Tien jaar geleden was er op deze plek in Guatemala nog maagdelijk en naamloos regenwoud. Er kwam een weggetje, voor de houtkap, dat hier doodliep. Nu heet het El Corozal, een dorpje van vijftien gezinnen in houten huisjes met daken van palmbladeren. Michael de Groot schetst in een serie het leven op de scheidslijn van de wetten van het oerwoud en die van de nationale economie.
De roep van deze luidruchtige apen (die in dicht bos op meer dan een kilometer afstand te horen is) is voor de dorpelingen net zo gewoon als het gekakel van kippen, het geknor van varkens, en het geblaf van honden. Brulapen eten vruchten, bloemen, en bladeren. Vooral de laatste, die ze met grote nauwkeurigheid uitzoeken.
Naast brulapen herbergt het bos ook slingerapen die net als de eerste hun naam meer dan eer aandoen. De vruchtenetende slingerapen zijn grote acrobaten die zich in het bladerdak sneller kunnen voortbewegen dan mensen op de bosvloer. Zij hebben de eigenaardige gewoonte om argeloze voorbijgangers te bekogelen met vruchten, takjes, en andere zaken die ze te pakken kunnen krijgen. Apen zijn populaire dieren in El Corozal en niemand haalt het in zijn hoofd deze op te eten.
Dit in tegenstelling tot veel andere gebieden in Centraal-Amerika waar apevlees zeer gewild is. De luidruchtige apen zijn gemakkelijk te schieten, en een flinke aap weegt al snel zo'n 6 kg, heel wat meer dan bij voorbeeld gevederd jachtwild.
Doordat apen zich langzaam voortplanten (brulapen eens in de twee jaar, slingerapen eens in de 2-3 jaar) leidt de jacht al snel tot het verdwijnen van de soort. Hoewel de apen in El Corozal dus niet gejaagd worden voor hun vlees, is er wel een kleine, verborgen handel in jonge aapjes.
Zo had Juan Mis kort geleden een baby-brulaap. Hij wilde alleen kwijt dat hij het beestje had gevonden in het bos. Later was het aapje opeens weg en de dorpelingen hadden allemaal een ander verhaal te vertellen. “Het aapje is doodgegaan”, zei de een. “Juan heeft het aapje verkocht”, zei een ander. “Hij heeft het aapje opgegeten”, wist een ander te vertellen. Iedereen was het er echter over eens dat Juan Mis niet bij zijn hoofd was. David, de jager/zakenman, is minder geheimzinnig over de handel in baby-aapjes. “Er komen wel eens mensen die een jonge aap willen. Dan ga ik het bos in, zoek een moeder met een baby, schiet de moeder dood, en wacht tot zij met haar baby naar beneden valt. Soms is de baby ook dood, soms niet. Een jonge aap levert 100 quetzal op (33 gulden).” Aldus David die emotieloos de handel in baby-aapjes uiteenzet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.