Het begon met de scholengemeenschap Reggesteyn in Rijssen en daarna regende het berichten over seksueel misbruik. De affaires volgen elkaar in razend tempo op. Het is een bekend verschijnsel: publiciteit rondom ontucht rijt oude wonden open. Misdragingen die vaak jaren verborgen zijn gebleven, komen alsnog naar buiten. Maar al te vaak blijkt dat de dader ongestoord z'n praktijken kon voortzetten, doordat de zaak binnenshuis bleef. Bij De Regenboog, een Amsterdamse stichting voor drugshulpverlening, gebeurde vier jaar geleden iets dergelijks. Slachtoffers van seksueel misbruik bleven in de kou staan. Had openheid geholpen?
Achteraf kan Grethe van Geffen zich wel voor de kop slaan. Natuurlijk had de zaak naar buiten gemoeten, had de publiciteit moeten worden gezocht. Maar je denkt aan de geldschieters, de instelling is immers deels afhankelijk van fondswerving. Wat gebeurt er als die zich terugtrekken door een affaire rond seksueel misbruik?
X was vrijwilliger bij de afdeling veldwerk van De Regenboog, een interkerkelijke instelling voor hulp aan verslaafden. Hij begeleidde verslaafden en daklozen. Door de jaren heen had X zich een uitzonderingspositie verworven. Hij was uiterst flexibel in zijn inzet, de onplezierigste diensten (de spuitomruil op zaterdag) nam hij graag voor zijn rekening. Maar hij onttrok zich aan controle en weigerde aan cursussen deel te nemen. Niemand legde hem een strobreed in de weg, want het was wel makkelijk zo, een vrijwilliger die altijd klaarstond.
Regelmatig was hij op het Centraal Station te vinden, op zoek naar zwervers en verslaafden die hulp nodig hadden. X had zelfs een reclasseringspasje dat hem toegang gaf tot politiecel en de instellingen van het gevangeniswezen. X verrichtte onder de noemer van De Regenboog maatschappelijk werk, hoewel hij opleiding en ervaring miste. Hij was ook als vrijwilliger werkzaam bij het Leger des heils in Alkmaar.
De eerste signalen dat er mogelijk iets niet deugde, kwamen begin 1992. Peter Bouwmans, vrijwilliger bij de afdeling veldwerk, kreeg van een dakloze verslaafde te horen dat hij door X was misbruikt. Bouwmans informeerde de directie en vroeg een onderzoek. Hij hoorde een tijd niks en toen hij informeerde werd hem meegedeeld dat het onderzoek al lang was afgesloten, zonder dat dit gevolgen had voor X. In een gesprek met de directie maakte Bouwmans duidelijk dat hij daar geen genoegen mee nam, omdat er inmiddels volop aanwijzingen waren dat het seksueel misbruik meer omvatte dan dat ene geval. Hij dreigde de zaak in de publiciteit te brengen. Diezelfde dag werd hem aangezegd dat De Regenboog geen gebruik meer wilde maken van zijn diensten als vrijwilliger, een beslissing die kort erna werd herroepen.
X zou stelselmatig dakloze drugsgebruikers hebben meegenomen naar zijn woning in Alkmaar, waar hij in ruil voor onderdak, schone kleren en een goede maaltijd seksuele eisen stelde. Sommigen gingen er op in, anderen weigerden, maar konden er dan op rekenen dat ze verder verstoken bleven van hulp. Bouwmans: “Hij maakte ze afhankelijk, hij vergaarde informatie die hij tegen hen gebruikte. En hij vernederde ze verschrikkelijk.”
De directie van De Regenboog was bereid tot nader (intern) onderzoek, maar alleen op grond van 'keiharde bewijzen'. Grethe van Geffen, destijds in vaste dienst van De Regenboog, en Peter Bouwmans besloten cliënten en ex-cliënten van De Regenboog op te sporen. Van Geffen: “Toen ik hoorde van de verdenkingen tegen X vielen allerlei dingen op hun plek. Ik moet bekennen dat het tot dan nooit bij me was opgekomen dat ook mannen seksueel misbruikt kunnen worden. Behoorlijk naïef.”
