestelde afspraken. Minister van sociale zaken Ad Melkert keerde zich gisteren tegen iedere kwantitatieve doelstelling voor het werkgelegenheidsbeleid. Volgens Melkert komt de Europese 'werktop' een jaar te vroeg. Pas wanneer in 1999 de Europese muntunie start, kan op Europees niveau over concrete doelen inzake de werkgelegenheid worden gesproken, zegt hij.

mailIcon print |