*

 
dossier

Archief

Winnaars blij met aandacht voor conflict Oost-Timor

Door: redactie − 12/10/96, 00:00

Van onze buitenlandredactie AMSTERDAM - De toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan twee Oost-Timorezen plaatst het oude conflict in de voormalige Portugese kolonie weer volop in de schijnwerpers. Sinds de omstreden inlijving door Indonesië is het oostelijk deel van het eiland Timor toneel van verzet tegen Jakarta.

Indonesië gaf op 7 december 1975 het sein voor een invasie in het hoofdzakelijk katholieke Oost-Timor, kort na een bezoek van de toenmalige Amerikaanse president Ford aan Jakarta. De Indonesische regering trad op, nadat een burgeroorlog was uitgebroken op Oost-Timor. President Soeharto verklaarde de bezetting achteraf met de vrees voor een “Cuba in onze achtertuin” en beriep zich op verzoeken om interventie vanuit Oost-Timor zelf.

De burgeroorlog was echter juist door Indonesië vanaf het westelijk deel van het eiland aangewakkerd, concludeert de Nederlandse antropoloog dr. Nico Schulte Nordholt. En van een verzoek van Oost-Timorezen om tussenkomst door het Indonesische leger, was geen sprake.

Portugal, dat de Oost-Timorezen na de tweede wereldoorlog vrijwel aan hun lot overliet, had de regio helemaal de rug toegekeerd. Een militaire coup in '74 in Lissabon maakte een einde aan het 40-jarige regime van de Portugese dictator Salazar. Een nieuwe, linkse regering wordt geïnstalleerd en wil zo snel mogelijk af van de restanten van het oude wereldrijk. En dus trekt Portugal midden '75 ook snel de handen af van Oost-Timor.

De Indonesische inval vindt plaats met de expliciete instemming van de Australische regering en de oogluikende toestemming van Washington, aldus Schulte Nordholt. Beide regeringen moeten niet denken aan een socialistisch mini-staatje in de regio, tenslotte is het de tijd van de Koude Oorlog. Saigon, hoofdstad van Zuid-Vietnam, is een half jaar eerder gevallen. Bovendien is inmiddels bekend dat de Timorzee grote olievoorraden bergt.

De Indonesische luchtmacht en de grondtroepen zette de linkse Fretilin-partij op Oost-timor hardhandig aan de kant, die inmiddels een eigen regering had geïnstalleerd. Na de bezetting riep Jakarta Oost-Timor op 17 juli 1976 uit tot 27e provincie. De Verenigde Naties weigeren tot de dag van vandaag de inlijving van het gebied (een derde van Nederland) te erkennen. De Fretilin-strijders zetten de vrijheidsstrijd inmiddels vanuit de heuvels voort.

Volgens groeperingen voor de mensenrechten zijn tweehonderdduizend Oost-Timorezen door geweld, honger of op een andere manier het slachtoffer geworden van de Indonesische onderdrukkers. Tachtig procent van de achthonderdduizend inwoners zag zich gedwongen huis en haard te verlaten.

Als dieptepunt van het slepende conflict geldt het optreden van het Indonesische leger op 12 november 1991 in de hoofdstad Dili tegen demonstranten die het graf van een omgekomen Oost-Timorese activist wilden bezoeken. Ooggetuigen meldden dat soldaten zo'n tweehonderd betogers doodschoten. Maar volgens de autoriteiten kwamen ongeveer vijftig Oost-Timorezen om.

Onder VN-toezicht is vorig jaar een driehoeksoverleg op gang gekomentussen Portugal, Indonesië en alle groepen op Oost-Timor - zowel voor- als tegenstanders van bestuur door Jakarta. Die gesprekken hebben tot nu bitter weinig opgeleverd, en de vraag is of daar verandering in komt nu de Nobelprijs is toegekend aan beide voorvechters zelfbeschikking.

De status van de besprekingen onder VN-auspiciën is flink opgewaardeerd nu Nobelprijswinnaars daar aan deelnemen. Jakarta lijkt daar moeilijk om heen te kunnen. Maar het gaat er natuurlijk om wat dat overleg oplevert. Dat zal weinig tot niets zijn bij het uitblijven van grote westerse druk. Gezien de reacties uit diverse hoofdsteden hoeven de machthebbers in Indonesië zich geen al te grote zorgen te maken. En het verzet op Oost-Timor hoeft geen grote illusies te koesteren.

De nobelprijswinnaars gaven blijk van realisme door hun verwachtingen te temperen. Bisschop Carlos Belo onderstreepte dat er nu misschien wel vrede kan komen op het hele eiland. En de woordvoerder van het verzet in het buitenland, José Ramos Horta, constateerde dat de opvolger van VN-secretaris-generaal Boetroes Boetroes-Ghali in elk geval niet om Oost-Timor heen kan, en het conflict dus op de internationale agenda blijft.

mailIcon print |