“Uiteindelijk hebben we met veel moeite een aantal cliënten kunnen opsporen. We ontdekten bij de slachtoffers veel schaamte. Het waren merendeels volwassenen die toch al weinig grip op hun leven hebben doordat ze drugs gebruiken en dakloos zijn. Desondanks voelden ze zich schuldig. De meesten hadden al een lange geschiedenis van seksueel misbruik achter de rug. Juist omdat zij afhankelijk zijn, was het misbruik de hulpverlener naar onze mening ernstig aan te rekenen. Cliënten die overwegend heteroseksueel zijn, hadden er veel moeite mee de homoseksuele contacten toe te geven. Je staat dan in de scene toch te boek als een broodpoot, de laagste categorie.”
Van Geffen en Bouwmans kregen vier verklaringen tegen X op schrift. “De slachtoffers hadden er geen vertrouwen in dat er iets met hun klacht zou gebeuren. Ze hadden al vaker meegemaakt dat ze over seksueel misbruik vertelden en niet werden geloofd.”
Ook in eigen huis stuitten Van Geffen en Bouwmans in eerste aanleg op ongeloof en pogingen de kwestie te bagatelliseren. “Er was veel weerstand. Gebruikers gelden als een onbetrouwbare groep, bovendien bleek dat zelfs binnen de hulpverlening nog heel wat mensen niet begrijpen wat seksueel misbruik is. 'Ze wilden het toch zelf', was een vaak gehoorde reactie.”
Op grond van de belastende verklaringen verbrak De Regenboog alle contacten met X. De directie zegde volgens Van Geffen toe aangifte te zullen doen bij de politie, maar liet dat na. De vier slachtoffers deden ten slotte zelf aangifte in Alkmaar, dat na onderzoek de zaak overdroeg aan de officier van justitie, mr. G. Botman. De zedenpolitie adviseerde de officier opdracht tot nader onderzoek te geven, omdat het vermoeden bestond dat er meer gevallen van seksueel misbruik waren.
Vorig jaar besloot Botman de zaak te seponeren. Bouwmans en Van Geffen zijn er nòg verontwaardigd over. Pogingen achter de beweegredenen van de officier te komen, mislukten. Botman, in een telefonische toelichting: “Er waren eigenlijk twee problemen. In de eerste plaats het bewijs. De aangevers waren aids-patiënten van wie er, als ik mij niet vergis, al enkelen niet meer leven. In een rechtszaak zou dat problemen kunnen opleveren voor het wettig bewijs.” (Volgens Peter Bouwmans zijn de vier getuigen nog in leven: “Ik kan ze zo opsporen.”)
Het belangrijkste struikelblok was echter volgens de officier de vraag of met succes een beroep zou kunnen worden gedaan op ontucht-artikel 249: misbruik maken van de aan zijn/haar zorg toevertrouwde personen. “Ik heb twijfel of er in dit geval sprake was van een hulpverleners-situatie. De man was vrijwilliger, hij was betrokken bij buddyachtige projecten, had een vrij los contact met De Regenboog. Als hij in vaste dienst was geweest, was ik misschien tot een andere conclusie gekomen.”
Peter Bouwmans vindt dat De Regenboog de kwestie direct naar buiten had moeten brengen. “Je laat ze aangifte doen, je vergt het uiterste van de slachtoffers, dan kun je ze niet in de kou laten staan.”
Bij Grethe van Geffen kwam de spijt dat de zaak binnenskamers was gebleven pas na het sepot. “We vonden destijds zelf dat we de zaak intern moesten afhandelen. Ik stond erachter. Ik was daar betaalde kracht, je dacht toch aan de goede naam van de instelling. Achteraf was het fout. We denken dat de zaak meer aandacht had gekregen als wij van het begin af de publiciteit hadden gezocht. Het zou De Regenboog en het Leger des heils hebben gedwongen hun beleid onder de loep te nemen. Geen organisatie kan voorkomen dat dit soort dingen gebeurt, maar bij De Regenboog waren de mogelijkheden wel erg ruim. Eerlijk kijken naar je eigen fouten is goed voor een organisatie.”
“Het lijkt er op dat er geen tussenweg is tussen iemand aan de schandpaal nagelen en een zaak met de mantel der liefde bedekken. We hebben een paar cliënten overgehaald aangifte te doen. Dat zit me nog hoog. Ze wilden eigenlijk niet, omdat ze er van overtuigd waren dat er toch niks zou gebeuren. Het effect is dat ze nu bij De Regenboog niet meer terecht kunnen voor hulp.”
Grethe van Geffen en Peter Bouwmans werken niet meer bij De Regenboog. X is verhuisd naar het noorden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.